Over karperhengels

Als reactie op het artikel “Pleidooi voor een klassieke penhengel” van Wim Ter Voert ontvingen we een artikel van Hans van der Pauw over karperhengels. Het artikel was in de jaren negentig al eens gepubliceerd in Het Visblad en later iets bijgewerkt voor zijn boek “Tijdloos Sportvissen”. Dat boek kreeg uiteindelijk echter een ander karakter en het artikel is daarin toen niet meer opgenomen.

In het midden van de jaren zeventig werkte ik free-lance in de hengelsportzaak van Ronald Fenger in Rotterdam. Er bestond daar toen een soort taakverdeling bij het adviseren van klanten, waarbij ik graag het karpervissen voor mijn rekening nam. Karperen was in die tijd als specialisme sterk in opkomst. De technieken die daar toen bij werden toegepast, zijn inmiddels “klassiek” gaan heten: in hoofdzaak penvissen, bodemvissen met weinig of geen lood en korstvissen. Als geld geen rol speelde en er geen uitzonderlijke visomstandigheden waren, was mijn advies duidelijk. De best denkbare all-round uitrusting was dan een Richard Walker karperhengel van Hardy (10 voet, 1,5 lbs testcurve en van holglas uiteraard) gecombineerd met een ABU Cardinal 44 werpmolen en een nylonlijntje van 6 à 8 pond trekkracht. Daar viste ik zelf ook het meest mee. En wat die uitzonderlijke omstandigheden betreft, het kwam wel eens voor dat iemand vaak viste op plaatsen waar struiken of overhangende bomen het manoevreren met een 10-voeter lastig maakten. In zo’n geval was dan bijvoorbeeld een 8-voets Hardy Spinning gemakkelijker te hanteren. Dergelijke korte hengels zouden vele jaren later als “stalking rods” opnieuw in trek komen.

De best denkbare all-round uitrusting

Inmiddels is er in de afgelopen 25 jaar veel veranderd in de meningen over wat de prettigste hengels zijn om karper aan te vangen, ofwel - en dat is meestal heel wat anders - wat de meest efficiënte hengels zijn om zoveel mogelijk karper per sessie mee op de kant te krijgen. Er kwamen andere materialen beschikbaar, zowel op het gebied van de kunstvezels (carbon, Kevlar, Dyneema) en de daarbij gebruikte harsen, als op het gebied van de afwerking van de hengel (zeer gladde, slijtvaste ogen, carbon reelhouders, duplon handgrepen en dergelijke). Er werden ook andere vistechnieken ontwikkeld, die om andere, vooral zwaardere hengeltypes vroegen. Maar de belangrijkste verandering was wel de mentaliteitsverandering die om zich heen greep. Het kwantitatieve eindresultaat van de visserij werd allesbepalend. Er telde in hoofdzaak nog maar één ding: zo veel mogelijk zo zwaar mogelijke karpers op je naam krijgen. De manier waarop dit verwezenlijkt moest worden, werd volkomen ondergeschikt gemaakt aan dit doel. Technieken waarbij een karper zichzelf haakt aan een zwaar stuk lood, bleken inderdaad bijzonder productief. Maar het eens zo verfijnde karpervissen zakte zo voor een belangrijk deel wel af tot een nogal lompe visserij. Vaak ook tot een luie en achteloze visserij, waarbij de vraag is gaan tellen: hoe doden we de tijd op onze stretcher tot het gepiep van de electronische beetverklikker ons eraan herinnert dat we zitten te vissen?

Terug nu naar de ontwikkelingen in het midden van de jaren zeventig. Rond die tijd drong hier van overzee het afstandsvissen op karper door, dat met name in het zuidoosten van Engeland sinds enkele jaren steeds meer werd toegepast. De vraag naar snellere en langere karperhengels - d.w.z. sneller dan de traditionele soepele Mark-IV types en langer dan de gebruikelijke 10 voet - nam daardoor ook in Nederland toe. Nu was Ronald Fenger in die tijd importeur van het befaamde merk Hardy en hij liet door deze firma exclusief voor zijn afzetgebied (de Benelux) een serie van aanvankelijk vier lichte, soepele werphengels bouwen (een ultralichtje en drie brasem- annex snoekbaarshengels), de zogenaamde Benelux-serie. Fenger zag er commercieel wel wat in deze serie uit te breiden met een karperhengel en hij vroeg mij daarvoor een ontwerp te maken. Overeenkomstig de vraag van dat moment stelde ik hem een wat langere, snellere karperhengel voor. Ik viste zelf al af en toe met een voor die tijd vrij snelle hengel, een door mij zelf afgebouwde strakke Fibatube-blank van het Avon-type (10 voet, 1,25 lbs). Die gebruikte ik voor het vissen op de lijn (free-lining), waarbij meestal met een snelle haal geslagen moet worden. Eind mei 1977 diende ik een op papier uitgewerkt ontwerp in voor een soortgelijke, even zware hengel, nog van glasvezel uiteraard, die wel iets langer was (10,5 voet) maar die daarbij toch zijn snelheid behield. Deze hengel kwam een aantal maanden later op de markt onder de naam Hardy Benelux V. Prijskaartje: 225 gulden. Ik geloof wel dat er in korte tijd behoorlijk wat van verkocht zijn, maar na een paar jaar was het nieuwtje eraf en bovendien kwam toen de ontwikkeling van karperhengels in een stroomversnelling, waarbij zowel door schrijvende vissers als in gerichte reclame door de handel in hoog tempo steeds weer andere, “nieuwere” hengels gepropageerd werden.

Zelf ben ik overigens nooit in het bezit geweest van zo’n Benelux V, al was het mijn eigen ontwerp - ik zat indertijd niet zo ruim in de slappe was. In de omstandigheden waarin een snelle hengel de voorkeur genoot, viste ik vrolijk verder met mijn zelfgebouwde Fibatube Avon en ik geloof niet dat ik daardoor veel tekort gekomen ben. Karperen doe ik echter nog altijd bij voorkeur op vrij korte afstand, vaak met een klein vlokdobbertje op de kruip-en-besluip-methode (”stalking”). En daarvoor is de Richard Walker karperhengel van Hardy nog steeds mijn favoriet. Een “ouderwetse” holglas hengel, jawel, en daarmee precies die soepele, taaie stok die ik voor geen enkele carbonhengel zou willen ruilen! Glasvezel is immers voor tal van doeleinden functioneel nooit achterhaald door carbon-fiber. Beide materialen hebben elk hun eigen voor- en nadelen en daarmee hun eigen toepassingsmogelijkheden. Voor sommige hengeltypes is carbon een superieur materiaal, andere kunnen weer beter van glasvezel worden gebouwd. Het valt dan ook te betreuren dat glasvezel vrij algemeen wordt beschouwd als achterhaald voor de hengelbouw en dat hoogwaardige hengels en blanks van dat materiaal nauwelijks meer worden geproduceerd.

Tijdloos Sportvissen

Toch blijkt er de laatste jaren weer sprake te zijn van een herwaardering voor hengels van glasvezel, wat zich onder meer vertaalt in de prijzen voor gebruikte holglas kwaliteitshengels, die nu vaak al meer opbrengen dan hun oorspronkelijke nieuwprijs. En sterker nog: in 2009 brengt Hardy zelfs opnieuw holglas hengels op de markt, een serie vliegenhengels in dit geval, vanwege de speciale mogelijkheden van dat materiaal.

Net als dat bij de Benelux-serie het geval was, maakte Hardy ook voor andere landen speciale hengels. Ik heb zelf in de jaren ‘80 Hardy zeeforelhengels gezien in Denemarken, en Jim Hardy schreef me toevallig in juli 2008 nog dat Hardy indertijd ook voor andere landen speciale hengels fabriceerde. Hij had het echter ondoenlijk gevonden ook die series op te nemen in zijn boek, “The House the Hardy Brothers built”, zodat daarin op de productielijsten alleen maar de hengels uit de Britse catalogi zijn opgenomen.

In mijn boek “Tijdloos Sportvissen” uit 2006 valt wat meer te lezen over de klassieke karperhengels, zoals de oorspronkelijke splitcane Mark IV hengels en hun holglas opvolgers, en over hoe daar indertijd mee gevist werd.