Fair Play: oude liefde roest niet…

Het verhaal is al vaker verteld: de historie van Fair Play hengels begint in de tweede helft van de jaren ‘50 met een winkel in hengelsportmateriaal aan het Kleine Gartmanplantsoen in Amsterdam.

Het gebruikte merk Fair Play werd overigens pas wat later, in 1969, geregistreerd toen de winkel verhuisde naar het huidige vestigingsadres aan de Roelof Hartstraat 32.

Mijn eigen historie met Fair Play begint in de eerste helft van de jaren 70, toen ik als jongetje van veertien mijn eerste zelfstandige stappen in de winkel deed. En, enigszins in tegenspraak met die leeftijd: niet zonder eerbied.
Want daaraan vooraf ging het lezen van de nodige boeken van Jan Schreiner, die bij mijn vader keurig op een rijtje in de kast stonden, met voor mij als meesterstuk “Werphengel Wel en Wee” uit 1969. De veel geroemde pen van Schreiner was zeker destijds ongeëvenaard en zijn verhalen maakten op mij dan ook diepe indruk.

Lang vervlogen tijden

In die tijd, wonende in Amsterdam, en met als transportmiddel alleen een fiets, was mijn hengelsportwereld klein en werd die wereld voor mij geregeerd door Koning Jan en kroonprins John, die met zijn vader sinds 1964 ook fysiek inhoud gaf aan het begrip Schreiner & Zn.

Het was tegen deze achtergrond welhaast onontkoombaar dat mijn eerste met vakantiewerk vergaarde muntjes in 1975 opgingen aan een spiksplinternieuw ultralicht geel holglas Fair Play spinhengeltje. Daar waren overigens, ook toen al, hele polemieken in de winkel over de hengels en ook de noodzaak van de bussen aan vooraf gegaan. Die bussen waren voor mij overigens niet de halszaak die de Schreiners er zelf van maakten; ik was gegrepen door het evangelie van het lichter vissen zoals dat door de meester werd verkondigd en had wat minder oog en oor voor zaken als de bussen en de met de hengels opgediende mechanica. Ik wilde gewoon vissen met een maximum aan kansen en plezier.

En voor dat recept was je aan de Roelof Hartstraat natuurlijk aan het goede adres. Het concept van het sportvissen als spel en de onmiskenbare romantiek daarvan, belichaamd door ondermeer een hoepelrond gebogen hengel, de tikkende slip, de juiste verhoudingen tussen hengel, lijn en werpgewicht; het had mij allemaal volledig in de greep en ik voelde mij bevoorrecht dat ik de materie zo nadrukkelijk doorgrondde. Met ongekend vertrouwen zwierf ik met mijn kersverse bezit dan ook langs het hoofdstedelijke water.

De auteur in 1976

Niet zonder succes; in dat voor mij eerste echte Fair Play jaar ving ik op een stomp spinnertje van 25 millimeter een snoek van 87 centimeter. Had ik het licht al gezien, nu werd ik van volgeling voorganger en ging het hek geheel van de dam. Bijbaantjes brachten al snel andere Fair Play’s in huis, zonder uitzondering lekker licht in relatie tot de te beoefenen visserij, zoals een Winston karperhengel voor 18-20/100. Ik vond namelijk 22/00 wat aan de al te stevige kant. Als onweerlegbaar bewijs voor de juistheid van de Fair Play stelling in zake lichter vissen en meer vangen ving ik verschrikkelijk veel vis, wat niet los kan worden gezien van het feit dat ik als scholier ook heel veel tijd had.

De devotie, want zo kun je het misschien wel noemen, nam in die tijd wel enigszins verontrustende vormen aan. Inherent aan de toewijding was dat ik het een beetje overdreef; ik viste soms zelfs met 12 of 14/100 gericht op karper met een brasemhengel – al was de passende nuance van Schreiner dat die visserij natuurlijk wel plaatsvond in cultuurwater - en op “edelkarper”.

Ik kan in het licht van het bovenstaande misschien niet geheel als strikt objectieve beschouwer worden aangemerkt, maar voor mij zijn de holglas hengels zoals die grofweg tussen 1970 en 1980 zijn gemaakt het summum van de Fair Play hengelbouw. Het zijn uitgekristalliseerde hengels ten opzichte van de eerdere perioden; er zijn veelal betere blanks gebruikt, er is sprake van meer innovatieve ontwerpen en ook zijn de hengels beter qua details als geleideogenverdeling. Eigenlijk waren ze niet of nauwelijks voor verdere verbetering vatbaar.

Niet alleen zijn de hengels superlicht, hebben ze vrijwel altijd reelringen, ook zijn ze voorzien van de dunste hardverchroomde ogen en meestal van de onvolprezen duraluminium busjes. Iets zwaardere hengels, zoals de karperhengels, zijn voorzien van een in eigen beheer ontwikkelde messing bus die werd geblauwd.

De hengels uit die tijd, die ik toen als perfect en vrijwel overal inzetbaar heb ervaren, blijken als mijn wereld zich verruimt en grenzen letterlijk wegvallen niet als enige zaligmakend. Maar misschien was het wel gewoon zo dat ik ooit het juiste water bij de hengels zocht en dat ik later die hengels meenam naar water waar ze minder perfect voor waren. Ik kwam op een punt dat andere merken een kans kregen hun waarde te tonen.

Wie veel vist ontwikkelt als hengelsporter niet alleen een bepaalde stijl, maar ook en vooral eigen voorkeuren en overtuigingen. Ik denk dat, op dat punt aangekomen, de gidsrol die Fair Play in het begin van menige hengelsportcarrière onmiskenbaar heeft vervuld voor velen ophield te bestaan. Zo zijn bijvoorbeeld veel vlieg- en karpervissers andere wegen ingeslagen; ook mij is het als vliegvisser zo vergaan. Wat overigens niet wil zeggen dat ik niet meer met Fair Play hengels viste.

Als ik na al die jaren nu nog eens terugblik stel ik vast dat het Fair Play assortiment groot is geweest en nog altijd is. Natuurlijk kan niet elk hengel ontwerp even geslaagd worden genoemd, maar voor welke hengelbouwer geldt dat wel? Daarbij valt over smaak niet te twisten, al denken we daar met z’n allen in relatie tot hengels natuurlijk heel anders over….

Glas in alle kleuren

Belangrijker is de vaststelling dat sommige hengels echte klassiekers zijn geworden en onmiskenbaar verbonden zijn met onze Nederlandse hengelbouwhistorie.
De ultralichte en lichte spinhengels in holglas, de drie grams Floret voorop, en de brasem- en vlokhengels voor 10-12/00 bijvoorbeeld; de lange lichte karperhengels; maar ook een veel moderner grafiet twee grammertje als de Rapier heeft inmiddels cultstatus verworven.
Andere bijzondere hengels zijn de grafiet brasemhengel voor 10-12/100 en de lange vlokhengel van hetzelfde materiaal. Unieke hengels met een heel herkenbare signatuur.

Mijn persoonlijke slotsom is dat ook vandaag de dag Fair Play nog altijd een perfecte keus is, een keus die ik zelf maak voor een aantal modellen bedoeld voor de ultralichte visserij. Voor mij schijnt daar de Fair Play ster - net als toen - het helderst.

Niet alleen gebruik ik af en toe nog het materiaal waarmee het allemaal begon, maar ook bezit ik een aantal van de hedendaagse hengels uit het atelier van John; die overigens zelf nog altijd vist, wat niet van elke hengelbouwer gezegd kan worden maar wat ik zelf vanuit het oogpunt van de beleving wel sympathiek en daarmee een pluspunt vind.

En daarmee kom ik op het gegeven dat veel van de keuze om juist met Fair Play hengels te vissen vooral met gevoel en ook met smaak te maken heeft. Mij spreekt de consistent door de decennia heen gehanteerde stijl, zowel qua ontwerp alsook qua afwerking, erg aan.
En juist in deze tijd, na een periode waarin een kritische beschouwer componenten als de gebruikte geleideogen vaak terecht als (te) zwaar van gewicht taxeerde, zijn hengels als mijn persoonlijke favoriet, de grafiet vlokhengel in de lengte van 235 cm, maar ook bijvoorbeeld de Rapier en de Floret weer helemaal up to date. Voorzien van bijvoorbeeld de lichtere REC Recoil ogen, mooi kurk en geblauwde busjes zijn dit opnieuw geslepen klassieke juwelen.

Opnieuw geslepen juweel

Ook is er tijd en ruimte voor echt “custom” werk, wat natuurlijk bij een product in deze prijsklasse van handbouw past, maar bijvoorbeeld ook, en dat is niet alledaags, ten aanzien van kleurstellingen van de blanks. Zo beschikken sommige sportvissers inmiddels over moderne Fair Play hengels in retro Schreiner kleuren als geel en groen.

Vijfendertig jaar na dato ben ik dan misschien ongevoelig geworden voor het verhaal dat rond de hengels wordt verteld; feit is dat vele modellen simpelweg voor zichzelf spreken. Met mij is er een grote groep vissers die, vaak door jarenlange ervaring wijs geworden, uit de collectie z’n eigen keuze kan maken.

In een hengelsportwereld die met harde hand wordt geregeerd door investerings-maatschappijen, marketingafdelingen en de daarmee opgelegde continue vernieuwing, en waarin hengels naar het soms lijkt alleen maar nieuw of tenminste licht, strak en hard moeten zijn, betrap ik mij er zelf op dat ik net als destijds af en toe weer volop geniet van hengels die vooral ouderwets werpen en buigen en ook qua afwerking eigengereid of misschien wel gewoon een beetje wars zijn van de moderne tijd.

Echte hengels; oude liefde roest niet!

De “Meister”-bouwer van splitcane vliegenhengels

Helaas is hij niet meer onder ons. De bouwer van mijn trotse bezit. Mijn: Walter Brunner splitcane vliegenhengel type Excellent, nummer 573/72. Walter Brunner behoorde tot de vriendengroep van beroemde vliegvissers waaronder Charles Ritz en Hans Gebetsroither. Voor veel hedendaagse vliegvissers misschien wel vergane glorie… voor anderen altijd nog de grote voorbeelden van de echte vliegvisserij. Walter Brunner was tijdens zijn leven al een legende. Zijn splitcane vliegenhengels moeten worden gerekend tot de echte wereldtop en het zijn dan ook stuk voor stuk hengels van wereldfaam. Brunner was bovendien een zeer begenadigd caster en vliegvisser.

Walter Brunner (foto: Rudi Heger)

Niet dat de huidige generatie vliegvissers met carbon vliegenhengels minder goed vist. Nee, in tegendeel. Anno 2008 omvat het vliegvissen een veel breder scala aan vliegvistechnieken, vliegvismaterialen, vliegvisreisdoelen en vliegvisinfo. Zoals vissen op zout water, vissen aan de andere kant van de wereld of in het verre Siberië of Mongolië. Allemaal mogelijkheden van de tegenwoordige tijd. Vliegvislectuur informeert je bovendien uitvoerig over dit alles.

Maar voor mij en gelukkig met mij voor nog vele anderen is het vliegvissen in West-Europese beken, rivieren en meren het enige ware… Vissen zoals Charles, Hans en Walter dat hebben gedaan. Ik koester hun boeken, hun technieken, hun vliegvistips, hun vliegvismaterialen. Noem het maar nostalgie voor mijn part. Noem het snobisme, purisme of voor mijn part ouderwetse eigenwijsheid. Ik weet wel beter.

Bijvoorbeeld toen ik in vorige week aan de Wenne in het Sauerland mijn 36 jaar oude splitcane vliegenhengel van Walter Brunner uit het foudraal liet glijden en deze hengel kon optuigen met een (oké, ook weer ouderwets) zijden vliegenlijn.
Om eerlijk te zijn heb ik niet zo vaak met deze hengel gevist. Ik was er tot nu toe gewoon te zuinig op. Het is een fantastisch product. Uit de vaardige handen van de beste splitcane hengelbouwer die er naar mijn smaak heeft bestaan. Splitcanes van Hardy en van Pezon et Michel of van bekende Amerikaanse merken komen naar mijn idee niet in de buurt. De “Brunners” hebben een geheel eigen actie. Een actie die overigens helemaal hoort bij de werptechniek van Gebetsroither. Een strakke actie dus. Niet zo parabolisch als die van Hardy en Pezon. Een voorloper van de actie die nu wordt bereikt met een goede carbon vliegenhengel.

De 36 jaar oude Brunner Excellent in onberispelijke staat

Brunner bouwde zijn eerste vliegenhengels als hobbyist in de vijftiger jaren. Hij was op dit gebied een autodidact. Vanaf 1963 ontstond de eerste serie hengels die voor de verkoop bedoeld waren onder de naam Austria. Hij heeft tot zijn pensioen met de firma Brunner-Austria hengels gebouwd maar nooit enige concessie gedaan aan de hoge kwaliteitseisen die hij er vanaf het allereerste begin aan stelde.

Om de kop van dit artikel eer aan te doen ontkom ik er niet aan om Walter Brunner te kwalificeren als de Meister (denk aan grootheden als Franz Beckenbauer, Herbert von Karajan of Mozart). Het lijkt misschien wat overdreven, maar toch moet Walter Brunner op dat niveau worden ingeschaald als het om het bouwen van splitcane vliegenhengels ging. Geen wonder dat op eBay en in vliegvistijdschriften in heel Europa advertenties voorkomen waar aan een Walter Brunner vliegenhengel grif een prijskaartje tussen 1.100 en 1.500 euro hangt.

Om terug te komen op mijn Walter Brunner. Het is een hengel van het type Excellent. Lengte 7 voet (2,10 meter), werpvermogen aftma 4 tot 5. Fraaie kurken handgreep van de beste kwaliteit kurk (dat kon in de 60-er en 70-er jaren nog) en op de handgreep geplaatste reelringen. Gevoerd top- en startoog, hardverchroomde slangenogen en een metalen pen-/busverbinding die akelig precies sluit. De afwerking van de ogenwikkelingen en de laklaag past helemaal bij de naam van deze hengel: “excellent”.
Toch zijn er types uit de serie splitcane vliegenhengels die nog meer gewild zijn. Types als de Cherie en Gebetsroither Super zijn nog meer gevraagd, als ze al te verkrijgen zijn. Het zijn geluksvogels die deze hengels kunnen kopen uit nalatenschappen van fervente vliegvissers oude stijl.

De Brunner en Jan Aben in actie op de Wenne in het Sauerland

Om eerlijk te zijn hebben hedendaagse carbon vliegenhengels van goede kwaliteit zoals bijvoorbeeld een Sage, een Winston, een Thomas & Thomas, een Orvis en ook Hardy, vistechnisch de Brunners ingehaald. De voordelen van het moderne materiaal zijn zodanig ver doorontwikkeld dat de basiseigenschappen van splitcane niet helemaal gelijke tred hebben kunnen houden. Maar toch, zo heel ver liggen de kwaliteiten niet uit elkaar. Het gewicht van splitcane (mijn hengel weegt 80 gram) is iets zwaarder en met name als het om langere hengels gaat is het werpen met carbon vliegen hengels gewoon gemakkelijker.
Toch neem ik die technische achterstand graag voor lief als ik met licht materiaal en een niet te grote droge vlieg, haak 18 tot hoogstens 14, in een beek sta en die aan een stijgende vlagzalm of beekforel mag presenteren. Subtiel en technisch zoals Charles, Hans en Walter dat ook deden. Als ik dan enkele goede dertigers vangen mag, dan kunnen mij de tig-ponders zalm in het viskamp in het verre Mongolië echt niet bekoren… Met dank aan de “Meister” Walter Brunner.

Zie ook hier voor meer info over Walter Brunner.

Kurk voor dummies

Kurk is een fraai natuurproduct. Het wordt gewonnen uit de bast van de kurkeik. De kurkeik komt voornamelijk voor in de mediterrane gebieden langs de Atlantische kust. Deze boom gedijt het beste in een klimaat met veel zonlicht en gematigde neerslag. De grootste leverancier van kurk is Portugal, goed voor 50 tot 60% van de jaarlijkse kurkoogst.

Door de leverancier voorgeboord en opgebouwd uit meerdere ringen

De bast van de kurkeik verjongt zichzelf in een cyclus van circa 10 jaar. Een gemiddelde kurkeik produceert kurk gedurende 10 tot 12 cycli en wordt ongeveer 120 jaar oud. Het geheim van de kurkeik is dat deze boom nadat de bast is verwijderd deze telkens opnieuw aanmaakt. Andere bomen sterven daarentegen na het verwijderen van de bast.
De eerste kurk groeit 1 tot 1.5 mm per jaar. De eerst kurk kan worden geoogst na circa 6 jaar. Deze kurk is niet bruikbaar voor ringen zoals die worden gebruikt in de hengelbouw; deze kurk is daarvoor te hard. De volgende oogst na ongeveer 8 jaar is geschikt voor kurkringen. De kurk verloopt dan in kleurschakeringen van rose naar oker en lichtbruin tot de korstige grijze buitenlaag.

Er zijn erg veel kurkkwaliteiten, voor de hengelsportbranche zijn er 5 gangbare kwaliteiten van topkwaliteit naar slecht: Flor grade, Super Plus grade, Super grade, A grade en B grade. Elke grade kan ook weer onderverdeeld worden, afhankelijk van de leverancier, het jaargetijde, een goede of slechte oogst, enzovoorts. De prijs van de kurk loopt op met de kwaliteit van de grade. De nogal eens gehoorde veralgemening “kurk is kurk” getuigt van een gebrek aan kennis van zaken of aan middelen, dan wel beide.

Van een redelijke kwaliteit kurk kan men ook redelijke ringen maken, maar van een zeer goede kwaliteit kurk kan men ook zeer slechte ringen maken. Het is maar hoe de fabrikant er mee omgaat. Zo zijn er bijvoorbeeld schijfjes van de beste en mooiste Flor grade, rozerood van kleur met een mooie “vlam”, samen met een B grade ring verlijmd, eeuwig zonde.
Doorgaans zijn de Flor ringen platte ringen van circa 6 mm dik. De reden hiervoor is dat de “steker”, degene die de ringen uit de schors steekt, enkel voor ongeveer deze dikte kan bepalen of het een mooie ring zal worden of niet. Na ongeveer 6 mm kan er bijvoorbeeld een groot gat of diepe nerf zitten, vandaar dat Flor meestal per 6 mm geleverd wordt.

Verschillende kwaliteiten kurk

Het selecteren op kleur, aan de structuur herkennen waar waarschijnlijk een nog onzichtbaar slecht deel zal zitten, een kurkgreep naadloos passend maken, goed en mooi schuren en op de juiste manier vullen verlangt kennis van zaken en oog voor detail. Een gepassioneerde en kundige hengelbouwer herken je daarom niet zelden aan de kwaliteit van de greep.

Wereldwijd is de vraag naar kurk de afgelopen jaren toegenomen. De kurkproductie is echter afgenomen als gevolg van milieueffecten, klimaatschommelingen en bosbrandschade. Toename in de vraag en schaarste heeft ertoe geleid dat de prijzen van kurk en met name kwaliteitskurk fors zijn gestegen. Een kwaliteitsgreep op een hengel is dus een zeer kostbaar bezit.

Een leuke website om de productie van kurk in de praktijk te zien is de site van het Portugese Fabricor. Inmiddels verdwijnt bijna heel hun productie naar China alwaar men de verwerking van dit fraaie product niet zo nauw neemt helaas…