Echtenerbrug

Al jaren vis ik in zogenaamde veenpolders. Polders die worden gekarakteriseerd door een rommelige verkaveling, een oude wegenstructuur die vaak al twee eeuwen oud is, bruggetjes met korstmossen geflankeerd door oude vervallen wilgen en hier en daar een boerderij. Natuurlijk klopt dit beeld niet helemaal meer want de zucht naar ordening en de niet aflatende doctrine van agrarisch Nederland laten weinig van dit cultuurhistorisch erfgoed over.

Op zoek naar water

In veenpolders zit van oorsprong veel maar vooral weinig grote snoek; tussen de 50 en 75 cm is het formaat dat je er gemiddeld mag verwachten. Uiteraard had ik veel gehoord en gelezen van de meer kleiige polders zoals we die in Noord-Holland en Friesland kennen maar door de in mijn ogen wat saaie waterstructuur, kaarsrechte kanalen met kaarsrechte dwarsweteringen, kon het vissen mij daar niet bekoren. Dit ondanks het feit dat snoeken in dergelijke polders gemiddeld groter zijn. Onlangs plaatste Klaasjan een oproep om in zo’n polder te gaan vissen, en wel nabij Echtenerbrug. Dit was het uitgelezen moment om van mijn vooroordelen af te komen en wie weet, zou mij dit soort polders meer gaan trekken. Deze liggen immers voor mij een stuk dichterbij sinds ik niet meer in Utrecht woon.

Zondagochtend, een strakblauwe lucht, geen zuchtje wind en de zon scheen al flink. Een prachtige najaarsdag….maar niet om snoekmans te belagen. Maar goed, we hadden afgesproken bij de carpoolplaats bij afslag 18 aan de A6 dus de spullen werden gauw gepakt. Voor de zekerheid toch ook maar een lichte vliegenhengel en spinhengeltje met twisters bij me gestoken. Als de snoek verstek liet gaan, konden we altijd nog op baars of wintervoorns vissen in een nabij gelegen haven. Geen onverstandige keus, bleek later.

Polderwater

Door lichamelijke ongesteldheid en andere beslommeringen had een aantal leden het laten afweten en kon Klaasjan alleen Alex en mij in de polder rondleiden. En wat was ik verbaasd. In één van de eerste weteringen bleek het water glashelder. Dat gaf gelijk moed. De wind stak ook wat op waardoor het echter wel zodanig afkoelde dat je tot op het bot verkleumd raakte.
Al vrij snel kreeg Alex een snoek er achteraan. Ik probeerde deze later nog te verleiden met een dodelijk langzaam geviste deltastreamer maar helaas, we hebben ‘m niet meer terug gezien. Klaasjan bleek onvermoeibaar in het rondleiden en vele malen stapten we in en uit de auto, op zoek naar water waar de snoek het wel zou moeten doen. Helaas, spinner, streamer en Pako-lepels werden aangeknoopt maar het mocht niet baten. Na zo’n vier uur vissen met slechts twee flauwe aanbeten hielden we het voor gezien.
Dat neemt niet weg dat ik zeker terugkom. Klaasjan illustreerde wat een groep vissers van de SNB ooit in deze polder ving en dat sprak boekdelen. Omdat de polder ook nog eens binnen veertig minuten aan te rijden is, heb ik mijzelf beloofd zeker terug te komen. Het is wel zo dat het merendeel van de poldervaarten licht troebel is, dus een flinke hand Pako-lepels en enkele tandemspinners lijken me de meest aangewezen manier van vissen in dit water.

Ik had al eerder tegen Alex gezegd dat als het snoeken naadje zou zijn, wij ook wel naar een haven zouden kunnen gaan. Klaasjan, makkelijk als hij is, schikte zich in zijn lot. Gelukkig bleek ook hij een lichte spinhengel en wat kleine twisters en shads bij zich te hebben; voldoende wapens dus om de havens onveilig te maken. Alex zei dat het verstandiger was om maar direct naar Lemmer te gaan. Hij kende daar de weg en daar moest echt wel iets te vangen zijn.

Baarsvissen

In de eerste haven gebeurde niet veel. Alex bleef onverstoorbaar met de vliegenhengel door vissen terwijl Klaasjan en ik de bodem afstruinden naar vriend baars. Het eerste half uur gebeurde er niets. Omdat de haven wel erg groot was en de middag gestaag vorderde, leek het Alex beter om een meer kleinere, beschutte haven op te zoeken.

Daar eenmaal aangekomen waren we niet de enigen: in de uiterste hoek van de havenkom waren twee vissers met kleine, levende spiering aan het vissen. Bij elke worp kon je aan de dobber zien dat er direct een baars op dook. Als gekken sloegen ze aan, sloegen de baarzen de hersens in waarop de vissen in een zak verdwenen.
Snel lieten wij onze kleine shads en twisters richting de bodem gaan. Eén van de baarsvissers vond dat niet fijn en wierp demonstratief z’n dobber schuin over mijn plek. Kinderachtig natuurlijk. Maar ik was goedgeluimd en had geen zin om, zoals ik al eens eerder had gedaan, visser met aasketel en hengel het kanaal in te trappen. Ik bleef stug doorvissen en voelde weldra de bekende dreun. Een mooie baars trok m’n spinhengeltje lekker krom.
Om de confrontatie niet verder aan te gaan, verplaatste ik mij naar een andere steiger. Na een vijftiental minuten begon ik ook daar te vangen. Helaas had Klaasjan nog niets, liep om mij heen en verkoos de overzijde van de havenkom. Het duurde niet lang of ook hij ving achter elkaar baars. De baarzen ware niet van het allergrootste formaat, maar we vingen toch een respectabel aantal in de 25-30 cm klasse; voor ons groot genoeg om het koude gelaat in een vergenoegde grijns te trekken.

Vriend baars

Je kon duidelijk zien dat er een school baarzen voortdurend rondtrok, want om de beurt zag je mensen als een gek vangen, gevolgd door een tijd van doelloos werpen. De lichtgekleurde shads bleken overigens verre in het voordeel boven de meer wildgekleurde stukken rubber.
Alex bleef verbeten doorgaan met de vliegenlat, want hij geloofde in de wintervoorns. Die moesten toch ergens zitten? Helaas voor hem, die middag ving hij af en toe een baarsje. Toen de zon laag stond, vond hij ’t welletjes, schudde ons de hand en ging weer op huis aan. Klaasjan en ik bleven nog gebroederlijk naast elkaar onze baarzen vangen nadat ook de spieringvissers waren verdwenen. Maar toen de schemer echt doorzette, was het ineens over.
We namen afscheid en ieder ging zijns weegs. Ongetwijfeld dachten we in de auto: “Geweldig die baarzen maar die snoeken? Volgende keer dan maar”.

Ultra-lichte therapie

De priemende lichtbundels van de koplampen zwaaien door het duister van de vroege ochtend als de laatste bocht naar de snelweg wordt genomen. De auto accelereert langzaam met de trailer en boot terugtrekkend aan de trekhaak. Door het donker van de nacht, met nu en dan flarden mist die oplichten in de lichtstralen, op weg naar een dag vissen met de boot op groot water. Je weet nooit wat het zal worden maar de kans is redelijk groot dat er spannende dingen beleefd gaan worden. De gedachten en vurige wensen gaan naar kromme hengels die een grote snoek nawijzen, dieper krommend met krijsende slip als een sterke vis lijn neemt. Het ultieme genot, zeker als dat ook nog in een mooie omgeving plaats vindt. Voor dat ultieme genot is het al die voorbereiding van bij elkaar harken en inpakken van de spullen waard. Het is het waard om vroeg op te staan en een aardig stukje te rijden naar de stek waar je vismaat ook al even hoopvol klaar staat met een gezicht van “ik heb er vreselijk veel zin in”. De boot wordt ingeladen en te water gelaten op weg naar het lonkende avontuur. Als al die moeite niet beloond wordt met harde aanslagen, kromme hengels en krijsende slips is dat jammer. Eigenlijk is het even een mentale dreun die je moet verwerken op de reis terug en het thuis weer uitladen en opbergen van al die spullen die de visdag zouden moeten doen slagen. Als je een drietal visdagen op rij hebt waarbij jij en je vismaat het geluk gewoon flink tegen hebben, dan ben je even uit het grote water geslagen en lig je uitgeteld en geestelijk wat geknakt op de zeer voelbare begane grond. Op zo’n moment ben je toe aan therapie. Een therapie die je weer het plezier van het vissen bezorgt.

Roofruiser

Dat moment heb ik aan het begin van het roofvisseizoen van 2005 gehad. In de eerste week ben ik samen met vismaat Wim Kok drie dagen weg geweest. We zouden hem flink raken. Lukt ook altijd wel eigenlijk de eerste weken. We gingen die drie dagen naar drie verschillende stukken groot water, voor de afwisseling. Elk stuk water kenden we door en door. Maar het mocht allemaal niet echt baten. Mooie missers gehad op oppervlaktekunstaas. Prachtig zo’n vlak raam in de golven bij windkracht vier. Maar minder prachtig als die “oppervlakte-vervlakking” slechts een oppervlakkig contact blijkt en de vurig gewenste gebogen hengel niet volgt. Een dreun op een 4 meter diep “gejerktrolde” jerkbait op een potentiële grote snoekbaarsstek direct gevolgd door lijn die door de zwaar afgestelde slip wordt getrokken en dan weer direct gevolgd door een terugverende hengel. Een dag die heet en windstil begint en dan na een uur opeens een koudeval van 15 graden met hagel en harde wind. Van dat soort acute veranderingen houden de vissen niet en dat laten ze merken ook door niets van zich te laten merken. Na drie dagen alle trucs uit de kast en vrijwel al het kunstaas uit de dozen zaten Wim en ik elk op één snoekbaarsje, ondermaats wel te verstaan. We hebben het maanden niet durven vertellen, maar hier is het dan.

Na die drie dagen moest ik dus in therapie om zo snel mogelijk weer positief te denken over het vissen. De perfecte therapie voor die groot- water- dip bleek om met opgewonden bonkende hartslag een ernstig kromme hengel vast te houden die steeds verder buigt om een vis na te wijzen die de slip laat krijsen. Een ultra-lichte hengel buigt het snelst. Elk water herbergt veel meer kleine snoeken dan 80-plussers. Tel die twee bij elkaar op en je staat met een ultra-lichte spinhengel in een water te vissen waar de vis bereikbaar is voor een dergelijke lichte combinatie. Gewoon water in de buurt. Sierwater in de bebouwing, of een mooi helder polderslootje buiten uit. Snoekjes worden snoeken, baarzen worden van bijvangst gewilde prooi, en soms worden ruisvoorns roofruisers. Het belangrijkste: ik stond weer als een schooljongen te genieten van avontuur in water vlak bij huis. En dat gewoon na slechts een paar honderd meter fietsen. Vistripjes van een uurtje bleken genoeg om veel spannende dingen mee te maken. Ik ging eigenlijk weer een beetje terug naar de tijd zoals ik was begonnen met kunstaasvissen: begin jaren tachtig van de vorige eeuw was de 10 grams spinhengel de standaard, de 25 grams plughengel voor de grootwildjagers en de 5 grammer voor de lekkerbekken die met zowat het schuin op de mond van vrijwel elke vangst een drilavontuur wilden maken. Lekker overzichtelijk. Je had niet de keuze aan kunstaas waarmee we tegenwoordig gezegend zijn. Ik zeg gezegend want ik zou het vissen met jerkbaits voor geen geld willen missen, want het blijft mijn favoriete manier van kunstaasvissen. En op groot water kan dat behoorlijk kromme jerkbaithengels opleveren, als die niet van het type biljartkeu zijn.

Sensatie aan de Fair Play Rapier

Maar we dwalen weer af naar het begin van de noodzaak van de ultra-lichte therapie: vissen op groot water zonder het gewenste resultaat. In die tachtiger jaren tijd dus was de 5 grammer voor de smulpapen. Ik smulde mee met een 5 grams Hardy. Die waren in de tijd dat we op de drempel stonden van het grafiet tijdperk nog van holglas. Met dat Hardy stokje van 1,80 meter heb ik leuke dingen beleefd. Stond ik met rode oren in de polder snoeken van een halve meter te drillen. Prachtig! Later op een SNB-manifestatie in Heiloo liet Bert Schouten me een ragfijn en bloedmooi licht spinhengeltje zien, van grafiet en daarom met een hele dunne diameter. Ik was meteen verliefd op dat ragfijne hengeltje dat veel avontuur beloofde met die ranke verschijning van 2,15 meter lang maar liefst. En dat voor een 5 grammer! Het geld werd bij elkaar gespaard en in Heiloo ingeruild voor mijn zwarte droomhengeltje. Nog veel meer mooie avonturen volgden. Op groot water werd dit hengeltje ingezet op baars. Echt grote baars op groot water neemt niet zo makkelijk klein kunstaas als een 3,5 grams Roadrunnertje met twisterstaart. Snoekbaarzen van 50-60 cm doen daar minder moeilijk over, en doen er een flinke schep boven op met het hoepelrond trekken waarbij de bovenste ogen van de hengel gewoon onder water verdwenen.

Lees verder »

Mosquito spinhengels van CJW

Heerlijke spinhengels voor die heerlijke Nederlandse polder. Sinds enkele tientallen jaren wordt er door mij met kunstaas gevist in de vele sloten met ondiep stilstaand water. Met de nodige hengels is dan ook al gevist. Prachtige stokken uit geel en bruin glas die hun tijd ver vooruit waren. Iedere keer was het weer een genot om zo’n hengel krom te trekken op een roofvis. Ook de nodige hengels van carbon werden aangeschaft en gebruikt maar deze waren niet echt een verbetering ten opzichte van de hengels uit glas. Tot het moment dat ik een pakkende advertentie zag van CJW in het blad van de Snoekstudiegroep Nederland-België waarin het uitkomen van de Mosquito spinhengels werd gemeld.

De reis naar Amsterdam werd gemaakt en de 10 grams versie gekocht. Eén van mijn beste aankopen ooit die al snel gevolgd werd door de aanschaf van een lichter exemplaar. Alles wat belangrijk is voor een goede spinhengel zit in dit stokje. Snel en strak met een progressieve buiging. Kunstaas is uiterst precies te plaatsen wat in de polder nog wel eens het verschil uitmaakt tussen vangen en vissen. Ook wordt de haak bijna altijd met succes gezet omdat de controle over het kunstaas perfect is. Elke kleine verandering in de beweging wordt gevoeld en gevolgd door het aanslaan met de hengel. Er gaan weken voorbij met een 100% score waarbij dus elke aanbeet resulteert in een vis.
Hoewel de hengel erg strak aanvoelt, buigt deze toch prachtig mooi en progressief tijdens het drillen van een vis. De demping is formidabel en zorgt ervoor dat de slip lang niet altijd nodig is ook al gaat het om een behoorlijke vis.

Heerlijke spinhengels

De blanks voor de Mosquito spinhengels komen van Talon en worden speciaal gemaakt voor CJW. Het materiaal van de blanks is IM6. Dit is een soort grafiet dat niet te hard en niet te zacht is. Volgens Talon en Cor is dit de beste soort grafiet om spinhengels van te maken. Als de grafietsoort te hard is zijn de hengels sneller breekbaar en als het grafiet te zacht is worden de hengels te slap.
Door gebruik te maken van de ultra lichte 2-poots nickel titanium oogjes wordt aan deze eigenschappen nauwelijks afbreuk gedaan. Deze blijken in de praktijk ook nog eens beter te functioneren dan de 1-poots versie waarbij het lak van de wikkeling nogal eens wil knappen door de trillingen van het oog. Het topoogje is van Fuji (SIC). Het gebruikte kurk is van een superkwaliteit. De reelringen zijn van RVS gemaakt. Omdat je vaak meerdere uren met de hengel in de hand staat gaat hier mijn voorkeur naar uit ten opzichte van een reelhouder. Het voelt veel prettiger aan, zeker omdat de ringen zo dun zijn. De gebruikte Shimano Twinpower molen blijft goed vast tussen de reelringen zitten. Iets wat niet voor alle molens geldt en dat ligt aan de vorm van de molenvoet.
De hengel is tweedelig en voorzien van een oversteeksluiting met RVS stootringen. De afwerking met RVS componenten, het handelsmerk van Cor, is van een zeer hoog niveau.

Naast het vissen in de polder gaat deze hengel ook mee tijdens het verticalen of dropshotten op snoekbaars en baars. De controle over het shadje is niet zo optimaal als bij hengels die speciaal gemaakt zijn voor deze visserij, maar het drillen maakt veel goed. Je hebt de hele tijd een kromme hengel die het stoten van deze vissoorten prima opvangt. Hetzelfde gevoel als tijdens het vissen met de penhengel komt zo weer terug. De vis kan echt laten zien wat hij waard is en komt netjes gedrild naast de boot naar boven.
De lichtere types kunnen ook gebruikt worden als vlokhengel. De 16 grams versie is ook te gebruiken met een kleine jerkbait.

Voor Cor is de Mosquito spinhengel de mooiste die hij ooit gemaakt heeft. Voor mij is het de mooiste spinhengel waar ik ooit mee gevist heb. Een absolute aanrader voor de gepassioneerde visser die het voorzien heeft op roofvis.

Op het moment van schrijven zijn de volgende types beschikbaar:

No. 00     XXXLight     153cm     Werpgewicht 1,8g
No. 0 XXLight 170cm Werpgewicht 3g
No. 1 XLight 183cm Werpgewicht 5g
No. 2 Light 195cm Werpgewicht 8g
No. 3 Medium 215cm Werpgewicht 10g
No. 4 Heavy 215cm Werpgewicht 12g
No. 4 Heavy 215cm Werpgewicht 14g (3-delig)
No. 5 XHeavy 215cm Werpgewicht 16g

Denemarken in de herfst

Alweer meer dan een week geleden, in de herfstvakantie, heb ik wederom een paar dagen in Denemarken doorgebracht. Even weg van de drukte, een paar dagen in mijn uppie zonder verplichtingen.

Denemarken

Bijna een soort retraite, genieten van het mooie landschap, sjouwen door bossen op pad naar veelbelovende stekken. Wadend in water zó helder dat een vergissing snel is gemaakt. Wanneer een stukje zand tussen glibberige keien een veilig heenkomen lijkt, maar ineens een halve meter dieper blijkt dan vooraf ingeschat… Vissen op zeeforel, kilometers maken, uitrusten op een steen, of een omgevallen boom op het strand. Koffie en Deens witbrood, de zon in het gezicht, de lippen gebarsten door zon en zout. In gesprek met Deense vissers, verhalen over recordvangsten, informatie over stekken, dan weer in het Duits, dan weer Engels, doorspekt met enkele woorden Deens.

Schone lucht, fel licht

Dit jaar echter weer geen vis. Op een klein volgertje en een halve aanbeet na, niks gezien of gevoeld. Geen kolk, geen draaiing, geen springende zeeforel. Ik was de enige niet. Iedereen die ik sprak ving deze dagen niets. Ongetwijfeld dat de weersomstandigheden een rol speelden. Een straffe noordenwind voerde drie dagen lang koude lucht aan. ’s Ochtends eerst ijskrabben voordat ik kon gaan rijden.

Helder water

De lucht was strak blauw. Misschien dat het té licht was, hoewel er ’s avonds of ’s ochtends vroeg bij donker ook niet werd gevangen. Een paar vissers, die ik ’s ochtends sprak, hadden de gehele nacht doorgevist en niets gevangen of gevoeld. Zij spraken van een unieke situatie… Het bewijst temeer dat de omstandigheden voor zeeforel in Denemarken (ook in het juiste seizoen) erg bepalend kunnen zijn. Had ik in andere jaren wel eens tien aanbeten binnen twee uurtjes, nu dus drie dagen vissen niets. Toch heb ik weer genoten en weet dat ik volgend jaar weer die kant op wil.

Een boom die uitnodigt om even te pauzeren

Naast uiteraard het vliegvissen, heb ik dit keer ook met de eigenbouw spinhengel gevist. De hengel voldeed aan de verwachtingen. Ze is, ondanks de mooie parabolische buiging, voldoende snel om lepeltjes e.d. van rond de 7 gram een vinnige actie mee te geven. Het werpen is, al zeg ik het zelf ;), geweldig. In combinatie met 0,12 mm dyneema zet ik de lepeltjes een enorm eind weg. De dyneema zorgt op die afstanden voor voldoende direct contact met het kunstaas. Het experiment is dus geslaagd. Een lange spinhengel voor werpgewichten rond de 7 gram, gebouwd op een snelle vliegenblank, is dus mogelijk.