Op zoek naar de koning van British Columbia - deel 2/2

Chum, chum, chum...

Op één van de vroege ochtenden hoorden we tijdens het inslaan van wat lokale vliegen - je hebt er natuurlijk nooit genoeg al heb je er veel - dat er een Grizzly encounter was geweest aan de rivier, minder dan 200 meter van een plaats waar wij ook al eens met de raft waren geland. We hebben de gids die het overkwam zelf gesproken. Die man zag er helemaal niet goed uit; wel fysiek ongeschonden maar mentaal nog flink beschadigd. De beer was een kijkje komen nemen toen hij een zalm aan het bereiden was aan de rivier; wat natuurlijk vragen om moeilijkheden is. Nou was dat een jonge beer en de gids was er in geslaagd de beer af te schrikken met een bijl (“I swung an axe at him”). Mijn vader had dat verhaal met enig scepsis stilzwijgend aangehoord en hem toen plotseling gevraagd: “let me guess: you sell axes, don’t you?”. Dus dat was wel even lachen. Gids Jeroen verzekerde ons dat hij de bewuste gids kende en dat het verhaal van de ontmoeting ongetwijfeld klopte.

Hoe dan ook, daags erop stond ik vrij diep in de rivier, maar een halve kilometer of zo van de plaats van dat incident, en ik haak een King. Ik begon maar vast naar de kant te waden want ik had wel een beeld van wat er te gebeuren stond. En ja, de vis schoot opeens als een kogel naar de snelle secties van de rivier. Dus het bekende ritueel volgde: lijn strakhouden en langs de oever mee rennen om de vis bij te houden. Nou komt er een moment – als de vis niet losschiet natuurlijk - dat de vis binnen moet komen en dat doe je niet door de lijn zo veel mogelijk op de reel te krijgen; je verliest dan alle rek, die er toch al zo beperkt is met een vliegenlijn en volglijn (de leader is meestal maar tot anderhalve meter lang) en dus moet je naar achteren gaan lopen, net zolang tot je de vis kunt “beachen”. Nou vindt zo’n zalm dat helemaal niks, dat beachen, en dus zijn dat hachelijke taferelen waarbij het water hoog opspat omdat de zalm z’n laatste runs maakt op dertig centimeter water… een schitterend gezicht! Maar ik denk dat ik bij dat naar achteren lopen op de rivierbank nog nooit zo vaak over m’n schouders naar achteren heb gekeken als tijdens die dril. Zo’n verhaal met een Grizzly kruipt dan toch onder je huid. De beer bleef weg, de vis kwam binnen en die woog rond de 30 pond. En dan zit je wel even na te genieten hoor!

The Coloured Prince

De dag erna haakte ik op de rand van de snelle stroming en een wat rustiger gedeelte weer een naar het zich liet aanzien grote vis. Omdat de vis een beetje bleef bokken en trekken maar eigenlijk niet van z’n plaats kwam dacht ik in eerste aanleg aan een grote Chum. Ik riep dan ook naar Derek: “Chum!”. Derek keek naar de hengel, waarvan zes, zeven ogen in het verlengde van de lijn stonden, en riep terug: “Could be a Chinook, I’ve seen this before”. De vis bleef rustig. Minuten verstreken maar van de vis naar mij toe krijgen was geen sprake, het had er eerder de schijn van dat de vis helemaal niet wist dat hij gehaakt was. Ik bewoog maar vast richting de oever en kwam aan land. Achter mij hoorde ik “Ja!”. Ik keek naar Pa die een meter of vijftig verderop met een dubbelgevouwen hengel stond te gebaren dat Derek moest komen. “You hold this fish, right, as I’m gonna help your dad, OK?” zei Derek. Hij verdween richting Pa.

Na een halve minuut komt mijn Abel reel tot leven en begint de reel in een misselijk makend tempo lijn af te geven. Ik houd de boel zo strak als mogelijk – dat is maatwerk, de leader heeft een trekkracht van twintig pond dus als het buigen of barsten wordt dan is het 100% zeker de hengel die barst – maar er is geen houden aan. Nadat meer dan de helft van de backing is verdwenen besluit ik, gids of geen gids, te gaan rennen. Na driehonderd meter over de keien en twee bomen ben ik op gelijke hoogte met de vis en kan ik de lijn flink verkorten. Weer een schot richting zee. Weer rennen, wat met waadpak en waadschoenen over blokken en stronken niet direct heel comfortabel is. Pa en Derek kan ik inmiddels niet meer zien. Nu wordt het penibel, want de rivierbank waarop ik sta eindigt over een meter of twintig met een onderbreking door een zijrivier.

Ik draai de slip nog twee tandjes aan. Nu staat de bovenste twee meter hengel naar de vis gevouwen en voel ik het laatste beetje kracht uit mijn TCX wegvloeien. Breuk hangt heel nadrukkelijk in de lucht. In de verte komt Derek weer aangehold. Ik vrees hevig voor een laatste run naar zee; als de vis nu nog één keer besluit het ruime sop te kiezen en de hoofdstroom bereikt gaat het beslist fout. Maar de vis lijkt juist met de kop stroomopwaarts te liggen, ik kan hem inmiddels op een meter of dertig uit de kant in de oppervlakte zien slaan. Op instructie van Derek loop ik ver naar achteren, blokkeer ik uiteindelijk de slip en zie ik hoe Derek de vis in het net krijgt. Ook zie ik hoe hij zijn handen voor z’n mond slaat en dan naar mij op de oever roept: “That’s a big girl, man!”

Net geen één meter tien...

Ik draai de volglijn op en kijk in het net. Een grote Chinook. Ik kan de vis vervolgens nauwelijks voor de foto omhoog houden want ik krijg mijn hand er ook niet goed onder, ze is veel te breed. Na een lengte en omtrek maat te hebben genomen is de conclusie dat de vis “in the low forties, but definitely in the forties” zit. Ze haalt net geen één meter tien…

Dat ik, terug bij Pa, die mij omstandig feliciteert en zich verontschuldigt voor het feit dat zijn knieën echt geen halve kilometer gestruikel langs de oever toelaten, op de eerstvolgende worp weer een King haak en land - maar nu een kleine, iets gekleurde, wat er op duidt dat de vis even in de “tidal section’ heeft gezeten alvorens op te trekken - doet er niet meer toe. Genoeg is genoeg. We poseren met de kleine Chinook en gaan daarna langdurig ons geluk overdenken.

Wat moet je verder nog van zo’n trip beschrijven? Dat vliegvissen ontstellend productief kan zijn en niet alleen moeilijk doen is? Dat we op de laatste middag ons helemaal klem hebben gevangen aan Chum’s en haast elke worp een vis tussen 12 en 20 pond opleverde? Dat we uiteindelijk meer dan 200 zalmen hebben gevangen? Ik denk het niet.

Big Chum!

Wat nog wel onderbelicht is gebleven, is de natuur. Sprookjesachtig mooi. De rivier, de bomen, de besneeuwde toppen erachter, de stilte, de vele arenden in de lucht, de vogeltjes die over het wateroppervlak scheren. De wolkenluchten. Alles even mooi… Met als rode draad de altijd aanwezige rivier, soms laag, soms hoog, altijd mooi en indrukwekkend. Het verblijf in de Pioneer Lodge is ons goed bevallen. Onze hoop dat wij in navolging van Rusland een paar kilo kwijt zouden raken werd echter niet bewaarheid. Daarvoor leggen Pip & Jezz je te zeer in de watten, het was beslist “truly excellent” en de ambiance droeg belangrijk bij aan de hele ervaring.

Nature calling...

Het team van Jeroen, dat verder wordt gevormd door Derek, Manon en David, is op en top professioneel en resultaatgericht, niet alleen in termen van vis maar ook van het welzijn van de vissers, die hier nu eenmaal klanten zijn. We zijn dan ook bepaald onder de indruk van de Skeena River Lodge experience maar zijn enigszins bevreesd dat wanneer op grote schaal bekend wordt wat Jeroen hier presteert het vissen met hem er niet eenvoudiger op gaat worden. Hij heeft het nu al erg druk maar dat zal alleen maar erger worden nu ook zijn internationale faam snel toeneemt.

En ja, we hebben nu het plaatje van het zalmvissen completer gekregen. Niet dat we nu experts zijn, maar we zijn inmiddels, en niet zonder succes, zowel in het walhalla voor de Atlantische zalm geweest, Kola, als in het epicentrum van de Pacifische zalm, de Skeena regio. Een paar woorden nog daarover. Wat Rusland biedt is naast het vissen ook introspectie, om niet te zeggen een welhaast psychedelische trip. De taal, de grauwheid van Rusland, de leegte van oost Kola, de onvermijdelijke wodka, het niet donker worden, het draagt allemaal bij aan het gevoel van desoriëntatie. Als je daar aan de rivier zit, honderden kilometers van zelfs maar een rudimentair bewoonde wereld, met alleen een afspraak met een helicopter om je weer op te halen, dan ben je je bewust van het feit dat dit alles niet meer alleen over een hobby gaat. En de omgeving daar appelleert hevig aan dat gevoel; en daar zijn, in die leegte, voelt heel natuurlijk aan. Het verblijf daar is dan ook een soort van bewustwording: dit is nu wat we als mens honderdduizenden jaren achtereen hebben gedaan, en niet het vissen in zo’n gebied voelt daarom als buitenissig, onze moderne maatschappij lijkt dat te zijn.

Maar dat gezegd hebbende is onze conclusie dat voor wat betreft de vissen zelf de Skeena regio superieur is aan Kola. Want aantallen, formaat, de kracht, alles valt dan in het voordeel uit van de Pacifische zalm. Maar… er is wel een maar. Want die Pacifische zalm moet diep worden gezocht en dus, afgezien van de steelhead, worden bevist met zware sinktips. Dat moet je liggen, en het is heel wat anders dan met een drijvend lijntje een Atlantische zalm verleiden, die de vlieg ook niet zelden van de “surface” wil halen. Wat je als eleganter, gracieuzer en ook visueel aantrekkelijker kan zien. Daarom geven veel vissers op Atlantische zalm niets om Pacifische zalm; de “manier waarop” spreekt hen simpelweg niet aan.

De ook vaak gehoorde tegenwerping van de hardcore Atlantische zalmvisser dat hij niet wil vissen op een vis die na het optrekken dood gaat moet iedereen maar even op zich laten inwerken.

Safe release

Wij zelf hebben dat ook gedaan en we zijn tot de slotsom gekomen dat we daar geen boodschap aan hebben; de vis wordt “fresh from the ocean” gevangen, net als een Atlantische zalm, en we spannen ons natuurlijk tot het uiterste in voor een “safe release”.
Die zalm zwemt weer weg, het water spat daarbij hoog op en wat er daarna gebeurt is niet aan ons mensen maar aan de natuur. En als (zalm)vissen ons iets heeft bijgebracht dan is het het besef dat het is zoals het is. De natuur heeft altijd het laatste woord.

Herinneringen aan Ierland (mei 2010)

Killaloe

Kleine stad aan de oostoever van de Shannon, een twintig kilometer stroomopwaarts van Limerick. Nog net in County Clare. Kerk, kroegen, winkels, een Nederlandse hengelsportzaak. Door een magnifieke eeuwenoude brug verbonden met Ballina, County Tipperary. Kerk, kroegen, winkels, een inheemse hengelsportzaak.

Haventje van Killaloe (foto Rob Hofland)

Lough Derg (foto Rob Hofland)

Ursula

Iedereen was verliefd op Ursula, sommigen wilden haar mee nemen naar Nederland, een enkeling zelfs met haar trouwen. Ze drijft in Killaloe een knus, antiek ingericht pensionnetje op een steenworp van de Shannon en de brug die je naar Ballina brengt. Type opgewekt en niet opdringerig. Een prima ontbijt naar keuze, machtig Iers of gezond continentaal. En een lunchtas met koffie en iedere dag weer een nieuwe buitengewoon smakelijke verrassing.

Knus, antiek ingericht (foto Sjoerd Meijer)

Ferdinand

Ferdinand Heijerman vist al tweeëntwintig jaar in Ierland. Hij woont er inmiddels vijftien jaar. Een uitstekende visser, allerlei visserijen kent hij als zijn broekzak en weet het nodige van de Ierse natuur te vertellen. Sympathieke, rustige knaap. Zeer behulpzaam en efficiënt in zijn werk.

Bij Ferdinand in de boot (foto Marcel Opsteegh)

Nenagh

Zeg maar Nina. Een prachtig riviertje dat in het noordoosten in Lough Derg uitmondt. Dinsdag was het zulk mooi stralend weer, dat we dachten dat vissen niks zou worden. Gevieren hebben we toen een ruim rondje om het meer gereden. Hier en daar gestopt om een vervallen kerkhof of een ruïne van een boothuis te bekijken en zo kwamen we een keer bij de Nenagh terecht. Iedereen enthousiast. Even langs de oever gestruind, naar een volgend bruggetje gereden, en wéér naar een volgend bruggetje. En het bleef maar mooi. Donderdag en zaterdag zijn Marcel en ik er weer heen geweest met vliegenhengels. Marcel ving zijn eerste bruine forel op de vlieg. We hebben gevist en ook veel verkend. Van een local begrepen we dat augustus/september de beste tijd was, dan stijgt het water en trekt de forel uit Lough Derg de Nenagh op… Leuke beessies ook: oeverzwaluw, ijsvogel, waterspreeuw.

Mooi (foto Rob Hofland)

Voetpad langs de Nenagh (foto Rob Hofland)

Auto

De heren vonden het maar al te prettig dat ik de auto wel wilde besturen. Ik had al eens twee weken in Ierland en één in Schotland rondgestuurd, ik was de enige met wat ervaring. In het begin neem je af en toe een stoeprandje mee, maar dat werd allengs minder. Marcel, die meestal naast mij zat, hoorde ik wel af en toe zuchten als de berm, en het daar hangend groen, al te nadrukkelijk in beeld kwam. Het type Volkswagen weet ik niet meer, maar het was een tamelijk forse jongen. Een keer ontkwam de flank maar net aan openrijting, de jongens waren er stil van, Sjoerd ietwat bleek om de neus. Maar goed, vervoermiddel geheel schadevrij weer ingeleverd in Cork.

Forse Volkswagen (foto Rob Hofland)

Visgids

Niets ten nadele van Ferdinand, maar het erop na houden van een gids heeft wel zo zijn beperkingen. Als je met z’n drieën vist zit er altijd een in het midden, en die is dan wat gehandicapt in de mogelijkheden. Vliegenhengel zit er dan meestal niet in. Ferdinand vist razendsnel met jerkbaits een plantenbed af. Hij wil uiteraard dat zijn klanten vis vangen. Is het bed afgewerkt zonder rendement, dan wordt de motor gestart en hup, naar de volgende stek. Dat vind ik persoonlijk wat onrustig. Ik blijf op een mooie plek liever wat langer hangen, en probeer dan verschillende dingen uit. Woensdag visten Rob en ik op het meer, we hebben een of twee plantenbedden uitgekamd, telkens weer opnieuw eroverheen gedreven met de drijfzak. Leverde net zoveel vis op (weinig, overigens) als maandag met Ferdinand erbij, toen we op misschien wel twintig stekken geweest waren.

Hup, naar de volgende stek (foto Rob Hofland)

Shannon

De Shannon is de langste rivier van Ierland, 358 km. Ontspringt in de buurt van Sligo en komt bij Limerick in zee terecht. Eigenlijk is de Shannon vanaf drie kilometer boven Limerick een getijrivier en komt tachtig kilometer ten westen van Limerick in open zee. Een van de opvallendste eigenschappen van deze rivier is het grote aantal meren in de loop, waarvan Lough Allen, Lough Ree en Lough Derg de grootste zijn. Killaloe ligt aan de zuidkant van Derg, en Portumna aan de noordkant. Sjoerd en Marcel hebben met Ferdinand op woensdag nog een eind boven Portumna in de Shannon gevist en daar wel de mooiste dag van de week beleefd. Aan de lopende band snoek en baars die je in het heldere water op spinner of lepel zag duiken. Ook Ferdinand zag er de aardigheid van in, blies het stof van zijn tiengrammer en genoot mee. Vrijdag zijn Rob en ik nog die kant op geweest. Ferdinand liep schade op aan zijn schroef toen hij, gelukkig met geringe snelheid, op een rots voer, die daar al miljoenen jaren lag, maar nog niet in het systeem zat. We hebben wel gevist, en gevangen, maar het paradijs van de jongens konden we door de averij niet meer bereiken.

Marcel met een kromme twaalfgrammer (foto Ferdinand Heijerman)

Langs de Shannon wordt nog veel turf gestoken (foto Ferdinand Heijerman)

Meivlieg

Waren we eigenlijk te laat voor. Naar wat we ervan hoorden moet het een erg fascinerende bezigheid zijn. Ferdinand was net begonnen zich erin te verdiepen. Iets voor volgend jaar.

Meivlieg (foto Ferdinand Heijerman)

Dagelijks leven

Ontbijt. Daarna vissen: met Ferdinand mee, zelf een boot nemen (we hadden de hele week twee boten tot onze beschikking), met de auto naar een rivier. Meestal ʻs avonds ook nog wat klungelen in de buurt, vanaf de kant, of uit een bootje. Dan een beetje bieren en eten en ouwehoeren. Er zijn prima eetcaféʼs, wij kwamen het meest bij Mollyʼs, aan de andere kant van de brug, in Ballina.

Behulpzame local (foto Rob Hofland)

Teleurstelling

Op de hoek, aan onze kant van de brug, had je ook een café, aardige tent, een beetje louche. The Anchor Inn. Een buitengewoon vriendelijke, buitengewoon mollige vrouw zwaaide daar de scepter, of deelde lakens uit, weet ik het. Ze wist twee jeugdige vissermannen uit het verre Holland tot een langdurig verblijf in haar nering te bewegen. Een avondje stevig innemen kwam de boys op een tweehonderd euro te staan. We zagen die jongens ʻs ochtends wel eens in de ontbijtzaal van Ursula. De gezichten niet zelden op onweer. Als je maandenlang de kop vol hebt van Ierse metersnoeken, dan kan de praktijk aardig tegenvallen. Wij zijn wat ouder, en weten een klein beetje meer van wat er te koop is. Voor ons was het gewoon dagelijks genieten van het land, de natuur, de mensen, elkaars gezelschap, en uiteraard van onze visserij.

The Anchor Inn (foto Sjoerd Meijer)

Genieten (foto Rob Hofland)

Zalmkoorts

Mijn 72-jarige vader en ik zijn, zij het met wat tussenpozen, al heel lang sportvissers. Zelf ben ik ook al vijfendertig jaar vliegvisser; maar verre van “fly only”. Op de een of andere manier zijn noch mijn vader noch ik er echter toegekomen om ons aan de zalmvisserij te wijden. Een manco, zeggen sommigen. Een gemis, vonden we zelf ook. Voor mijzelf gold als excuus dat ik lekker warme want tropische voorkeuren heb. Toch bleef het verlangen naar de zalmvisserij al die jaren wel degelijk levend.

Het lijkt eind 2009, als ik op de website stuit van Jos Vanrunxt en zijn Atlantic Salmon Safari en een verhaal van Hans Boomsluiter lees op Flyfever, dat zich het moment aandient om ons manco te verhelpen. Na wat correspondentie en uiteindelijk een goed gesprek met Jos besluiten we om net als Hans een jaar eerder met hem naar Kola te gaan om daar met de tweehandige hengel en de vlieg op zalm te vissen.

Omdat mijn vader al meer dan tien jaar geen vliegenhengel heeft vastgehouden besluiten we om uitsluitend de tweehandige hengel te gaan gebruiken. De cursus Modern Flycasting Doublehanded I wordt gevolgd en onder het toeziend oog en corrigerend hang- en trekwerk van Bas de Bruin, Sepp Fuchs en René van Heezik ontstaan de contouren van twee nieuwe underhand casters. René, die in het dagelijks leven Martin Hengelsport drijft en zich vergaand gespecialiseerd heeft in de vliegvisserij op zalm, fungeert daarbij tevens als onze (onmisbare) materiaalman.

Vertrek naar het basiskamp

Sneller dan verwacht is het moment van de waarheid daar. Met het vliegtuig reizen we naar St. Petersburg, waar de nachttrein ons in 24 uur naar een totaal verregend Apatity aan de poolcirkel brengt. Daar is het wachten op een helikopter die in de regen en mist niet kan vertrekken, maar uiteindelijk toch een gaatje vindt in het wolkendek om onze groep af te zetten in het Upper Varzuga Camp in de wildernis - na een adembenemende tocht laag over de totaal verlaten toendra.

En dan liggen er zes visdagen voor, helaas aan een rivier die 80 cm hoger staat dan normaal door het aanhoudend slechte weer voorafgaand aan onze komst. Wat het vissen elders nagenoeg kansloos zou maken; de pools zijn verdronken, je kunt eigenlijk nauwelijks waden, maar feit is dat dit één van de beste zalmrivieren ter wereld is en dat er dus ook onder slechte omstandigheden nog wel iets mogelijk moet zijn. Wat ook zal blijken.

Om daar meteen maar uitsluitsel over te bieden: onze groep van 11 vissers, het merendeel beginners, ving deze zes dagen 52 zalmen, al werden er veel meer gehaakt. Is dat op zich niet verkeerd, voor deze rivier is het beslist geen best resultaat want normaal gesproken kun je hier, als je een beetje kunt werpen met de doublehander, toch echt op een fors aantal zalmen tussen twee en vijf kilo de man rekenen, zelfs ook met een drijvende lijn en lekker over het oppervlak skatende Bombers - in plaats van met diep geviste vliegen aan sinktip lijnen.

Hoog water op de Upper Varzuga

Later zal blijken dat deze week door het slechte weer op heel Kola als “lastig” de boeken ingaat.

Mijn vader, met wie ik een zalm ging proberen te vangen in Rusland, ving binnen een paar uur meteen maar die zalm en leverde onmiddellijk daarna strijd met een grote vis, die in één run tachtig meter van z’n zwaar afgestelde slip scheurde en toen hoog boven het water sprong – om terug te vallen op de leader. Gids Jeroen Wohe heeft het voorval, een onbetaalbare ervaring, op video vastgelegd. Mijn vader was hevig geëmotioneerd; niet zozeer omdat hij de vis kwijtraakte alswel door de kracht en de snelheid waarmee het schouwspel zich in een paar seconden aan hem voltrok. De diagnose was simpel: de lichte verhoging die zalmkoorts heet.

Dezelfde dag ving ik ook nog twee zalmen, waaronder eentje van vier kilo, en de dagen erop was het weliswaar hard werken maar gericht en geconcentreerd vissen leverde toch elke dag weer “takes” op. Gewoon de vlieg stroomafwaarts plaatsen op de goede plekken, en een klein lusje bij de reel houden zodat de zalm na de “take” iets lijn mee kan nemen bij zijn draai na het nemen van de vlieg. Het is een schitterend moment als de lijn uit je vingers wordt getrokken. Een aantal hard vechtende zalmen was het even schitterende resultaat. De vele, ook grote, gevangen vlagzalmen en enkele snoek tellen we zoals het echte zalmvissers betaamt natuurlijk niet eens mee.

Het weer bleef tijdens onze trip donker en regenachtig; op de ene echt zeer zonnige dag die we meemaakten waren we blij dat we onze Bug Shirts bij ons hadden; zo onwaarschijnlijk stil als de toendra is, zo druk is namelijk de insectenwereld in deze streken.

Vader en zoon

Het Upper Varzuga Camp waar wij verbleven was gezien de ligging in “No Mans Land” eigenlijk best comfortabel, met jetboats, cabins, warm water, een sauna en prima maaltijden. De groep vissers was zeer kameraadschappelijk; Jelle, Libbe, Harm, Zladko, Dragan, Carl, Hans, Henny en Gerard – allemaal mannen om mee uit vissen te gaan.

Inmiddels zijn we weer terug en kijken we nog eens terug. Ik had willen schrijven: en bladeren we door de foto’s, maar dat valt tegen omdat mijn onderwatercamera met bijna alle “natte” foto’s bij terugkomst in St. Petersburg uit mijn jas gestolen is. Zoiets drukt natuurlijk wel een beetje een stempel op de reis. De hoge waterstand zou ook een stempel op onze reis hebben gedrukt als de laatste middag niet een verrassing voor ons in petto zou hebben gehad.

Werkkleding

Jeroen Wohe, die in British Columbia woont en werkt (als Guide) en als gids mee was en die tot mijn grote verbazing in de Camp sauna niet zo gespikkeld als een zalm bleek te zijn, verdient het om hier met name genoemd te worden. Zijn kennis, gevoel en vooral watersense zijn echt ongeëvenaard. Jeroen wees mij de bewuste middag een langzaam stromend stuk achter een rots aan op grote afstand en adviseerde mij een standplaats in de rivier die met enig risico nog wel te bewaden was. Wat dan nog resteerde was een (voor mij vrijwel onmogelijke) worp stroomafwaarts naar de bewuste plek.

De eerste pogingen met een drijvende lijn liepen op niets uit. Ik haalde door de tegenwind de benodigde afstand van 30-35 meter net niet met m’n twaalf voet lange hengel voor een #8 lijn, die met een drijvende lijn was opgetuigd. Ook liep de vlieg te hoog in de drift. Ik waadde terug en schakelde om naar een langzaam zinkende shooting head. Opnieuw waadde ik naar m’n lanceerplaats.

Kort daarna kwam de Cascade op haakmaat 8 wel op de goede plek neer. De vlieg was nog geen meter onderweg of het lusje werd met grote snelheid uit m’n handen gegrist en de lijn trok strak. De vis zwom op circa vijfendertig meter een tijdje heen en weer. Toen ik nog wat meer spanning op de hengel zette en wat lijn terugdraaide trok de vis terug.

De daarop volgende twintig minuten waren klassiek. Staande in de snel stromende rivier, aangemoedigd door mijn vader, hangend in de tot barstens toe gebogen hengel, met een vis aan de lijn die onophoudelijk tientallen meters lijn van de Ross reel scheurde en soms hoog boven water kwam, wist ik de vis uiteindelijk tot dichtbij te krijgen en was het voor Jeroen, die inmiddels naar mij was gewaad met een net, mogelijk om de vis te netten.

Aan de kant gekomen werd de vis onthaakt en knipte Jeroen de leader met de vlieg af op de lengte van de vis. Dat stuk leader ligt hier bij mij op tafel en meet 102 centimeter. Ik zal de lezer het scala aan emoties besparen wat na de vangst de revue passeerde. Ook hier was er echter sprake van de enigszins verwijde pupillen die typerend zijn voor zalmkoorts.

Jeroen met Wim's vis

Jos Vanrunxt’s Ryba Adventures verzorgde de reis naar deze uithoek van Rusland. Hij is overigens als geen ander in ons land bekend met de ins en outs van Kola. Bedenk wel dat Rusland geen Ierland of Zweden is; het land heeft zo z’n eigen mores en het gaat er soms net wat anders aan toe dan je zou denken of verwachten. Jos spreekt Russisch en weet de weg. Als je zelf voor een flexibele instelling zorgt is het plaatje compleet.

De slotsom is hoe dan ook dat wie van zalm durft te dromen eigenlijk, ook al is het maar eens in z’n leven, een keer naar Kola moet. Sommige dromen worden daar namelijk gewoon werkelijkheid. Zelfs die van twee koortsige debutanten.

Dromen in Dalarna 3 - Eindelijk vakantie!

Wilfred en Brenda kennen elkaar nu inmiddels ruim vijf jaar. Al na één jaar wisten ze het: samen verder door het leven. Hierdoor veranderde het vrijgezellen leven voor Wilfred drastisch. Ineens woonde hij samen met een vrouw en haar twee dochters.
Na het snel achter elkaar overlijden van zijn beide ouders en z’n nieuwe situatie als ouder/opvoeder werden voor Wilfred andere waarden belangrijker. Samen met Brenda dagdroomde hij over verhuizen naar rustiger oorden, naar vrijheid, naar bossen met riviertjes en verstilde meren. Het zo populaire emigreren, is door hun omstandigheden nog niet voor hen weggelegd. Maar ze wilden het wel dichterbij brengen.
In een serie artikelen kun je hun verhaal van hun huizenjacht in Zweden volgen waarbij het vissen en hun gezamenlijk passie voor water het leidmotief is.

Ik zit achter de computer en kijk naar buiten. Het is al donker maar de dagen beginnen al te lengen. Het is tijd om de boot van Kiel naar Götenborg te boeken. Of zullen we toch maar de duurdere boot via Oslo nemen?
Het is eigenlijk gekkenwerk dat je al maanden van te voren de boot moet boeken. Scandinavië stijgt nu eenmaal in populariteit. Dat ervoeren wij ook in de zomer van 2007. Naar Zweden zouden we gaan, hadden we tegen de kinderen gezegd. “Gatver, wat moet je daar nu doen”, was gelijk het antwoord. En laten we eerlijk zijn. Zij waren Kroatië gewend en daar zouden ze met hun natuurlijke vader ook dit jaar weer heen gaan. Dat is dan weer één van de weinige voordelen van een scheidingssituatie: je ontvangt alles dubbel dus ook de vakantie.
Toch vonden ze het ook wel spannend want we zouden met de boot gaan met onbeperkt eten; smörgåsbord, zo’n typische lopend Zweeds buffet. En kunnen eten en drinken wat je wil, is altijd goed…

De ferry van Kiel naar Göteborg

De rit naar Kiel ging voorspoedig en aangezien ik overal en altijd op tijd wil zijn, betekende dat we uren op de parkeerplaats konden rondhangen voordat we boot op mochten. Als alles gaat rijden, breekt de heerlijke chaos los. Want organiseren kunnen de Zweden niet. Uiteindelijk staat iedereen drie rijen dik onder in de boot. Snel de bagage er uit en dan zo snel mogelijk naar de vier persoonshut. Wel eerst met z’n allen goed onthouden waar en op welk dek de auto geparkeerd staat. Het is altijd verwonderlijk hoe de oudste, die veelal graag dwars ligt, zich opwerpt als iemand die het allemaal wel regelt en weet.

De hut bleek klein maar comfortabel. De bedden werden uitgeklapt en ik pakte alvast de douche terwijl de kinderen knokten wie er boven of onder mocht liggen. Even later dwalen we over het dek en zien in de verte de kust van Denemarken aan ons voorbij glijden. De zon schijnt mooi over het water en iedereen komt al goed in de stemming. Met een behoorlijke trek begeven we ons naar het buffet waar geen woord te veel over is gezegd. Allemachtig, wat een eten! Allerlei soorten vlees en vis, diverse groentes afgewisseld met typisch Zweedse gerechten en ik weet niet wat nog allemaal meer. Brenda en ik scheppen het bord wel drie keer vol, daarna een kaasplankje en afsluiten met de keuze uit een mix van zo’n acht soorten nagerechten. En alles weggespoeld met licht Zweeds bier en wijn. Dat was overigens de laatste keer dat we onbeperkt wijn en bier nemen want de boetes zijn niet mals. Wat dacht je van een bon van circa 2.000 euro en een half jaar brommen? Onderweg spraken we een Nederlander die het was overkomen in 2005.
’s Nachts sliepen we weinig. De kinderen waren druk in hun slaap, Brenda was bang dat er één zou gaan slaapwandelen en ik lag al te denken aan de volgende dag. Dus enigszins geradbraakt verschenen we aan… alweer een lopend ontbijtbuffet… maar wel met goede zin voor de dag die komen zou.
Het van de boot afrijden was al net zo’n zenuwengedoe als de boot oprijden. Ik had maar één ding in ‘t hoofd: zo snel mogelijk de goede rijksweg vanuit Göteborg pakken en tempo maken. We hadden immers een lange reis voor de boeg. De eerste locatie in deze drie weken was een goed aangeschreven camping in het zuiden van de provincie Dalarna, ook wel de meest Zweedse provincie genoemd. Maar daarvoor moesten we eerst langs het grote meer Vänern rijden. Als alles nieuw is voor je, doe je veel indrukken op. De heenweg leek dan ook ontzettend lang en het was ook niet meer dan begrijpelijk dat de kinderen het na een aantal uur behoorlijk zat waren. Ook wij hadden na een tijdje het gevoel, komt hier nog wel een einde aan? Maar met de kaart op schoot en de omgeving goed in de gaten houdend, zie je toch dat je langzaam dichter bij je doel komt.

Uitzicht vanaf de camping

Als dan eindelijk de Camping Johannisholm opdoemt, is alles vergeten. We worden welkom geheten en naar onze hut begeleid. Geen superluxe onderkomen maar alles is aanwezig en de kinderen slapen op een soort zoldertje dat het geheel al spannend genoeg maakt. Het uitzicht over het meer is fenomenaal maar na het lange rijden ben ik nog maar de enige die daar oog voor heeft. Iedereen gaat uiteindelijk bekaf onder zeil en slaapt een gat in de dag.

Op de camping zijn eenvoudige blokhutten te huur

De volgende dag wordt de omgeving verkend en natuurlijk zie ik al ongekende vismogelijkheden. Maar goed, je bent met het gezin dus dan is het toch aanpassen. Gelukkig heeft deze camping goed begrepen waar mensen voor naar Zweden komen. Het wordt dan ook gerund door het Nederlandse echtpaar Peter en Pauline; beiden afkomstig van Defensie en jaren geleden naar Zweden geëmigreerd. Men organiseert kompastochten voor de kleintjes, vlotten bouwen voor de pubers en mensen die er met z’n allen op uit willen, kunnen aan een heuse moerastocht deelnemen. Bever en elandsafari’s behoren eveneens tot de mogelijkheden. En voor de actievelingen zijn er kano’s te huur voor een lange tocht of kan men een klimwand trotseren. We zouden ons niet vervelen.

Vlotvaren

Als ik ’s avonds aan de elandsafari deelneem, voel ik mij niet echt lekker. Uiteindelijk besluit ik toch maar mee te gaan. Helaas wordt ik ’s nachts geveld door een raar soort virus dat de camping teistert. De leiding van de camping begint behoorlijk nerveus te worden als de één na de ander gast doodziek in bed ligt. De vrouw van het stel dat de camping leidt, wordt uiteindelijk ook getroffen. Het virus is verschrikkelijk; ik lig de gehele nacht te braken en na de zesde keer spugen ben ik zo hondsziek dat ik alleen nog maar dood wil.
Als ik uiteindelijk voel dat het afneemt en ik langzaam wegzak in een diepe slaap heb ik ‘t gevoel dat ik nog nooit zo dankbaar ben geweest. Zo ziek kan een mens zijn. Ook Brenda is kapot want die heeft de gehele nacht met een emmer kunnen rondlopen. Alleen Judith, onze oudste, wordt licht door het virus getroffen en daarna is ook dit ongemak achter de rug. De volgende dag stond immers een ruige tocht met quads op het programma en daar moest en zou ik aan mee doen. En met wat paracetamol in de pens moest het lukken.

Met de quad op pad

Met een vijftal quads gingen we ’s middags op pad. Helm op, uiteraard, want het kan ook aardig mis gaan. Judith zou bij de begeleider achterop gaan. Eerst reden we een proefrondje waarbij ik er gelijk achter kwam dat het helemaal niet makkelijk was. Uiteindelijk kreeg ik ‘t apparaat onder controle en daar gingen we. Dat het ruig zou worden, bleek na een half uur rijden wel: nauwe paadjes met boomwortels, afgewisseld met steile hellingen en af en toe prachtige vergezichten. In één woord geweldig. Later kwamen we ook nog ’s een jonge elandenkoe tegen en de middag kon voor Judith en mij niet meer stuk. Ondanks de slapte in de benen was ik blij dat ik mij toch had vermand en mee was gegaan.
Britt verkoos als kleine opdonder de klimwand te trotseren. Hiermee oogstte ze bij één van de begeleiders grote waardering en uiteindelijk wist deze haar helemaal naar de bovenzijde van de wand te praten. Ik doe ‘t haar niet na.

In de avonduren werd er door mij uiteraard gevist. De rivier die vlak bij de camping in het meer uitmondde, is de Vanån. Deze staat goed aangeschreven voor middelgrote snoek en daar waar ‘t harder stroomt is het een goede vlagzalmrivier. Ik heb mij alleen beperkt tot snoek en die zat er in grote hoeveelheden. Maar wat heb ik veel gemist. Kleine pluggen en streamers werden ingezet. Het was opvallend dat de meeste aanvallen op de plug plaatsvonden op het moment dat de plug stillag. Die truc heb ik vaak herhaald met af en toe een fraaie 70-er als resultaat. Een fototoestel ging nooit mee, daar moest teveel voor gezwoegd worden want je kreeg de vissen niet voor niets. Met de lieslaarzen aan was het hard werken om vanaf de zompige oevers te vissen. Klimmen over stenen en onder overhangende takken doorkruipen… aan het eind van de avond ging ik doodmoe terug naar de camping, meestal geheel onder de bagger. Onderweg zag ik sporen van bevers en elanden. En de stilte, die was overweldigend.

De avond valt over een verlaten meertje

Tegen de avond snel een vuurtje stoken terwijl Brenda de whisky gaat halen

Met weemoed verlieten we na ruim een week de camping. Het echtpaar Peter en Pauline had het allemaal mooi voor elkaar en we beloofden ooit nog ’s terug te komen niet wetende dat dit sneller zou zijn dan we dachten.
We reden de prachtige provincie Dalarna uit in zuidelijke richting naar de provincie Värmland. Dit deel wordt duidelijk door meer Nederlanders bezocht. Hier kwamen we dan ook tal van huisjes van Nederlanders tegen die verhuurd werden. Ook wij hadden een huisje van een particulier gehuurd. Op zich een leuk optrekje maar het was voor mij toch allemaal te veel een soort Benidorm van Zweden. Als je in een winkel komt en men vraagt in het Nederlands waar de kaas ligt, dan heb ik ‘t snel gehad.
Ook hier hadden we weer prachtig zomerweer op een enkele regenbui na.
Natuurlijk was de overgang van de camping naar een huisje aan de rand van de bossen nogal groot maar er bleek in de omgeving genoeg te doen. Met name het grote waterattractiepark in het plaatsje Sunne was voor de kinderen het einde. En ik? Ach, ik vermaakte mij wel met het bestuderen van de Zweedse jonge meiden: daar zat geen gram verkeerd aan!

Het nieuwe verblijf nabij Sunnemo in Värmland

Na enkele dagen begon het weer de kriebelen. Er moest toch weer even gevist worden. Al wadend trok ik langs de brede rietkragen en lelievelden. Streamers, lepels en pluggen werden langs de vegetatie getrokken maar een aanbeet bleef uit. Toch was ‘t een prachtig meer waar ik ’s avonds naar toe toog. Er werden ook beste snoeken gevangen maar allemaal trollend vanuit een boot. Mogelijk dat het warme weer debet was aan het uitblijven van vangsten in de oeverzone.
Op de kaart had ik gezien dat het meer overging in een riviertje. Op een avond begaf ik mij naar dit riviertje. De vliegenhengel liet ik thuis en daar zou ik spijt van krijgen. Na even zoeken vond ik een pad met een bruggetje waar ik de auto kon parkeren. Gewapend met een Fair Play 10-grammer en een tas vol kunstaas baande ik mij een weg door het struikgewas. De muggenolie had ik rijkelijk op handen en gezicht gesmeerd en dat bleek geen overbodige luxe.

Oneindige bossen en een weggetje naar een onbekend beekje

Door eerdere ervaringen was ik er van uit gegaan dat dit weer zo’n traag stromende beek zou zijn met diepe pools; vaak water voor middelgrote snoek. Dat er forel of vlagzalm zou zitten, verwachtte ik niet in dit deel van Zweden. Toen ik een snel draaiende spinner tegen de andere zijde plaatste en deze langs een boomstronk trok, was ik dan ook stomverbaasd dat er een schooltje vlagzalmen van redelijk formaat achteraan zwom. Tot twee keer toe werd de spinner geattaqueerd maar door de kleine, onderstandige bek lukte het de vlagzalmen niet de spinner echt vol in de bek te nemen. Inmiddels kon ik mij wel voor m’n kop slaan dat ik mijn vliegenhengel in het huisje had gelaten. En diep geviste nimf zou hier wonderen hebben verricht. Het water was ook nog eens glas maar dan ook glashelder zodat ik de vissen goed kon waarnemen.
Na deze frustratie baande ik mij verder een weg. Dit soort gebieden zijn nu eenmaal niet makkelijk toegankelijk dus er werd veel gevraagd van mijn doorzettingsvermogen. Klimmen en klauteren, dan weer onder takken door, de beek in en weer uit. Mijn shirt begon al aardige zweetplekken te vertonen.
Op een gegeven moment kom ik bij een flinke bocht in de beek. De oever in de binnenbocht loopt langzaam af en ik loop met de lieslaarzen een stukje het water in. De lichte zandbodem bood hier geen schuilplaats maar aan de overzijde zag ik een dieper stuk waar zich organisch materiaal had verzameld zodat het een donkere vlek leek. Een flinke overhangende boom maakte van dit deel een ideale schuilplaats voor… ja, voor wat eigenlijk? Door de aanwezigheid van vlagzalm was ik een beetje onzeker wat ik verder kon verwachten.

De spinner werd dicht tegen de overzijde geplaatst en liet ik even afzinken. De stroom liet de spinner al enigszins van de oever af zeilen dus begon ik al snel binnen te draaien. Ik zie de spinner ineens duidelijk te voorschijn komen uit de donkere plek en pal daarachter komt een fraaie snoek. Ik zie hoe het beest versnelt, zich kromt, de kieuwdeksels klappen open en ineens is daar een felle ruk en de 10-grammer kromt zich behoorlijk. De slip doet z’n werk en ik moet dan ook alle zeilen bijzetten om deze fraaie zeventiger te landen. Uiteraard had ik de camera thuisgelaten zodat ik die avond een tweede teleurstelling moet wegslikken. Maar het moment van die aanval nemen ze mij nooit meer af. Werkelijk prachtig om zo goed en zo haarscherp afgetekend boven de zandbodem deze aanval te mogen waarnemen.

Wat zou er zitten, vlagzalm, baars, snoek?

De snoek laat ik los en het dier zwemt langzaam naar het midden om nog goed zichtbaar te blijven staan. Ik had besloten om toch maar een donker bontstreamertje aan te knopen want daar zou ik met behulp van de stroming meer kunnen spelen. Voor de grap werp ik de streamer naar het midden om te zien hoe de snoek zou reageren. Voordat ik het weet, schiet de snoek naar voren en grijpt de streamer vol in de bek. Weer volgt een dril en weer laat ik de snoek los. Dit is toch wel een zeer bijzondere ervaring.
En ja, ik kan het niet laten. Ik knoop een andere streamer aan en werp nu ver voorbij de snoek. Zodra deze echter de streamer in het zicht heeft, gaat de snoek opnieuw tot de aanval over. Op het laatste moment weet ik net op tijd het kunstaas weg te trekken. Ik haal dit geintje nog één keer uit met hetzelfde resultaat maar daarna zwemt de snoek langzaam terug naar de donkere plek. Ik weet niet wie van ons tweeën nu meer verbaasd was.

Overal zijn geheimzinnige beekjes te vinden

Een stukje verder langs de beek zie ik tussen de bomen een poeltje van pakweg honderd vierkante meter. De poel heeft duidelijk verbinding met de beek in tijden van hoog water maar is nu afgesloten. Toch staat er voldoende water in om een worpje te wagen. Eigenlijk ziet het er belachelijk uit want het is of je in een tuinvijver vist. Tot mijn grote verbazing zie ik het water golven en ineens hangt daar een snoekje aan. Na het terugzetten kan ik het niet nalaten om de uitdaging aan te gaan. Want waar één snoek zit, zit er misschien nog wel één. Waar is niet duidelijk want deze poel is al zo klein. Aan m’n rechterzijde liggen wat afgestorven planten aan het oppervlak. Zou dan toch… misschien… daar? De streamer gaat er langs en dan bolt het water op. Ik zie een forse kop en de hengel staat al krom voor ik het weet. Dit is ongelofelijk; dit kan eigenlijk niet. En toch is ‘t zo. Na een pittige dril komt een dikke zeventiger binnen handbereik.

Ik moet even zitten want dit is echt te gek voor woorden. Ik denk niet dat iemand mij geloofd zou hebben als ik de plek zou laten zien en het resultaat zou vertellen. Ik steek een klein sigaartje op en geniet nog even na.
Het wordt al langzaam schemerig en er komt nevel boven het water te hangen. Mijn sigarenrook vermengt zich met de nevel. Een stuk verderop hoor ik ineens een enorme klap. De klap is te hard voor een vis. Dus moet het wel… Inderdaad, als ik dichterbij kom, zie ik een pracht van een beverburcht. De afgekloven stompen waren mij al eerder opgevallen. Helaas heb ik het echtpaar bever niet kunnen waarnemen.
Ik besluit nu echt terug te gaan want het is toch een hele tippel terug naar de auto. Een enorm gekraak verscheurt de stilte. De haren in m’n nek staan overeind van schrik. Ik ben voorbereid op iets groots dat uit de struiken moet komen. Maar het verplaatst zich de andere kant op. Even laten hoor ik een zwaar soort galop en ik besluit dat het wel een eland moet zijn geweest die ik heb laten schrikken. Nou ja, zelf ben ik ook wel enigszins wit om de neus.
Wat een avond. Met een voldaan gevoel rijd ik terug om even later met veel te luide stem als een kleine jongen m’n avonturen aan Brenda te vertellen.

Resten van het kadaver van een eland

Natuurlijk, het is vakantie maar we kwamen ook om de sfeer te proeven met in het achterhoofd het idee om naar vastgoed uit te kijken. De kinderen hebben er al gelijk de pest over in als ze horen dat we ook langs enkele makelaars willen. Er volgt een avontuur van diverse bezoeken aan makelaars en bemiddelaars, alles in gebroken Engels met hier en daar een opgepikt Zweeds woord. Al snel leren we van alles over drinkwater- en rioleringssystemen, soorten van verwarming, dat veel huizen asbest bevatten, de prijzen enorm verschillen en dat iedereen zich gek laat maken door de lage huizenprijs. We leren ook dat er vele mensen klaar staan om jou te helpen met een overhaaste beslissing. En dat zijn niet alleen Zweden. Ook diverse, zich aldaar gevestigde Nederlanders hebben de markt ontdekt en proberen ook hun landgenoten over te halen toch vooral een krot in een oninteressant gebied te kopen. Uiteraard voor forse bemiddelingskosten.

Verwaarloosde houten schuren, typerend voor de Zweedse gemakzucht

Een overhaaste beslissing is zo genomen. Want zeg nou zelf, als je 25.000 euro meeneemt en een lening bij een Zweedse bank van nog eens zo’n bedrag voor elkaar weet te krijgen en je kunt daar al een kleine cottage voor kopen dan wordt men al snel gretig.
We bezoeken zelfs een huis en worden al helemaal enthousiast. Maar toch, het voelt niet goed. Dit gaat te snel. Er dient nog meer uitgezocht te worden en vooral meer rondgereden te worden om een gevoel te krijgen bij de omgeving.
Het is ons al wel duidelijk geworden dat dit wel eens onze ontsnapping uit Nederland zou kunnen gaan betekenen. We zouden zo’n huisje van de erfenis van mijn ouders kunnen bekostigen en de maandelijkse kosten zouden opgebracht kunnen worden. Echt sparen zat er dan niet meer in maar we hebben dan wel een vooruitgeschoven post om te betrekken als we vroegtijdig willen stoppen met werk. Onze Nederlandse woning zou dan het pensioengat moeten dichten.

Een moment om goed je gedachten te ordenen

En zo brachten we, toen de kinderen al sliepen, vele uren pratend door met een glas whisky in de hand. Zelfs op de terugweg werd tot vervelends toe over woningen gesproken.
Zodra we thuis zijn, gaan de kinderen met hun natuurlijke vader weer op vakantie. Dat zijn zo de voordelen van een scheiding. Brenda en ik zouden wat spullen uitwassen om vervolgens terug te gaan voor een meer gedegen zoektocht die tot onze eigen verbazing een wending zou krijgen die wij nooit hadden kunnen vermoeden.

Terug naar huis, tevreden, voldaan en nieuwsgierig naar wat nog komen gaat

Dromen in Dalarna 2 - De nalatenschap

Wilfred en Brenda kennen elkaar nu inmiddels ruim vijf jaar. Al na één jaar wisten ze het: samen verder door het leven. Hierdoor veranderde het vrijgezellen leven voor Wilfred drastisch. Ineens woonde hij samen met een vrouw en haar twee dochters.
Na het snel achter elkaar overlijden van zijn beide ouders en z’n nieuwe situatie als ouder/opvoeder werden voor Wilfred andere waarden belangrijker. Samen met Brenda dagdroomde hij over verhuizen naar rustiger oorden, naar vrijheid, naar bossen met riviertjes en verstilde meren. Het zo populaire emigreren, is door hun omstandigheden nog niet voor hen weggelegd. Maar ze wilden het wel dichterbij brengen.
In een serie artikelen kun je hun verhaal van hun huizenjacht in Zweden volgen waarbij het vissen en hun gezamenlijk passie voor water het leidmotief is.

Mijn vader was geen visser. Hij vond het best wel ’s aardig met mij op pad te gaan maar dan ging ‘t meer om de neut bij de auto als afsluiting van de vismiddag. Dat van die neut heb ik weer wel geërfd. Z’n doorzettingsvermogen, loyaliteit en trouw aan dat waar je voor kiest, de vastberadenheid en daarmee de totale arrogantie om jouw mening en wil op te leggen… ook dat heb ik van ‘m geërfd. Hij was een onverbeterlijke “nostalg” met hang naar het verleden en naar wouden en meren, stilte, rust en eenzaamheid. Het zijn vaak de kenmerken van een loner; een leven dat ik zelf zo lang heb geleid en waar ik zo graag van af wilde.
In de herfst van 2001 stierf hij; ook als loner. Hij sloot zich zes weken voor z’n dood af van alles en iedereen. Totaal gefrustreerd dat hem dit moest overkomen, de almachtige, de man die eigenlijk nooit ziek was, nooit pijn kende, alles lustte, nooit moe was, nooit iets niet kon. De kanker bij de lever was ongenadig. Met lijdenstrekken op ‘t gezicht en een Cheyne-Stokes-ademhaling die 48 uur duurde.
Op de bewuste zondagmiddag, ik viste een slootje af met een licht spinhengeltje, belde m’n moeder. “Kom maar gauw hierheen, jongen, want je vader gaat ‘t niet lang meer maken”.
Ongelooflijk hoe dezelfde ontkenningsfase van mijn vader ook mij in de greep had: ik viste rustig het slootje af voordat ik naar huis vertrok om mijn tas voor de komende dagen te pakken en naar m’n ouders af te reizen.

Pa en ma Assenberg

Twee jaar later ontmoette ik Brenda. Precies op het moment dat ik mij voorgenomen had een ander leven te gaan leiden. Geen kortstondige ontmoetingen meer, niet te snel de lichamelijke behoefte achterna rennen. Gewoon rustig met iemand kennismaken en kijken of er echt een basis is in plaats van weer een paar jaar vergooien.
Zij was en is de vrouw die mij gelukkig kan maken… voor lange tijd. Ik kreeg er ook ineens twee dochters bij. Altijd al wilde ik een gezin en dat kreeg ik nu ineens zo maar in de schoot geworpen. Uiteraard ook met de bijkomende verantwoordelijkheid en problemen. Tijd werd een andere dimensie. De vistijd werd gehalveerd maar er bleef nog veel over. Dit komt vooral omdat Brenda mij echt wilde kennen en niet schuwde om de laarzen aan te trekken, de pet diep over de ogen en samen met mij door een zompige polder te stappen op zoek naar snoekmans. Maar ook gingen we met z’n viertjes naar het grote water, om te zonnen, te zwemmen en te vissen. Zo kon het gebeuren dat er langs de dijk een hele horde mensen zat te kijken hoe de man in het water met die rare hengel allerlei dikke vissen ving en dat blonde meisje in badpak die vissen dan schepte, onthaakte en weer losliet.

Warme zomermiddag op het IJsselmeer

De eerste ontmoeting tussen mijn moeder en Brenda was er één om nooit te vergeten.
“Jongen (ik was toen al 42), deze vrouw zou ik maar vasthouden. Zij hoort bij je”.
Zulke woorden blijven je bij. Zeker als bij de tweede ontmoeting, enkele weken later, mijn moeder ons in tranen opwacht.
“Ik heb geen goed nieuws, ik denk dat ik ook kanker heb”.
Ze wist het voor dat de doktoren het konden vaststellen. Een zeldzame vorm van kanker velde ook haar binnen een jaar. Ze regelde wel eerst heel haar begrafenis en besprak alles wat ze wilde bespreken. Want zoals mijn vader zich afsloot, wilde zij mij niet aandoen.
Haar laatste belangrijke handeling was mij met een uitgemergeld handje vanuit het ziekbed over m’n gezicht aaien en mij met een zacht blik in de ogen aankijken. Zag ze mij echt of was ik in haar hallucinatie mijn vader? Ik zag alleen maar een vrouw die geheel kaal was, haar pruik had afgerukt door haar benauwdheid. Haar waardigheid had ze tot het laatst weten te bewaren maar nu hoefde het niet meer.
Ze vertrok rustig in de nacht.
En ik bleef achter met wat zij mij naliet: de zucht naar eenvoud, de sociale bewogenheid, de zachtheid, de voorliefde voor muziek en die diep laten doordringen dat je ogen vochtig worden, haar zorgzaamheid en de nimmer te verwoesten hang naar ware liefde.

Stille avonden in gedachten

Ik was ineens alleen maar stond er niet alleen voor. Veel avonden sleet ik aan het IJsselmeer. Ik zag de zon ondergaan over een vrijwel rimpelloze plas. De bewegingen van de vliegenhengel dicteerden mijn gedachten. Met af en toe een ruk aan de lijn om mij alert te houden dat er toch nog grote windes actief waren. Brenda begreep het en liet mij vaak alleen weg gaan.
Het huis van m’n ouders was inmiddels leeggehaald. We hadden er veel werk aan gehad. Het merendeel had ik weggegooid, maar er bleef genoeg over om Brenda af en toe bezorgd te laten kijken waar we dit toch allemaal gingen laten.
Stap voor stap bouwden we ons gezin op en ik mocht mij gelukkig prijzen dat de kinderen mij langzaam in hun leven toelieten. Vele uren spendeerden we in de tuin, iets dat ik nooit had gehad. De vijver was voor ons allen een bron van genoegen. Met de kinderen deelde ik de belangstelling in wat zich allemaal in en aan het oppervlak van de vijver afspeelde. We kregen heel wat buurtkinderen over de vloer die kwamen kijken naar een vijver met een twintigtal paren “seksende kikkers en de vele vrijgezellenkikkers”, zoals de kinderen ze noemden.
In diezelfde tuin kon ik mijzelf ’s avonds laat verliezen, kijkende in het vuur dat brandde in de vuurkorf en de ogen gevuld met tranen, denkend aan wat ooit was en er niet meer is.

De zomer ging voorbij, het najaar brak aan. Vele snoeken vingen we samen of in gezelschap van een goede vismaat. Ik was volmaakt gelukkig als we dan weer naar huis reden en de openhaard aanging, de whisky op tafel werd gezet en we dag nog even aan ons lieten voorbijgaan.

Brenda drilt snoek onder toeziend oog van Wilfred

Toen kwam dan toch dat moment dat ik maar bleef uitstellen: het regelen van de nalatenschap. Waar ik zo tegenop had gezien, bleek uiteindelijk een fluitje van en cent maar het was dat laatste gebaar, die laatste handeling die het moeilijk maakte.
En dan staat daar ineens een aardige som geld op de bankrekening. Brenda vond dat ik het niet moest betrekken in onze eigen huishouding; het was te persoonlijk. Maar wat moest ik er dan mee? Je kunt er een bootje voor kopen, lange vakantie maken, huis verbouwen, restant op een bankrekening etc. Vele opties overwoog ik, Brenda wilde zich er liever buiten houden omdat ze bang was dat ik zou denken dat zij op het geld uit was. Maar ik had alle opties al overwogen. Ik wilde het zo besteden zodat wij later eerder zouden kunnen stoppen met werken.
Ik ben geen beleggingsman en voor beleggen had ik veel eerder moeten beginnen. Alles op een spaarrekening is leuk en geeft best een rendement maar of het was oplevert over 15 jaar? Dan blijft er één ding over: vastgoed. We zouden dus de hypotheek kunnen verlichten of een verbouwing aan het huis kunnen doen, alleen levert dat niets op over 15 jaar dan alleen lastenverlichting.
Door een toevalligheid lezen we over een toenemende emigratie vanuit Nederland naar Canada, Australië en Scandinavië. Met name Zweden blijkt in trek door het gunstige vestigingsklimaat en de lage huizenprijs. Wat ik lees kan ik niet geloven. Zulke prijzen en zoveel woongenot? Tijdens het werk kan ik het niet uit m’n hoofd zetten en stiekem raadpleeg ik enkele Zweedse woningsites. Ik mail wat naar Brenda’s werk en krijg al snel het antwoord terug dat we vanavond eens verder moeten kijken. Ze is erg enthousiast geraakt. En bij mij komen weer de goede herinneringen aan Scandinavië terug die ik had in 2001 en 2002. Hoe ik alleen met bellyboat over verlaten Zweedse meren peddelde op zoek naar hard vechtende snoeken.

Zweedse meren zijn omzoomd met naaldhout en venige oevers

Zwerven met bellyboot en vliegenhengel

Ik bezoek een emigratiebeurs en raak steeds meer overtuigd dat dit misschien de ontsnapping vormt. Een ontsnapping uit een jachtig en steeds drukker wordend Nederland. Een ontsnapping uit het juk van het werken tot minstens 65 jaar of misschien wel nog meer. Zouden Brenda en ik met een betaalbare tweede woning misschien eerder kunnen stoppen? Het Nederlandse huis zou dan voldoende opbrengen om het pensioengat te dichten. Eerdere gesprekken met onze belastingconsulent en met een pensioenadviseur hadden al opgeleverd dat het idee zo gek nog niet was.
Het idee liet ons niet meer los. We lazen er van alles over, kochten boeken over emigratie en het leven in Zweden, vele avonden zaten we achter de computer en bekeken woningen. Diverse e-mails naar oude contacten werden verstuurd. Het was heerlijk om zo samen met Brenda het idee gestalte te geven: Scandinavië als logisch gevolg van interesse en voorliefdes en hang naar eenvoud en rust.
Brenda hakte de knoop door: we zouden in de zomer van 2007 naar Zweden op vakantie gaan. En als de kinderen terug gingen naar hun natuurlijke vader zouden we samen terug gaan naar Zweden om echt te gaan speuren.
Het leven kreeg ineens diepgang, het avontuur wachtte… en over m’n schouder voelde ik m’n ouders meekijken met een goedkeurend blik van, hier doe je goed aan, zo moet het.

Volgende pagina »