Der Fliegenfischer mit dem Schiessgewehr
Hallo lezers van Flitsend Nylon. Mijn naam is Jan Aben, ben van 1945 (dus nu 62 jaar oud) en woon in Cuijk aan de Maas. Ik zeg er bewust bij “aan de Maas” want dat is toch wel, behalve dat mijn vader zaliger mij als 7-jarige jongen een bamboehengel in de hand drukte en een bal deeg voor me maakte, de grootste reden waarom ik mijn hele leven al mijn hart aan het sportvissen heb verpand. En dat niet alleen aan het vissen op witvis zoals velen van u waarschijnlijk meteen zullen denken bij het horen van mijn naam. Veel sportvissers herinneren mij ongetwijfeld als succesvol wedstrijdvisser of als coach van de Nederlandse ploeg wedstrijdvissen in zoet water, als auteur van een drietal boeken over witvissen, een videoband of van meer dan 25 jaar als vaste medewerker aan het Sportvissersmagazine Beet, waarin ik maandelijks artikelen schreef over het vissen op witvis.
Iets minder van u weten dat ik behalve aan de verschillende manieren van vissen op witvis ook heel graag de vliegenhengel hanteer en dat ook al gedurende ruim 40 jaar doe. Mijn journalistieke achtergrond verleidde mij ook tot het schrijven van een aantal artikelen over het vliegvissen in het blad De Nederlandse Vliegvisser en in vliegvisspecials van Beet.
In dit kader ken ik plaatsgenoot en mede-initiatiefnemer van deze website Sjoerd en toen wij niet zolang geleden een “bakkie deden” ontkwam ik niet aan zijn vraag of ik niet eens voor Flitsend Nylon een paar verhalen wilde schrijven over mijn talrijke ervaringen in de sportvisserij en speciaal aan de waterkant. Welnu, dat doe ik graag en hier is mijn eerste leuke anekdote.
De kop van dit verhaal lijkt wel een contradictie. Een vliegvisser met een geweer… Vliegvissen doe je immers met een vliegenhengel en met een geweer wordt gejaagd. Toch is de combinatie van deze twee manieren om met de natuur om te gaan niet zo vreemd. Beide sporten worden in de natuur bedreven en beide sporten hebben veel te maken met respect voor de natuur.
Toen ik het afgelopen jaar tijdens een paar mooie “gouden herfstdagen” in het Zwarte Woud vertoefde aan de rivier de Breg, ontmoette ik na een prachtige visdag Der Fliegenfischer mit dem Schiessgewehr. Zoals dat dan gaat zit je ’s avonds aan de bar en als er meer vliegvissers zijn vormen de ervaringen van de dag het onvermijdelijke onderwerp van gesprek. Het was mijn eerste dag en met enige trots vertelde ik dat ik een zestal mooie vlagzalmen tussen 35 en 42 centimeter had weten te verschalken en dat op een manier waar ik altijd van droom. Ik wil niet zeggen dat ik een purist ben als het om vliegvissen gaat, maar het is toch wel een van mijn ultieme vliegviservaringen als ik kan vissen op de “lady of the stream” op de manier zoals grootmeesters als Charles Ritz en Hans Gebetsroither die voorstonden. Het vissen op vlagzalm met kleine droge vliegen (haak 18 of 20) heeft in ieder geval voor mij veel te betekenen en ik laat dan graag de regenboogforel of beekforel even voor wat ze zijn. Het zal wel iets te maken hebben met mijn achtergrond als wedstrijdvisser, waarbij techniek en strategie evenmin onmisbaar zijn voor het behalen van succes.
De Duitser naast me aan de bar en ook de Wirt achter de tap keken me vol ongeloof aan. Die Hollandse zwetser had in hun rivier vlagzalmen gevangen… Het ontbrak er maar net aan of ze schoten schaterend in de lach. Gelukkig waren mijn vliegvisvrienden Rudy en Taco er bij en konden zij mijn verhaal bevestigen. Wel ja… drie Hollandse zwetsers, zag je de Duitsers denken. Het ongeloof straalde van hun gezichten af. De Wirt onderstreepte dat nog eens met zijn opmerking dat zolang als hij het water in beheer had en dat was meer dan 30 jaar, er nog nooit een vliegvisser op het parcours was geweest die er een vlagzalm had gevangen. De man naast mij (jawel, der Fliegenfischer mit dem Schiessgewehr, waarover later meer) zei dat hij al 27 jaar in de Breg met de vlieg viste maar nog nooit een vlagzalm had gevangen. Woorden als bewijs leken dus niet goed genoeg en dus werden de digitale camera’s van Rudy en Taco voor de dag gehaald en kwamen de bewijzen klip en klaar en vooral scherp in beeld. Ze konden hun ogen niet geloven en tegelijk stak naast grote bewondering ook een storm van nieuwsgierigheid op. Het gesprek ging dus verder hoofdzakelijk over het vissen op vlagzalm, de techniek van de vliegaanbieding, welke vliegen ik had gebruikt en waar ik dan wel precies in de rivier gestaan had. Dat laatste behoefde ik trouwens niet verder uit te leggen want de Wirt en de Fliegenfischer mit mit Schiessgewehr hadden ons, zo bleek dus, overdag beobachtet (met de verrekijker bekeken).
Het werd verder een gezellige avond waarin de Duitse vliegvisser volop vertelde over zijn tweede hobby, het jagen. Daarom wisselde hij de ene dag af met de andere door een keer met de vliegenhengel rechtsaf te slaan richting rivier en de andere dag met het geweer richting bossen van het Zwarte Woud in de omgeving van ons pension. Ik mocht trouwens het bier niet betalen en voelde aan het eind van de avond de behoefte om dat een beetje goed te maken met een vlagzalmvlieg voor de Duitse vliegvisser. De vlagzalmvlieg zoals ik die besproken had.
Twee weken na mijn terugreis naar Cuijk kreeg ik een pakje bij de post. Afzender was Der Fliegenfischer mit dem Schiessgewehr. Er zat een leuke brief bij, waarvan ik toch wel even kippenvel kreeg toen ik hem las. Die brief wil ik u niet onthouden en is hierbij afgedrukt. De foto van de vlagzalmvliegen die hij me stuurde zegt trouwens veel over de kwaliteit van deze Duitse vliegvisser die behalve als mens ook als vliegvisser, vliegbinder en ongetwijfeld ook als jager een voorbeeld is voor iedereen van ons die in de natuur zijn sport bedrijft.
Groet en tot een volgend verhaal.
Dromen in Dalarna 1 - Op weg
Wilfred en Brenda kennen elkaar nu inmiddels ruim vijf jaar. Al na één jaar wisten ze het: samen verder door het leven. Hierdoor veranderde het vrijgezellen leven voor Wilfred drastisch. Ineens woonde hij samen met een vrouw en haar twee dochters.
Na het snel achter elkaar overlijden van zijn beide ouders en z’n nieuwe situatie als ouder/opvoeder werden voor Wilfred andere waarden belangrijker. Samen met Brenda dagdroomde hij over verhuizen naar rustiger oorden, naar vrijheid, naar bossen met riviertjes en verstilde meren. Het zo populaire emigreren, is door hun omstandigheden nog niet voor hen weggelegd. Maar ze wilden het wel dichterbij brengen.
In een serie artikelen kun je hun verhaal van hun huizenjacht in Zweden volgen waarbij het vissen en hun gezamenlijk passie voor water het leidmotief is.
Het is altijd weer een nerveuze toestand als we de boot bij Göteborg verlaten. Alle in rijen opgestelde auto’s worden via één uitgang van het haventerrein geleid. Toch is het verbazingwekkend hoe soepel en kalm het allemaal gaat. Zou het publiek dat voor Scandinavië kiest dan toch echt anders zijn of begint de rust van het Zweedse klimaat al direct bij het verlaten van de boot?
De eerste uren zijn saai. We hebben het al een paar keer gereden en pas als we tussen de grote meren doorrijden via de E20 wordt het landschap interessanter. We stoppen bij een uitspanning en ik geniet opnieuw van de kalmte waarmee mensen in de rij staan voor koffie en van het altijd weer zo zangerig klinkende Zweeds.
Na de stop lijkt het sneller te gaan. We rijden door de provincie Värmland, het gebied waar het merendeel van de Nederlanders neerstrijkt. Sterker nog, er zijn dorpen waarbij het lijkt alsof die alleen maar uit landgenoten bestaan. Wij vinden dat minder leuk; je krijgt een beetje het gevoel als of je aan de Costa del Sol bent. Alleen “Friet van Piet” ontbreekt nog. Toch heeft Värmland de toerist genoeg te bieden, maar wij rijden door naar de noordelijker provincie Dalarna, ook wel de meest Zweedse provincie genoemd met z’n typerende rode huizen met witte kozijnen en het laten herleven van oude tradities.
We rijden door een landschap dat is geëtst en gepolijst door ijsmassa’s uit het Pleistoceen. Het lijkt wel of de geologische wording van dit gebied heeft stilgestaan. Voor wie geïnteresseerd is in de vormen van het landschap zijn de sporen die de ijstijd heeft achtergelaten, nog duidelijk waarneembaar.
Maar het meest opvallend is de rust die de oneindige bossen uitstralen. Op het eerste gezicht lijkt er geen eind aan te komen maar voor wie diep de bossen in duikt, ligt er een wereld van ruigte te wachten. Nergens is een bord te bekennen dat iets gebiedt, verbiedt of beschermt. Dat hoeft ook niet want de Zweden weten hoe zij met hun land moeten omgaan.
Hoge dennen en weelderige berken wisselen elkaar af. Daaronder kan men een sterke ondergroei aantreffen die kan bestaan uit bosbessen en niet zelden frambozen of de typisch Zweedse lingon. De keien en rotsblokken zijn bedekt met korstmossen en daartussen zit het rendiermos dat zo bekend is uit de kerststukjes; het mos blijkt een uitstekend “aanmaakblokje” te zijn voor een open vuur.
Lucht, aarde, vuur en water zijn de basiselementen: de lucht is schoon, de aarde zuiver, het water glashelder en vaak direct drinkbaar en het vuur? …mits goed gehanteerd mag het overal worden gestookt. En dat is nou juist de kracht van Zweden, alles mag en alles kan. Voor kinderen dus een speelweide die nooit ophoudt. Zomaar langs een beekje een vuurtje stoken, aardappels roosteren en limonade aanmaken met het water uit datzelfde beekje geeft een oergevoel.
Playstation en Jetix worden vergeten, mobieltjes zijn overbodig want in de bossen heb je vaak toch geen bereik. Alleen het spelen met hout en stenen in een klein beekje dat onderdeel vormt van een groot landschap, zorgt voor de veelgehoorde kreet: Ach, moeten we nu al weg? Mogen we nog even spelen? En met een beetje geluk kom je onderweg een rendier of eland tegen en dan kan de dag al helemaal niet meer stuk.
Zo zitten we stil in de auto, ieder in z’n eigen gedachten verzonken en langzaam komen we in de buurt, in de buurt van ons eigen stulpje daar langs dat weggetje aan de rivier. Dat rode huis dat ons rust geeft, dat ons alle vrijheid biedt. Zal de buurvrouw ons al zien aankomen om ons te begroeten met een hartelijk “Vilkommen i Tyrinäs. Det är så trevligt att se er igen” (Welkom in Tyrinäs. Het is zo leuk jullie weer te zien)?








