Frustratiekarperen
Nou woon ik in Flevoland en naar zeggen is dat een geweldige karperprovincie. Brede vaarten doorsneden met wat smallere tochten zouden grote brasems en veel karper bevatten. Nu is het al lang geleden dat ik überhaupt zwaarder viste dan 18/100 dus om mijn oude glashengel van Cor van Beurden weer uit het stof te halen, gaf toch een speciaal gevoel.
Enkele specialisten van de lokale hengelsportzaak (o.a. de vermaarde Dick Langhenkel) hadden mij tips gegeven over hoe en waar ik een beste kans maakte. Het zou dus vissen met de pen worden, met 22/100 op de Penn molen, een blikje maïs en een klein emmertje pellets. De pen moest zinkend worden afgesteld. Het vissen moest actief gebeuren: drie tot vier kleine voerplekken en niet langer dan 20 minuten blijven hangen op de plek.
Nou, daar ging de vliegvisser/ultralichte spinvisser dan op pad… langs de zonovergoten vaarten en begeleid door het licht zoeven van de overal aanwezige windmolens. De vaarten zagen er in eerste aanleg zeer eentonig uit maar de bruggen mocht ik niet overslaan. Daar maakte ik dan ook twee voerplekken, nog eentje bij een verder opgelegen rietkraag en één op een kruising met een dwarstocht. En dit allemaal in het laatste weekend van april.
De brasems waren volop aan het paaien; ik ving er dan ook vijf die alle zo’n beetje rond de 50 cm waren. Enorme vloermatten, onder de paaipukkels, en die zelfs boven water uitsprongen. Maar geen karper. Wel een tweetal snelle aanbeten, de pen was in één keer weg en de lijn liep direct strak, maar geen hangers.
Het weekend daarop nog een keer geprobeerd; nu met vrouw en kind die ook de hengel hanteerden. Twee razendsnelle aanbeten waarbij de hengel twee keer een gat in de lucht sloeg. Weer geen karper.
Thomas meldde goede vangsten in kleine weteringen nabij Utrecht. Allemaal leuke karpertjes aan de centrepin. Of ik ook ’s wilde. Nou, na twee frustratiedagen wel. Eerst zouden we ‘t op de Kromme Rijn proberen. Wispelturig als dit water is, kregen we ieder geval wel ons visje maar het hield niet over. Ik pakte twee aardige brasems en Thomas kon naast een blankvoorn ook een fraaie winde bijschrijven. Maar dat was het dan ook wel. We kennen dit water goed genoeg om te weten dat het de rest van dag ook naadje zou blijven, dus het werd op karper vissen in ander water.
Thomas kende een leuke wetering waar we prima licht op kleine karper konden vissen. De oude glasstok was wat aan de zware kant voor deze visserij dus de matchhengel met 16/100 werd ingezet. Al snel zag ik bellen en een stofwolk, dus snel wat maïs op de haak en voorzichtig er bij leggen. De pen liep na enkele minuten langzaam weg. In mijn hoofd gonsde rond dat ik “slechts” met een lichte matchengel viste dus ik sloeg ook dito aan: een zacht tikje dus. Even contact, een boeggolf en weg was de karper. Een flinke vloek werd ‘m nagezonden.
Op naar een volgende voerstek bij een duiker. Na enkele minuten gleed de pen over het water en verdween resoluut. Nu toch maar wat harder aangeslagen. De karper bleef even onder de top cirkelen en nam vervolgens een lange run. Thomas wist na enkele minuten de karper te scheppen en ik kon dan eindelijk mijn eerste karper van dit seizoen noteren.
Later wist ik nog een aardige karper te bemachtigen plus nog enkele missers. Ook Thomas was succesvol en ving een viertal vissen maar miste er ook enkele. Eentje wist voor zijn voeten in een hoop takken te duiken wat op afstand een vermakelijk gezicht was: een nerveuze Thomas die met zijn net probeert het beest er uit te jagen. De centrepin maakte bij hem weer overuren en dat leverde een aardig plaatje op.
Inmiddels heb ik mijn oude voorliefde voor het vissen met de korst weer opgepakt. Dicht bij mijn woonhuis liggen wat watertjes die met elkaar zijn verbonden door een systeem van duikers. Het water is glashelder en bevat veel karper van diverse formaten. Ook dit vissen liep weer uit op een enorme frustratie. Zodra de karpers een langzaam zinkende vlok gepresenteerd krijgen, zwemmen ze gelijk weg. De korsten worden soms geïnspecteerd maar in de meeste gevallen genegeerd en soms beantwoord met een direct afzwenken. Kortom, nog geen Flevolandse karper in het net. Enkele jonge jongens die ik met de vliegenlat bezig zag, wisten wel degelijk karper te vangen aan de vlieg. Misschien moet het dat dan maar worden? Het geeft in ieder geval spektakel aan de vliegenhengel. Binnenkort ga ik het er maar op wagen en anders wacht het IJsselmeer met z’n vele windes wel op me. Want karpervissen met de pen, dat is voorlopig nog niet echt aan mij besteed.
De “Meister”-bouwer van splitcane vliegenhengels
Helaas is hij niet meer onder ons. De bouwer van mijn trotse bezit. Mijn: Walter Brunner splitcane vliegenhengel type Excellent, nummer 573/72. Walter Brunner behoorde tot de vriendengroep van beroemde vliegvissers waaronder Charles Ritz en Hans Gebetsroither. Voor veel hedendaagse vliegvissers misschien wel vergane glorie… voor anderen altijd nog de grote voorbeelden van de echte vliegvisserij. Walter Brunner was tijdens zijn leven al een legende. Zijn splitcane vliegenhengels moeten worden gerekend tot de echte wereldtop en het zijn dan ook stuk voor stuk hengels van wereldfaam. Brunner was bovendien een zeer begenadigd caster en vliegvisser.
Niet dat de huidige generatie vliegvissers met carbon vliegenhengels minder goed vist. Nee, in tegendeel. Anno 2008 omvat het vliegvissen een veel breder scala aan vliegvistechnieken, vliegvismaterialen, vliegvisreisdoelen en vliegvisinfo. Zoals vissen op zout water, vissen aan de andere kant van de wereld of in het verre Siberië of Mongolië. Allemaal mogelijkheden van de tegenwoordige tijd. Vliegvislectuur informeert je bovendien uitvoerig over dit alles.
Maar voor mij en gelukkig met mij voor nog vele anderen is het vliegvissen in West-Europese beken, rivieren en meren het enige ware… Vissen zoals Charles, Hans en Walter dat hebben gedaan. Ik koester hun boeken, hun technieken, hun vliegvistips, hun vliegvismaterialen. Noem het maar nostalgie voor mijn part. Noem het snobisme, purisme of voor mijn part ouderwetse eigenwijsheid. Ik weet wel beter.
Bijvoorbeeld toen ik in vorige week aan de Wenne in het Sauerland mijn 36 jaar oude splitcane vliegenhengel van Walter Brunner uit het foudraal liet glijden en deze hengel kon optuigen met een (oké, ook weer ouderwets) zijden vliegenlijn.
Om eerlijk te zijn heb ik niet zo vaak met deze hengel gevist. Ik was er tot nu toe gewoon te zuinig op. Het is een fantastisch product. Uit de vaardige handen van de beste splitcane hengelbouwer die er naar mijn smaak heeft bestaan. Splitcanes van Hardy en van Pezon et Michel of van bekende Amerikaanse merken komen naar mijn idee niet in de buurt. De “Brunners” hebben een geheel eigen actie. Een actie die overigens helemaal hoort bij de werptechniek van Gebetsroither. Een strakke actie dus. Niet zo parabolisch als die van Hardy en Pezon. Een voorloper van de actie die nu wordt bereikt met een goede carbon vliegenhengel.
Brunner bouwde zijn eerste vliegenhengels als hobbyist in de vijftiger jaren. Hij was op dit gebied een autodidact. Vanaf 1963 ontstond de eerste serie hengels die voor de verkoop bedoeld waren onder de naam Austria. Hij heeft tot zijn pensioen met de firma Brunner-Austria hengels gebouwd maar nooit enige concessie gedaan aan de hoge kwaliteitseisen die hij er vanaf het allereerste begin aan stelde.
Om de kop van dit artikel eer aan te doen ontkom ik er niet aan om Walter Brunner te kwalificeren als de Meister (denk aan grootheden als Franz Beckenbauer, Herbert von Karajan of Mozart). Het lijkt misschien wat overdreven, maar toch moet Walter Brunner op dat niveau worden ingeschaald als het om het bouwen van splitcane vliegenhengels ging. Geen wonder dat op eBay en in vliegvistijdschriften in heel Europa advertenties voorkomen waar aan een Walter Brunner vliegenhengel grif een prijskaartje tussen 1.100 en 1.500 euro hangt.
Om terug te komen op mijn Walter Brunner. Het is een hengel van het type Excellent. Lengte 7 voet (2,10 meter), werpvermogen aftma 4 tot 5. Fraaie kurken handgreep van de beste kwaliteit kurk (dat kon in de 60-er en 70-er jaren nog) en op de handgreep geplaatste reelringen. Gevoerd top- en startoog, hardverchroomde slangenogen en een metalen pen-/busverbinding die akelig precies sluit. De afwerking van de ogenwikkelingen en de laklaag past helemaal bij de naam van deze hengel: “excellent”.
Toch zijn er types uit de serie splitcane vliegenhengels die nog meer gewild zijn. Types als de Cherie en Gebetsroither Super zijn nog meer gevraagd, als ze al te verkrijgen zijn. Het zijn geluksvogels die deze hengels kunnen kopen uit nalatenschappen van fervente vliegvissers oude stijl.
Om eerlijk te zijn hebben hedendaagse carbon vliegenhengels van goede kwaliteit zoals bijvoorbeeld een Sage, een Winston, een Thomas & Thomas, een Orvis en ook Hardy, vistechnisch de Brunners ingehaald. De voordelen van het moderne materiaal zijn zodanig ver doorontwikkeld dat de basiseigenschappen van splitcane niet helemaal gelijke tred hebben kunnen houden. Maar toch, zo heel ver liggen de kwaliteiten niet uit elkaar. Het gewicht van splitcane (mijn hengel weegt 80 gram) is iets zwaarder en met name als het om langere hengels gaat is het werpen met carbon vliegen hengels gewoon gemakkelijker.
Toch neem ik die technische achterstand graag voor lief als ik met licht materiaal en een niet te grote droge vlieg, haak 18 tot hoogstens 14, in een beek sta en die aan een stijgende vlagzalm of beekforel mag presenteren. Subtiel en technisch zoals Charles, Hans en Walter dat ook deden. Als ik dan enkele goede dertigers vangen mag, dan kunnen mij de tig-ponders zalm in het viskamp in het verre Mongolië echt niet bekoren… Met dank aan de “Meister” Walter Brunner.
Zie ook hier voor meer info over Walter Brunner.





