Op zoek naar de koning van British Columbia - deel 2/2

Chum, chum, chum...

Op één van de vroege ochtenden hoorden we tijdens het inslaan van wat lokale vliegen - je hebt er natuurlijk nooit genoeg al heb je er veel - dat er een Grizzly encounter was geweest aan de rivier, minder dan 200 meter van een plaats waar wij ook al eens met de raft waren geland. We hebben de gids die het overkwam zelf gesproken. Die man zag er helemaal niet goed uit; wel fysiek ongeschonden maar mentaal nog flink beschadigd. De beer was een kijkje komen nemen toen hij een zalm aan het bereiden was aan de rivier; wat natuurlijk vragen om moeilijkheden is. Nou was dat een jonge beer en de gids was er in geslaagd de beer af te schrikken met een bijl (“I swung an axe at him”). Mijn vader had dat verhaal met enig scepsis stilzwijgend aangehoord en hem toen plotseling gevraagd: “let me guess: you sell axes, don’t you?”. Dus dat was wel even lachen. Gids Jeroen verzekerde ons dat hij de bewuste gids kende en dat het verhaal van de ontmoeting ongetwijfeld klopte.

Hoe dan ook, daags erop stond ik vrij diep in de rivier, maar een halve kilometer of zo van de plaats van dat incident, en ik haak een King. Ik begon maar vast naar de kant te waden want ik had wel een beeld van wat er te gebeuren stond. En ja, de vis schoot opeens als een kogel naar de snelle secties van de rivier. Dus het bekende ritueel volgde: lijn strakhouden en langs de oever mee rennen om de vis bij te houden. Nou komt er een moment – als de vis niet losschiet natuurlijk - dat de vis binnen moet komen en dat doe je niet door de lijn zo veel mogelijk op de reel te krijgen; je verliest dan alle rek, die er toch al zo beperkt is met een vliegenlijn en volglijn (de leader is meestal maar tot anderhalve meter lang) en dus moet je naar achteren gaan lopen, net zolang tot je de vis kunt “beachen”. Nou vindt zo’n zalm dat helemaal niks, dat beachen, en dus zijn dat hachelijke taferelen waarbij het water hoog opspat omdat de zalm z’n laatste runs maakt op dertig centimeter water… een schitterend gezicht! Maar ik denk dat ik bij dat naar achteren lopen op de rivierbank nog nooit zo vaak over m’n schouders naar achteren heb gekeken als tijdens die dril. Zo’n verhaal met een Grizzly kruipt dan toch onder je huid. De beer bleef weg, de vis kwam binnen en die woog rond de 30 pond. En dan zit je wel even na te genieten hoor!

The Coloured Prince

De dag erna haakte ik op de rand van de snelle stroming en een wat rustiger gedeelte weer een naar het zich liet aanzien grote vis. Omdat de vis een beetje bleef bokken en trekken maar eigenlijk niet van z’n plaats kwam dacht ik in eerste aanleg aan een grote Chum. Ik riep dan ook naar Derek: “Chum!”. Derek keek naar de hengel, waarvan zes, zeven ogen in het verlengde van de lijn stonden, en riep terug: “Could be a Chinook, I’ve seen this before”. De vis bleef rustig. Minuten verstreken maar van de vis naar mij toe krijgen was geen sprake, het had er eerder de schijn van dat de vis helemaal niet wist dat hij gehaakt was. Ik bewoog maar vast richting de oever en kwam aan land. Achter mij hoorde ik “Ja!”. Ik keek naar Pa die een meter of vijftig verderop met een dubbelgevouwen hengel stond te gebaren dat Derek moest komen. “You hold this fish, right, as I’m gonna help your dad, OK?” zei Derek. Hij verdween richting Pa.

Na een halve minuut komt mijn Abel reel tot leven en begint de reel in een misselijk makend tempo lijn af te geven. Ik houd de boel zo strak als mogelijk – dat is maatwerk, de leader heeft een trekkracht van twintig pond dus als het buigen of barsten wordt dan is het 100% zeker de hengel die barst – maar er is geen houden aan. Nadat meer dan de helft van de backing is verdwenen besluit ik, gids of geen gids, te gaan rennen. Na driehonderd meter over de keien en twee bomen ben ik op gelijke hoogte met de vis en kan ik de lijn flink verkorten. Weer een schot richting zee. Weer rennen, wat met waadpak en waadschoenen over blokken en stronken niet direct heel comfortabel is. Pa en Derek kan ik inmiddels niet meer zien. Nu wordt het penibel, want de rivierbank waarop ik sta eindigt over een meter of twintig met een onderbreking door een zijrivier.

Ik draai de slip nog twee tandjes aan. Nu staat de bovenste twee meter hengel naar de vis gevouwen en voel ik het laatste beetje kracht uit mijn TCX wegvloeien. Breuk hangt heel nadrukkelijk in de lucht. In de verte komt Derek weer aangehold. Ik vrees hevig voor een laatste run naar zee; als de vis nu nog één keer besluit het ruime sop te kiezen en de hoofdstroom bereikt gaat het beslist fout. Maar de vis lijkt juist met de kop stroomopwaarts te liggen, ik kan hem inmiddels op een meter of dertig uit de kant in de oppervlakte zien slaan. Op instructie van Derek loop ik ver naar achteren, blokkeer ik uiteindelijk de slip en zie ik hoe Derek de vis in het net krijgt. Ook zie ik hoe hij zijn handen voor z’n mond slaat en dan naar mij op de oever roept: “That’s a big girl, man!”

Net geen één meter tien...

Ik draai de volglijn op en kijk in het net. Een grote Chinook. Ik kan de vis vervolgens nauwelijks voor de foto omhoog houden want ik krijg mijn hand er ook niet goed onder, ze is veel te breed. Na een lengte en omtrek maat te hebben genomen is de conclusie dat de vis “in the low forties, but definitely in the forties” zit. Ze haalt net geen één meter tien…

Dat ik, terug bij Pa, die mij omstandig feliciteert en zich verontschuldigt voor het feit dat zijn knieën echt geen halve kilometer gestruikel langs de oever toelaten, op de eerstvolgende worp weer een King haak en land - maar nu een kleine, iets gekleurde, wat er op duidt dat de vis even in de “tidal section’ heeft gezeten alvorens op te trekken - doet er niet meer toe. Genoeg is genoeg. We poseren met de kleine Chinook en gaan daarna langdurig ons geluk overdenken.

Wat moet je verder nog van zo’n trip beschrijven? Dat vliegvissen ontstellend productief kan zijn en niet alleen moeilijk doen is? Dat we op de laatste middag ons helemaal klem hebben gevangen aan Chum’s en haast elke worp een vis tussen 12 en 20 pond opleverde? Dat we uiteindelijk meer dan 200 zalmen hebben gevangen? Ik denk het niet.

Big Chum!

Wat nog wel onderbelicht is gebleven, is de natuur. Sprookjesachtig mooi. De rivier, de bomen, de besneeuwde toppen erachter, de stilte, de vele arenden in de lucht, de vogeltjes die over het wateroppervlak scheren. De wolkenluchten. Alles even mooi… Met als rode draad de altijd aanwezige rivier, soms laag, soms hoog, altijd mooi en indrukwekkend. Het verblijf in de Pioneer Lodge is ons goed bevallen. Onze hoop dat wij in navolging van Rusland een paar kilo kwijt zouden raken werd echter niet bewaarheid. Daarvoor leggen Pip & Jezz je te zeer in de watten, het was beslist “truly excellent” en de ambiance droeg belangrijk bij aan de hele ervaring.

Nature calling...

Het team van Jeroen, dat verder wordt gevormd door Derek, Manon en David, is op en top professioneel en resultaatgericht, niet alleen in termen van vis maar ook van het welzijn van de vissers, die hier nu eenmaal klanten zijn. We zijn dan ook bepaald onder de indruk van de Skeena River Lodge experience maar zijn enigszins bevreesd dat wanneer op grote schaal bekend wordt wat Jeroen hier presteert het vissen met hem er niet eenvoudiger op gaat worden. Hij heeft het nu al erg druk maar dat zal alleen maar erger worden nu ook zijn internationale faam snel toeneemt.

En ja, we hebben nu het plaatje van het zalmvissen completer gekregen. Niet dat we nu experts zijn, maar we zijn inmiddels, en niet zonder succes, zowel in het walhalla voor de Atlantische zalm geweest, Kola, als in het epicentrum van de Pacifische zalm, de Skeena regio. Een paar woorden nog daarover. Wat Rusland biedt is naast het vissen ook introspectie, om niet te zeggen een welhaast psychedelische trip. De taal, de grauwheid van Rusland, de leegte van oost Kola, de onvermijdelijke wodka, het niet donker worden, het draagt allemaal bij aan het gevoel van desoriëntatie. Als je daar aan de rivier zit, honderden kilometers van zelfs maar een rudimentair bewoonde wereld, met alleen een afspraak met een helicopter om je weer op te halen, dan ben je je bewust van het feit dat dit alles niet meer alleen over een hobby gaat. En de omgeving daar appelleert hevig aan dat gevoel; en daar zijn, in die leegte, voelt heel natuurlijk aan. Het verblijf daar is dan ook een soort van bewustwording: dit is nu wat we als mens honderdduizenden jaren achtereen hebben gedaan, en niet het vissen in zo’n gebied voelt daarom als buitenissig, onze moderne maatschappij lijkt dat te zijn.

Maar dat gezegd hebbende is onze conclusie dat voor wat betreft de vissen zelf de Skeena regio superieur is aan Kola. Want aantallen, formaat, de kracht, alles valt dan in het voordeel uit van de Pacifische zalm. Maar… er is wel een maar. Want die Pacifische zalm moet diep worden gezocht en dus, afgezien van de steelhead, worden bevist met zware sinktips. Dat moet je liggen, en het is heel wat anders dan met een drijvend lijntje een Atlantische zalm verleiden, die de vlieg ook niet zelden van de “surface” wil halen. Wat je als eleganter, gracieuzer en ook visueel aantrekkelijker kan zien. Daarom geven veel vissers op Atlantische zalm niets om Pacifische zalm; de “manier waarop” spreekt hen simpelweg niet aan.

De ook vaak gehoorde tegenwerping van de hardcore Atlantische zalmvisser dat hij niet wil vissen op een vis die na het optrekken dood gaat moet iedereen maar even op zich laten inwerken.

Safe release

Wij zelf hebben dat ook gedaan en we zijn tot de slotsom gekomen dat we daar geen boodschap aan hebben; de vis wordt “fresh from the ocean” gevangen, net als een Atlantische zalm, en we spannen ons natuurlijk tot het uiterste in voor een “safe release”.
Die zalm zwemt weer weg, het water spat daarbij hoog op en wat er daarna gebeurt is niet aan ons mensen maar aan de natuur. En als (zalm)vissen ons iets heeft bijgebracht dan is het het besef dat het is zoals het is. De natuur heeft altijd het laatste woord.