Het seizoen

Vandaag, woensdag 29 september, een vrije dag opgenomen. Eindelijk weer de ruimte en tijd om buiten te zijn en te gaan vissen. De herfst zit duidelijk in de lucht. Ik kan het ruiken. Zelfs hier in huis, waar kastanjes even hun vertrouwde geur verspreiden nadat ze natgeregend zijn binnengebracht. Ik hoor het aan de roep van de ganzen. Ineens zijn ze er weer. Niet het slag dat hier het hele jaar door verblijft, maar die eerste wintergasten vanuit het hoge noorden. Herfst! Ik kan het zien aan het warme septemberlicht dat het rijpe maïs van een gouden gloed voorziet. Ik voelde het vanochtend vroeg in mijn gezicht, die prikkelende tinteling van rond het vriespunt. Het is een schoon gevoel, alsof de kou mijn gedachten zuivert, mijn zicht op de zaken verheldert en de dagelijkse beslommeringen weer in het juiste perspectief plaatst. En hoewel alles wat bloeide en groeide nu dienst heeft gedaan, en wordt opgeruimd of afsterft, toch onthult dit verval nieuwe mogelijkheden. Als een frisse wind die de boel eens goed schoonblaast, en ruimte geeft aan nieuwe kansen.

Snoekeblêd afgelopen zomer

Dat is de herfst, nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden. Voor een kunstaasvisser dan wel. Of in ieder geval voor mijzelf. De herfst is het begin van een seizoen. Hét seizoen. Van oudsher, en nu nog steeds. Want wat zo diep ingesleten is, dat blijft altijd aanwezig. De start van het snoekseizoen, simpelweg omdat in deze tijd van het jaar het polderland weer langzaamaan toegankelijk is, de oevers begaanbaar worden, en het water in de geschoonde sloten weer kan vrij kan stromen en bevist kan worden met de spinner.
Steevast sta ik weer te vroeg in het jaar aan de oevers van favoriete watertjes. Te vroeg omdat de vaarten niet optimaal te bevissen zijn door de nog aanwezige begroeiing in en langs het water. Eigenlijk is dat nu, eind september, ook nog een beetje het geval. Toch is er al hier en daar geschikt polderwater te vinden.

Koeien in reflectie

Vanochtend begonnen in een kleine sloot, ergens in de polders nabij Earnewâld. Dit gebied, op de rand van de Friese Wouden, is een typisch veengebied. Her en der petgaten, veenweiden, ruigtes, en doorspekt met vaartjes en sloten, al dan niet in vergaande staat van verlanding. Een schraal gebied, met bijbehorend door het veen gekleurd water. Een mooie omgeving, waar nauwelijks iemand komt, en waar een ree zich liet zien. Maar zo rustig als de ochtend, zo stil was ook het water. Van de vele baarzen die mijn vismaat hier de afgelopen week heeft gevangen geen spoor. De sloot, die in verbinding staat met een dijksvaart, is ondiep en is nog niet geheel vrij van plantenresten. Er is al wel gehekkeld, maar niet echt met overtuiging uitgevoerd, en het pijlkruid staat her en der nog fier overeind. Uiteindelijk wist ik hier nog wel een klein snoekje te vangen, en had ik nog een volgertje. De eerste snoekjes van het seizoen, te midden van het pijlkruid dat in het Fries toepasselijk snoekeblêd wordt genoemd.

Later op de ochtend naar een andere stek gereden. Inmiddels is deze herfstdag van karakter veranderd. Gaf de vroege ochtend nog een vooruitblik op de aanstaande winter, nu, tegen het middaguur, wordt er even teruggekeken op de afgelopen zomer en kan ik uit de wind en in de zon zonder jas verder vissen.

Het land is erg nat de laatste dagen

Dit keer in een ander gebied. Ergens op de overgang van het oude weide land naar de kleigronden. Polders waarvan de oorsprong zo’n duizend jaar terug ligt in de eerste bedijkingen van kwelders. In een aantal vaarten en sloten is de loop van de oude slenken en geulen misschien wel terug te vinden. Heel ander water dan in de veengebieden. Soms erg helder, en een meer voedzame omgeving voor de vis. De eerste stek die ik hier bezoek blijkt nog te zeer begroeid te zijn om goed te kunnen spinneren. In een van de weinige open plekken tussen de waterplanten zie ik echter een snoek staan. Niet meer dan een donkere streep in het heldere water is te zien, maar het pijlvormige silhouet verraadt onmiskenbaar de ware aard van een echte rover. Roerloos, vermomd in de gedaante van een stok, geduldig afwachtend tot zich iets binnen het bereik van haar schot waagt. Ik sluip naderbij… de open plek tussen de waterplanten biedt voldoende ruimte om de spinner heel precies voorbij de snoek te werpen en op te starten. Terwijl ik de spinner langzaam binnenvis kijk ik naar de snoek, en wanneer het kunstaas mijn blikveld binnendraait zie ik de snoek ineens bewegen. Hij of zij draait en richt zich al op het spinnertje dat zeker nog twee meter van de vis is verwijderd. Dan, wanneer de spinner passeert, is er ineens de weerstand op de hengel. Geen wild schot, wel een beheerst grijpen door een snoek die ik in het heldere water zie naderen en die slechts weinig moeite hoeft te doen om de spinner te pakken. Maar dan is ook direct alle rust op en onder water verdwenen, wanneer de snoek zich bewust wordt van zijn vergissing en het stille wateroppervlak met zijn vluchtpogingen doorbreekt. Ik moet me dan beheersen, en heb moeite om de snoek uit de dikke slierten wier vandaan te houden.

Het op één na grootste exemplaar vandaag

Dan door naar een volgende poldervaart, op zoek naar open water. Ver hoef ik niet te zoeken. En al snel sta ik midden in weids terrein aan de oever van een vaart waar al wel het riet is gemaaid en de begroeiing in het water voor een groot gedeelte is verdwenen. Hier blijken de snoeken aardig los te liggen. Ik ving er nog drie en verspeelde een exemplaar. Ook hier subtiele aanbeten. De rechte dunne nylonlijn, die de koers van de spinner aangeeft, verschuift plots een paar decimeter zijwaarts waarna langzaam de weerstand op de hengel oploopt. Of een klein rukje op de top, en daarna muurvast aan schijnbaar dood gewicht dat na enkele seconden toch besluit tot leven te komen. Misschien is het de subtiliteit van het lichte materiaal dat maakt dat de snoek slechts weinig weerstand voelt en daardoor niet direct door heeft wat er aan de hand is. Het lichte materiaal maakt ook de dril tot een enerverende gebeurtenis. Niet door wilde uitspattingen en staartdansende capriolen, maar juist door het beheerste raffinement. De snoek heeft geen schijn van kans…

Even pauzeren

Het was mooi, en na nog een praatje te maken met een waterschapsman, een boer met zeis, en met een collega visser ga ik naar huis. Thuis wacht het gezin, de kinderen hebben vrij vanmiddag. Thuisgekomen wacht mij een verrassing: een flinke stapel Vissport is door de postbode afgeleverd. Een aantal vrijwel complete jaargangen (met dank aan één van de Flitsend Nylon leden) dat perfect aansluit op de allereerste jaargangen Vissport die ik ooit al vanuit het ouderlijk huis heb meegekregen. Gelijk maar even ingekeken, doorgebladerd, en al lezend na een fijne ochtend spinneren in de polder kom ik tot de aangename conclusie dat sommige zaken in de hengelsport tijdloos zijn.

Gebruikt materiaal: Fair Play Rapier en spinner met 24 mm Indiana blad (pearl kleur).