Kurk voor dummies
Kurk is een fraai natuurproduct. Het wordt gewonnen uit de bast van de kurkeik. De kurkeik komt voornamelijk voor in de mediterrane gebieden langs de Atlantische kust. Deze boom gedijt het beste in een klimaat met veel zonlicht en gematigde neerslag. De grootste leverancier van kurk is Portugal, goed voor 50 tot 60% van de jaarlijkse kurkoogst.
De bast van de kurkeik verjongt zichzelf in een cyclus van circa 10 jaar. Een gemiddelde kurkeik produceert kurk gedurende 10 tot 12 cycli en wordt ongeveer 120 jaar oud. Het geheim van de kurkeik is dat deze boom nadat de bast is verwijderd deze telkens opnieuw aanmaakt. Andere bomen sterven daarentegen na het verwijderen van de bast.
De eerste kurk groeit 1 tot 1.5 mm per jaar. De eerst kurk kan worden geoogst na circa 6 jaar. Deze kurk is niet bruikbaar voor ringen zoals die worden gebruikt in de hengelbouw; deze kurk is daarvoor te hard. De volgende oogst na ongeveer 8 jaar is geschikt voor kurkringen. De kurk verloopt dan in kleurschakeringen van rose naar oker en lichtbruin tot de korstige grijze buitenlaag.
Er zijn erg veel kurkkwaliteiten, voor de hengelsportbranche zijn er 5 gangbare kwaliteiten van topkwaliteit naar slecht: Flor grade, Super Plus grade, Super grade, A grade en B grade. Elke grade kan ook weer onderverdeeld worden, afhankelijk van de leverancier, het jaargetijde, een goede of slechte oogst, enzovoorts. De prijs van de kurk loopt op met de kwaliteit van de grade. De nogal eens gehoorde veralgemening “kurk is kurk” getuigt van een gebrek aan kennis van zaken of aan middelen, dan wel beide.
Van een redelijke kwaliteit kurk kan men ook redelijke ringen maken, maar van een zeer goede kwaliteit kurk kan men ook zeer slechte ringen maken. Het is maar hoe de fabrikant er mee omgaat. Zo zijn er bijvoorbeeld schijfjes van de beste en mooiste Flor grade, rozerood van kleur met een mooie “vlam”, samen met een B grade ring verlijmd, eeuwig zonde.
Doorgaans zijn de Flor ringen platte ringen van circa 6 mm dik. De reden hiervoor is dat de “steker”, degene die de ringen uit de schors steekt, enkel voor ongeveer deze dikte kan bepalen of het een mooie ring zal worden of niet. Na ongeveer 6 mm kan er bijvoorbeeld een groot gat of diepe nerf zitten, vandaar dat Flor meestal per 6 mm geleverd wordt.
Het selecteren op kleur, aan de structuur herkennen waar waarschijnlijk een nog onzichtbaar slecht deel zal zitten, een kurkgreep naadloos passend maken, goed en mooi schuren en op de juiste manier vullen verlangt kennis van zaken en oog voor detail. Een gepassioneerde en kundige hengelbouwer herken je daarom niet zelden aan de kwaliteit van de greep.
Wereldwijd is de vraag naar kurk de afgelopen jaren toegenomen. De kurkproductie is echter afgenomen als gevolg van milieueffecten, klimaatschommelingen en bosbrandschade. Toename in de vraag en schaarste heeft ertoe geleid dat de prijzen van kurk en met name kwaliteitskurk fors zijn gestegen. Een kwaliteitsgreep op een hengel is dus een zeer kostbaar bezit.
Een leuke website om de productie van kurk in de praktijk te zien is de site van het Portugese Fabricor. Inmiddels verdwijnt bijna heel hun productie naar China alwaar men de verwerking van dit fraaie product niet zo nauw neemt helaas…
Een “oh ja”-gevoel… voor vliegvissers!
Ik kreeg het boekje “iMago - Erzählungen vom Fliegenfischen” van mijn zoon Jan-Pieter. Hij is al jaren ook een fervent vliegvisser. Jan-Pieter woont in Duitsland en het is dus niet vreemd dat hij veel Duitse lectuur over vliegvissen leest. De bijna complete verzameling van het maandblad Fliegenfischen van uitgeverij Jahr is de grote trots in zijn boekenkast (hij mist nog één nummer, namelijk uitgave 1996 nummer 1, als u die toevallig toch hebt liggen…).
Vooral in de wintermaanden wanneer we af en toe samen vliegen binden en plannen maken voor het nieuwe visseizoen wordt er veel gelezen over onze gezamenlijke hobby. Enkele weken geleden gaf hij mij een boekje van de vliegvisser Frank Möbus met de titel “iMago - Erzählungen vom Fliegenfischen” met daarbij de opmerking dat hij aan het lezen van dit boek erg veel plezier had gehad en heel veel van de beschreven verhalen herkend had.
Inmiddels heb ik zelf het boekje ook gelezen en kan bevestigen dat de “verhalen” of “verslagen” die Frank Möbus hier aan het papier heeft toevertrouwd erg bekend voorkomen. Het boek heeft 176 pagina’s verdeeld in twee delen: deel I met verhalen die Frank Möbus aanduidt als “Frei erfunden”, en deel II die hij “Gelebtes Fliegenfischen” noemt. In zijn voorwoord schrijft Frank dat een aantal verhalen uit de bekende dikke duim gezogen zijn en dat andere verhalen op waarheid berusten. Het maakt in mijn beleving weinig uit welk verhaal men leest want in iedere situatie had is het bekende “oh ja”-gevoel. Zo van… dat is heel herkenbaar of… dat heb ik zelf ook al eens meegemaakt of… ja dat klopt precies!
Heel vermakelijk dus en zeer de moeite waard om te lezen. Niet dat je er beter door gaat vliegvissen, maar wel dat men bij het lezen van dit boek verzekerd is van een paar aangename uurtjes en men zich kan vereenzelvigen met de situaties aan het viswater. Een werkelijk subliem verhaal is het spannende relaas over de iMago waaraan het boek de titel heeft ontleend. Ik denk niet dat de Duitse taal voor de vliegvissende Nederlanders een probleem vormt en dus beveel ik dit boekje van harte aan.
In 2007 uitgegeven door de Zwitserse uitgeverij Fischeuberalles.ch. ISBN 978-3-905678-24-6.
Kijk ook op eBay waar dit boekje voor een redelijke prijs van nog geen twintig euro wordt aangeboden.
Stille wateren
Stille wateren is een verhalenbundel opgetekend door twee bevriende karpervissers, Gerard Schaaf en Paul van de Logt. En dat is meteen wat het onderscheidt van de meeste boeken die over karpervissen gaan. Hierin geen uitleg over systemen, aassoorten, hengels, molens, nylon en wat dies meer zij. Het zijn verhalen, waarin je als lezer plaats lijkt te hebben genomen op de schouder van de karpervisser en zijn gevoel en beleving mee mag beleven.
Het boek telt zeventien verhalen, zowel verzonnen als waar gebeurde. Elf verhalen zijn geschreven door Gerard, Paul heeft er zes voor zijn rekening genomen. Het boek bevat enkele foto’s die, net als de tekeningen, in bruin zijn afgedrukt om een nostalgische sfeer te creëren.
Zelden heb ik een visboek gelezen dat zo mijn aandacht opslokte. Dat vissen meer is dan het vangen van een vis, komt in dit boek goed naar voren. De vissers schrijven over markante mensen die in een tv-programma als Showroom of Man bijt hond niet zouden misstaan. Mensen die hen wijsheden bijbrachten op visgebied, zoals “niet naast de paal vissen, maar er tegenaan!” of “niet bij een brug vissen, maar eronder!”.
De omschrijvingen van de ontluikende natuur in het voorjaar of de omgeving van een viswater is met weinig woorden raak opgeschreven. Het kost je geen moeite je het voor je te zien, je daar te wanen. De verzonnen verhalen zijn prettig geschreven. Van erotisch (De kanjer) tot verdwazing (Het poeder), het zijn de mijmeringen van deze vissers. Het verhaal De fortgracht is of lijkt geen verzonnen verhaal te zijn en is de natte droom van iedere visser. Een maagdelijk water ontdekken dat fabelachtige karpers bevat.
In de jungle van alles wat over visserij is geschreven, neemt dit boek een aparte plaats in. Nog nooit kon ik mij zo vereenzelvigen met de hoofdpersonen, nog nooit trof ik een boek dat sfeer en beleving met betrekking tot karpervissen zo goed benaderde. De woorden van Paul van de Logt in het voorwoord, verwoorden voor mij het beste dit gevoel: “Dwarrelende rook uit opa’s pijp. Een luie stoel, een schemerlamp. Regen klettert tegen de ramen. Eigenlijk is dat de sfeer waarin dit boek gelezen dient te worden. Maar ook; achter wuivend riet of op een stille plek aan een buitenlands meer. Geen boek vol met foto’s met records, geen theorieën over boilies, eutrofisch water, onderlijnen, eiwitten, koolhydraten. Elk verhaal is een verhaal apart. Er bestaat geen onderlinge samenhang. Niet de karper staat centraal maar de mens erachter”.
In 1998 uitgegeven door Vipmedia in Breda. ISBN 90-70206-60-9.



