Dromen in Dalarna 3 - Eindelijk vakantie!
Wilfred en Brenda kennen elkaar nu inmiddels ruim vijf jaar. Al na één jaar wisten ze het: samen verder door het leven. Hierdoor veranderde het vrijgezellen leven voor Wilfred drastisch. Ineens woonde hij samen met een vrouw en haar twee dochters.
Na het snel achter elkaar overlijden van zijn beide ouders en z’n nieuwe situatie als ouder/opvoeder werden voor Wilfred andere waarden belangrijker. Samen met Brenda dagdroomde hij over verhuizen naar rustiger oorden, naar vrijheid, naar bossen met riviertjes en verstilde meren. Het zo populaire emigreren, is door hun omstandigheden nog niet voor hen weggelegd. Maar ze wilden het wel dichterbij brengen.
In een serie artikelen kun je hun verhaal van hun huizenjacht in Zweden volgen waarbij het vissen en hun gezamenlijk passie voor water het leidmotief is.
Ik zit achter de computer en kijk naar buiten. Het is al donker maar de dagen beginnen al te lengen. Het is tijd om de boot van Kiel naar Götenborg te boeken. Of zullen we toch maar de duurdere boot via Oslo nemen?
Het is eigenlijk gekkenwerk dat je al maanden van te voren de boot moet boeken. Scandinavië stijgt nu eenmaal in populariteit. Dat ervoeren wij ook in de zomer van 2007. Naar Zweden zouden we gaan, hadden we tegen de kinderen gezegd. “Gatver, wat moet je daar nu doen”, was gelijk het antwoord. En laten we eerlijk zijn. Zij waren Kroatië gewend en daar zouden ze met hun natuurlijke vader ook dit jaar weer heen gaan. Dat is dan weer één van de weinige voordelen van een scheidingssituatie: je ontvangt alles dubbel dus ook de vakantie.
Toch vonden ze het ook wel spannend want we zouden met de boot gaan met onbeperkt eten; smörgåsbord, zo’n typische lopend Zweeds buffet. En kunnen eten en drinken wat je wil, is altijd goed…
De rit naar Kiel ging voorspoedig en aangezien ik overal en altijd op tijd wil zijn, betekende dat we uren op de parkeerplaats konden rondhangen voordat we boot op mochten. Als alles gaat rijden, breekt de heerlijke chaos los. Want organiseren kunnen de Zweden niet. Uiteindelijk staat iedereen drie rijen dik onder in de boot. Snel de bagage er uit en dan zo snel mogelijk naar de vier persoonshut. Wel eerst met z’n allen goed onthouden waar en op welk dek de auto geparkeerd staat. Het is altijd verwonderlijk hoe de oudste, die veelal graag dwars ligt, zich opwerpt als iemand die het allemaal wel regelt en weet.
De hut bleek klein maar comfortabel. De bedden werden uitgeklapt en ik pakte alvast de douche terwijl de kinderen knokten wie er boven of onder mocht liggen. Even later dwalen we over het dek en zien in de verte de kust van Denemarken aan ons voorbij glijden. De zon schijnt mooi over het water en iedereen komt al goed in de stemming. Met een behoorlijke trek begeven we ons naar het buffet waar geen woord te veel over is gezegd. Allemachtig, wat een eten! Allerlei soorten vlees en vis, diverse groentes afgewisseld met typisch Zweedse gerechten en ik weet niet wat nog allemaal meer. Brenda en ik scheppen het bord wel drie keer vol, daarna een kaasplankje en afsluiten met de keuze uit een mix van zo’n acht soorten nagerechten. En alles weggespoeld met licht Zweeds bier en wijn. Dat was overigens de laatste keer dat we onbeperkt wijn en bier nemen want de boetes zijn niet mals. Wat dacht je van een bon van circa 2.000 euro en een half jaar brommen? Onderweg spraken we een Nederlander die het was overkomen in 2005.
’s Nachts sliepen we weinig. De kinderen waren druk in hun slaap, Brenda was bang dat er één zou gaan slaapwandelen en ik lag al te denken aan de volgende dag. Dus enigszins geradbraakt verschenen we aan… alweer een lopend ontbijtbuffet… maar wel met goede zin voor de dag die komen zou.
Het van de boot afrijden was al net zo’n zenuwengedoe als de boot oprijden. Ik had maar één ding in ‘t hoofd: zo snel mogelijk de goede rijksweg vanuit Göteborg pakken en tempo maken. We hadden immers een lange reis voor de boeg. De eerste locatie in deze drie weken was een goed aangeschreven camping in het zuiden van de provincie Dalarna, ook wel de meest Zweedse provincie genoemd. Maar daarvoor moesten we eerst langs het grote meer Vänern rijden. Als alles nieuw is voor je, doe je veel indrukken op. De heenweg leek dan ook ontzettend lang en het was ook niet meer dan begrijpelijk dat de kinderen het na een aantal uur behoorlijk zat waren. Ook wij hadden na een tijdje het gevoel, komt hier nog wel een einde aan? Maar met de kaart op schoot en de omgeving goed in de gaten houdend, zie je toch dat je langzaam dichter bij je doel komt.
br>
Als dan eindelijk de Camping Johannisholm opdoemt, is alles vergeten. We worden welkom geheten en naar onze hut begeleid. Geen superluxe onderkomen maar alles is aanwezig en de kinderen slapen op een soort zoldertje dat het geheel al spannend genoeg maakt. Het uitzicht over het meer is fenomenaal maar na het lange rijden ben ik nog maar de enige die daar oog voor heeft. Iedereen gaat uiteindelijk bekaf onder zeil en slaapt een gat in de dag.
br>
De volgende dag wordt de omgeving verkend en natuurlijk zie ik al ongekende vismogelijkheden. Maar goed, je bent met het gezin dus dan is het toch aanpassen. Gelukkig heeft deze camping goed begrepen waar mensen voor naar Zweden komen. Het wordt dan ook gerund door het Nederlandse echtpaar Peter en Pauline; beiden afkomstig van Defensie en jaren geleden naar Zweden geëmigreerd. Men organiseert kompastochten voor de kleintjes, vlotten bouwen voor de pubers en mensen die er met z’n allen op uit willen, kunnen aan een heuse moerastocht deelnemen. Bever en elandsafari’s behoren eveneens tot de mogelijkheden. En voor de actievelingen zijn er kano’s te huur voor een lange tocht of kan men een klimwand trotseren. We zouden ons niet vervelen.
Als ik ’s avonds aan de elandsafari deelneem, voel ik mij niet echt lekker. Uiteindelijk besluit ik toch maar mee te gaan. Helaas wordt ik ’s nachts geveld door een raar soort virus dat de camping teistert. De leiding van de camping begint behoorlijk nerveus te worden als de één na de ander gast doodziek in bed ligt. De vrouw van het stel dat de camping leidt, wordt uiteindelijk ook getroffen. Het virus is verschrikkelijk; ik lig de gehele nacht te braken en na de zesde keer spugen ben ik zo hondsziek dat ik alleen nog maar dood wil.
Als ik uiteindelijk voel dat het afneemt en ik langzaam wegzak in een diepe slaap heb ik ‘t gevoel dat ik nog nooit zo dankbaar ben geweest. Zo ziek kan een mens zijn. Ook Brenda is kapot want die heeft de gehele nacht met een emmer kunnen rondlopen. Alleen Judith, onze oudste, wordt licht door het virus getroffen en daarna is ook dit ongemak achter de rug. De volgende dag stond immers een ruige tocht met quads op het programma en daar moest en zou ik aan mee doen. En met wat paracetamol in de pens moest het lukken.
Met een vijftal quads gingen we ’s middags op pad. Helm op, uiteraard, want het kan ook aardig mis gaan. Judith zou bij de begeleider achterop gaan. Eerst reden we een proefrondje waarbij ik er gelijk achter kwam dat het helemaal niet makkelijk was. Uiteindelijk kreeg ik ‘t apparaat onder controle en daar gingen we. Dat het ruig zou worden, bleek na een half uur rijden wel: nauwe paadjes met boomwortels, afgewisseld met steile hellingen en af en toe prachtige vergezichten. In één woord geweldig. Later kwamen we ook nog ’s een jonge elandenkoe tegen en de middag kon voor Judith en mij niet meer stuk. Ondanks de slapte in de benen was ik blij dat ik mij toch had vermand en mee was gegaan.
Britt verkoos als kleine opdonder de klimwand te trotseren. Hiermee oogstte ze bij één van de begeleiders grote waardering en uiteindelijk wist deze haar helemaal naar de bovenzijde van de wand te praten. Ik doe ‘t haar niet na.
In de avonduren werd er door mij uiteraard gevist. De rivier die vlak bij de camping in het meer uitmondde, is de Vanån. Deze staat goed aangeschreven voor middelgrote snoek en daar waar ‘t harder stroomt is het een goede vlagzalmrivier. Ik heb mij alleen beperkt tot snoek en die zat er in grote hoeveelheden. Maar wat heb ik veel gemist. Kleine pluggen en streamers werden ingezet. Het was opvallend dat de meeste aanvallen op de plug plaatsvonden op het moment dat de plug stillag. Die truc heb ik vaak herhaald met af en toe een fraaie 70-er als resultaat. Een fototoestel ging nooit mee, daar moest teveel voor gezwoegd worden want je kreeg de vissen niet voor niets. Met de lieslaarzen aan was het hard werken om vanaf de zompige oevers te vissen. Klimmen over stenen en onder overhangende takken doorkruipen… aan het eind van de avond ging ik doodmoe terug naar de camping, meestal geheel onder de bagger. Onderweg zag ik sporen van bevers en elanden. En de stilte, die was overweldigend.
Met weemoed verlieten we na ruim een week de camping. Het echtpaar Peter en Pauline had het allemaal mooi voor elkaar en we beloofden ooit nog ’s terug te komen niet wetende dat dit sneller zou zijn dan we dachten.
We reden de prachtige provincie Dalarna uit in zuidelijke richting naar de provincie Värmland. Dit deel wordt duidelijk door meer Nederlanders bezocht. Hier kwamen we dan ook tal van huisjes van Nederlanders tegen die verhuurd werden. Ook wij hadden een huisje van een particulier gehuurd. Op zich een leuk optrekje maar het was voor mij toch allemaal te veel een soort Benidorm van Zweden. Als je in een winkel komt en men vraagt in het Nederlands waar de kaas ligt, dan heb ik ‘t snel gehad.
Ook hier hadden we weer prachtig zomerweer op een enkele regenbui na.
Natuurlijk was de overgang van de camping naar een huisje aan de rand van de bossen nogal groot maar er bleek in de omgeving genoeg te doen. Met name het grote waterattractiepark in het plaatsje Sunne was voor de kinderen het einde. En ik? Ach, ik vermaakte mij wel met het bestuderen van de Zweedse jonge meiden: daar zat geen gram verkeerd aan!
Na enkele dagen begon het weer de kriebelen. Er moest toch weer even gevist worden. Al wadend trok ik langs de brede rietkragen en lelievelden. Streamers, lepels en pluggen werden langs de vegetatie getrokken maar een aanbeet bleef uit. Toch was ‘t een prachtig meer waar ik ’s avonds naar toe toog. Er werden ook beste snoeken gevangen maar allemaal trollend vanuit een boot. Mogelijk dat het warme weer debet was aan het uitblijven van vangsten in de oeverzone.
Op de kaart had ik gezien dat het meer overging in een riviertje. Op een avond begaf ik mij naar dit riviertje. De vliegenhengel liet ik thuis en daar zou ik spijt van krijgen. Na even zoeken vond ik een pad met een bruggetje waar ik de auto kon parkeren. Gewapend met een Fair Play 10-grammer en een tas vol kunstaas baande ik mij een weg door het struikgewas. De muggenolie had ik rijkelijk op handen en gezicht gesmeerd en dat bleek geen overbodige luxe.
Door eerdere ervaringen was ik er van uit gegaan dat dit weer zo’n traag stromende beek zou zijn met diepe pools; vaak water voor middelgrote snoek. Dat er forel of vlagzalm zou zitten, verwachtte ik niet in dit deel van Zweden. Toen ik een snel draaiende spinner tegen de andere zijde plaatste en deze langs een boomstronk trok, was ik dan ook stomverbaasd dat er een schooltje vlagzalmen van redelijk formaat achteraan zwom. Tot twee keer toe werd de spinner geattaqueerd maar door de kleine, onderstandige bek lukte het de vlagzalmen niet de spinner echt vol in de bek te nemen. Inmiddels kon ik mij wel voor m’n kop slaan dat ik mijn vliegenhengel in het huisje had gelaten. En diep geviste nimf zou hier wonderen hebben verricht. Het water was ook nog eens glas maar dan ook glashelder zodat ik de vissen goed kon waarnemen.
Na deze frustratie baande ik mij verder een weg. Dit soort gebieden zijn nu eenmaal niet makkelijk toegankelijk dus er werd veel gevraagd van mijn doorzettingsvermogen. Klimmen en klauteren, dan weer onder takken door, de beek in en weer uit. Mijn shirt begon al aardige zweetplekken te vertonen.
Op een gegeven moment kom ik bij een flinke bocht in de beek. De oever in de binnenbocht loopt langzaam af en ik loop met de lieslaarzen een stukje het water in. De lichte zandbodem bood hier geen schuilplaats maar aan de overzijde zag ik een dieper stuk waar zich organisch materiaal had verzameld zodat het een donkere vlek leek. Een flinke overhangende boom maakte van dit deel een ideale schuilplaats voor… ja, voor wat eigenlijk? Door de aanwezigheid van vlagzalm was ik een beetje onzeker wat ik verder kon verwachten.
De spinner werd dicht tegen de overzijde geplaatst en liet ik even afzinken. De stroom liet de spinner al enigszins van de oever af zeilen dus begon ik al snel binnen te draaien. Ik zie de spinner ineens duidelijk te voorschijn komen uit de donkere plek en pal daarachter komt een fraaie snoek. Ik zie hoe het beest versnelt, zich kromt, de kieuwdeksels klappen open en ineens is daar een felle ruk en de 10-grammer kromt zich behoorlijk. De slip doet z’n werk en ik moet dan ook alle zeilen bijzetten om deze fraaie zeventiger te landen. Uiteraard had ik de camera thuisgelaten zodat ik die avond een tweede teleurstelling moet wegslikken. Maar het moment van die aanval nemen ze mij nooit meer af. Werkelijk prachtig om zo goed en zo haarscherp afgetekend boven de zandbodem deze aanval te mogen waarnemen.
De snoek laat ik los en het dier zwemt langzaam naar het midden om nog goed zichtbaar te blijven staan. Ik had besloten om toch maar een donker bontstreamertje aan te knopen want daar zou ik met behulp van de stroming meer kunnen spelen. Voor de grap werp ik de streamer naar het midden om te zien hoe de snoek zou reageren. Voordat ik het weet, schiet de snoek naar voren en grijpt de streamer vol in de bek. Weer volgt een dril en weer laat ik de snoek los. Dit is toch wel een zeer bijzondere ervaring.
En ja, ik kan het niet laten. Ik knoop een andere streamer aan en werp nu ver voorbij de snoek. Zodra deze echter de streamer in het zicht heeft, gaat de snoek opnieuw tot de aanval over. Op het laatste moment weet ik net op tijd het kunstaas weg te trekken. Ik haal dit geintje nog één keer uit met hetzelfde resultaat maar daarna zwemt de snoek langzaam terug naar de donkere plek. Ik weet niet wie van ons tweeën nu meer verbaasd was.
Een stukje verder langs de beek zie ik tussen de bomen een poeltje van pakweg honderd vierkante meter. De poel heeft duidelijk verbinding met de beek in tijden van hoog water maar is nu afgesloten. Toch staat er voldoende water in om een worpje te wagen. Eigenlijk ziet het er belachelijk uit want het is of je in een tuinvijver vist. Tot mijn grote verbazing zie ik het water golven en ineens hangt daar een snoekje aan. Na het terugzetten kan ik het niet nalaten om de uitdaging aan te gaan. Want waar één snoek zit, zit er misschien nog wel één. Waar is niet duidelijk want deze poel is al zo klein. Aan m’n rechterzijde liggen wat afgestorven planten aan het oppervlak. Zou dan toch… misschien… daar? De streamer gaat er langs en dan bolt het water op. Ik zie een forse kop en de hengel staat al krom voor ik het weet. Dit is ongelofelijk; dit kan eigenlijk niet. En toch is ‘t zo. Na een pittige dril komt een dikke zeventiger binnen handbereik.
Ik moet even zitten want dit is echt te gek voor woorden. Ik denk niet dat iemand mij geloofd zou hebben als ik de plek zou laten zien en het resultaat zou vertellen. Ik steek een klein sigaartje op en geniet nog even na.
Het wordt al langzaam schemerig en er komt nevel boven het water te hangen. Mijn sigarenrook vermengt zich met de nevel. Een stuk verderop hoor ik ineens een enorme klap. De klap is te hard voor een vis. Dus moet het wel… Inderdaad, als ik dichterbij kom, zie ik een pracht van een beverburcht. De afgekloven stompen waren mij al eerder opgevallen. Helaas heb ik het echtpaar bever niet kunnen waarnemen.
Ik besluit nu echt terug te gaan want het is toch een hele tippel terug naar de auto. Een enorm gekraak verscheurt de stilte. De haren in m’n nek staan overeind van schrik. Ik ben voorbereid op iets groots dat uit de struiken moet komen. Maar het verplaatst zich de andere kant op. Even laten hoor ik een zwaar soort galop en ik besluit dat het wel een eland moet zijn geweest die ik heb laten schrikken. Nou ja, zelf ben ik ook wel enigszins wit om de neus.
Wat een avond. Met een voldaan gevoel rijd ik terug om even later met veel te luide stem als een kleine jongen m’n avonturen aan Brenda te vertellen.
Natuurlijk, het is vakantie maar we kwamen ook om de sfeer te proeven met in het achterhoofd het idee om naar vastgoed uit te kijken. De kinderen hebben er al gelijk de pest over in als ze horen dat we ook langs enkele makelaars willen. Er volgt een avontuur van diverse bezoeken aan makelaars en bemiddelaars, alles in gebroken Engels met hier en daar een opgepikt Zweeds woord. Al snel leren we van alles over drinkwater- en rioleringssystemen, soorten van verwarming, dat veel huizen asbest bevatten, de prijzen enorm verschillen en dat iedereen zich gek laat maken door de lage huizenprijs. We leren ook dat er vele mensen klaar staan om jou te helpen met een overhaaste beslissing. En dat zijn niet alleen Zweden. Ook diverse, zich aldaar gevestigde Nederlanders hebben de markt ontdekt en proberen ook hun landgenoten over te halen toch vooral een krot in een oninteressant gebied te kopen. Uiteraard voor forse bemiddelingskosten.
Een overhaaste beslissing is zo genomen. Want zeg nou zelf, als je 25.000 euro meeneemt en een lening bij een Zweedse bank van nog eens zo’n bedrag voor elkaar weet te krijgen en je kunt daar al een kleine cottage voor kopen dan wordt men al snel gretig.
We bezoeken zelfs een huis en worden al helemaal enthousiast. Maar toch, het voelt niet goed. Dit gaat te snel. Er dient nog meer uitgezocht te worden en vooral meer rondgereden te worden om een gevoel te krijgen bij de omgeving.
Het is ons al wel duidelijk geworden dat dit wel eens onze ontsnapping uit Nederland zou kunnen gaan betekenen. We zouden zo’n huisje van de erfenis van mijn ouders kunnen bekostigen en de maandelijkse kosten zouden opgebracht kunnen worden. Echt sparen zat er dan niet meer in maar we hebben dan wel een vooruitgeschoven post om te betrekken als we vroegtijdig willen stoppen met werk. Onze Nederlandse woning zou dan het pensioengat moeten dichten.
En zo brachten we, toen de kinderen al sliepen, vele uren pratend door met een glas whisky in de hand. Zelfs op de terugweg werd tot vervelends toe over woningen gesproken.
Zodra we thuis zijn, gaan de kinderen met hun natuurlijke vader weer op vakantie. Dat zijn zo de voordelen van een scheiding. Brenda en ik zouden wat spullen uitwassen om vervolgens terug te gaan voor een meer gedegen zoektocht die tot onze eigen verbazing een wending zou krijgen die wij nooit hadden kunnen vermoeden.














