De klassieke multireel
De ‘multiplying reel’, ook wel ‘multiplier’ of in het Nederlands ‘multireel’ genoemd, is een reel met een versnellend inhaalmechanisme, waarmee hij dus verschilt van de simpele centrepin reel. Het is een Britse uitvinding uit de 18e eeuw.
Blijkens advertenties uit de periode 1760-1770 van de Londense maker van hengelsportmateriaal Onesimus Ustonson waren ‘multiplying brass winches’ toen in ieder geval al een bekend begrip. Afgaand op de oudst bekende afbeelding van zo’n reeltje, in deel 2 van William Barker Daniels boek Rural Sports uit 1802, waren die vroege multireels nog vrij onhandige, zwak geconstrueerde messing gevalletjes. Maar desondanks werden ze in de eerste decennia van de 19e eeuw in Engeland al algemeen gebruikt.
In de eerste helft van de 19e eeuw werden de multireels sterk verbeterd. Dat gebeurde enigermate in Engeland, maar vooral in Amerika en met name in de staat Kentucky. De vader van de ‘Kentucky reel’ - indertijd de gebruikelijke aanduiding voor de ‘multiplying reel’ - was de horlogemaker en zilversmid George Snyder.
Zijn reels dateren van tussen 1820 en 1844. Naar zijn voorbeeld werden vanaf 1833 in toenemende aantallen Kentucky reels gemaakt door diverse andere ambachtslieden in die staat, zoals de broers J.F. en B.F. Meek en B.C. Milam. Deze reels werden vooral gebruikt voor ‘baitcasting’: het werpen met niet al te licht kunstaas, zoals pluggen en lepels.
Aan het begin van de 20e eeuw hadden de multireels in Amerika al een hoge graad van kwaliteit en functionaliteit bereikt en werden ze in grote hoeveelheden geproduceerd en voor een deel ook geëxporteerd naar Europa en elders.
A.B. Urfabriken (ABU)
In Svängsta, in Zuid-Zweden, was sinds 1921 de A.B. Urfabriken (N.V. Uurwerkenfabriek) gevestigd, vanaf eind jaren ‘50 bekend als ABU. Deze firma fabriceerde vooral gespecialiseerde uurwerken, met name taximeters en telefoontellers.
Juist toen het bedrijf in 1939 een zeer handzame moderne taximeter had ontwikkeld en daarmee de markt wilde veroveren, brak in september van dat jaar de Tweede Wereldoorlog uit. Dit bracht enerzijds brandstofschaarste met zich mee - minder taxigebruik dus - en verlamde anderzijds voor het grootste deel de overzeese export. Beide omstandigheden deden de afzetmogelijkheden voor taximeters de das om. Daarom schakelde de fabriek eind 1939 over op de productie van werpreels. De eerste modellen kwamen in 1940 op de markt onder de merknaam Record (pas vanaf 1957 werd de merknaam ABU gebruikt) en waren gebaseerd op de Amerikaanse multireels die voor de oorlog in Zweden populair waren.
In de Record-catalogus van 1941 wordt hierover gezegd (mijn vertaling):
“99% van de werpreels die tot nu toe in ons land gebruikt worden, werden geïmporteerd vanuit Amerika. Deze import is nu opgehouden, maar sportvissers hoeven zich geen zorgen te maken. Er zijn nu in Zweden gebouwde reels, gefabriceerd en van een garantiestempel voorzien door A.B. Urfabriken, Svängsta.”
En er werd meteen een ‘advertorial’ uit de krant Svenska Dagbladet van 12 november 1940 geciteerd, waarin de kwaliteit van deze reels ten opzichte van de Amerikaanse multireels werd aangeprezen:
“Record werpreels gefabriceerd door A.B. Urfabriken hebben bewezen van minstens zo goede kwaliteit te zijn als de betere Amerikaanse reels, waarvoor de import in de toekomst niet meer nodig lijkt. Record reels worden in vijf verschillende modellen gemaakt, uiterlijk gelijk aan de Amerikaanse, maar met een verbeterd mechanisme. Bij het testwerpen met de Record 1800 werden minstens zulke goede afstanden behaald als met de beste Amerikaanse reels.”
Vrijloopmechanisme en centrifugale rem
Of de vroege Record reels in de praktijk inderdaad konden wedijveren met de beste vooroorlogse Amerikaanse reels, zou ik niet durven beamen. Ik heb geen van beiden ooit gebruikt.
Duidelijk is wel dat de beste reels die vóór 1940 in Amerika werden gebouwd in ieder geval uiterlijk de indruk geven al bijzonder hoogwaardige staaltjes van ambachtelijk vakmanschap te zijn. De meest geavanceerde vooroorlogse Amerikaanse modellen zien er bepaald indrukwekkender uit dan de eerste Record-reels uit de jaren 1940-1944. Maar met de introductie van de Record 2100 Sport in 1945 bereikten ook deze Zweedse multireels een voor die tijd hoge graad van perfectie. De 2100 Sport was namelijk de eerste Record-reel met een vrijloopmechanisme (d.w.z. de transmissie en de slinger draaiden tijdens de worp niet met de spoel mee, waardoor verdere worpen mogelijk waren) én het was de eerste reel met de door A.B. Urfabriken gepatenteerde centrifugale rem. Deze rem verminderde de kans op ‘backlash’ (pruiken werpen) aanzienlijk, terwijl ook het vrijloopmechanisme daaraan bijdroeg (minder vliegwielwerking).
Overigens was het vrijloopmechanisme op multireels geen nieuwtje van de A.B. Urfabriken, maar een Amerikaanse uitvinding. Het oudste patent erop dat mij bekend is, werd op 12 december 1933 verleend aan een zekere Ira L. Spenny uit Ohio, een brillenmaker van beroep. (Zie: http://www.freepatentsonline.com/1939148.html , waar een link naar het PDF-document van het patent staat.)
De overbrenging (versnelling)
De oorspronkelijke aanduiding multiplicator (vermenigvuldiger) duidt bij de multireel op de overbrenging, dus de versnelling die de spoel krijgt bij het draaien aan het hendeltje. Een versnelling van 1 op 4 (of 1:4) betekent bijvoorbeeld dat één omwenteling van de hendel leidt tot vier omwentelingen van de spoel.
Daarbij geldt het simpele mechanische principe dat hoe groter de versnelling is, hoe zwaarder het inhalen gaat en hoe geringer de kracht die je daarbij kunt zetten. Er zal dus een juist evenwicht gekozen moeten worden tussen de snelheid en kracht die gewenst zijn en die keuze is allereerst afhankelijk van het soort visserij. Zware bootvisserij op haaien bijvoorbeeld vereist veel kracht en maakt dus een geringe versnelling noodzakelijk. Maar de geleidelijke verbeteringen in het mechaniek (m.n. de overbrenging) van een reel laten soms ook een grotere versnelling toe, zonder dat dit de reel veel zwaarder doet draaien. Last but not least doet ook de marketing en daarmee de mode een duit in het zakje, wat mettertijd in grote lijnen tot steeds snellere reels heeft geleid. Die hogere snelheid wordt namelijk steevast als winstpunt aangeprezen - typisch eigentijds - waarbij het nadeel van krachtverlies doorgaans verzwegen wordt.
De oude Kentucky reels uit de 19e eeuw, die gebruikt werden voor het ‘baitcasting’ op ‘bass’ (een vrij snelle kunstaasvisserij), hadden veelal een overbrenging van 1:4 of daaromtrent en deze werden dan ook aangeduid als ‘quadruple multipliers’. Eigenlijk was dat nog betrekkelijk snel vergeleken met de oudere types Record-reels uit Zweden, die sinds begin jaren ‘40 van de 20e eeuw een versnelling van 1:3,33 hadden. De Ambassadeur 5000 en 6000 reels, die in de jaren ‘50 op de markt kwamen, waren al wat sneller, met een overbrenging van 1:3,6 (feitelijk 1:3,56). In 1974 - de Record-reels waren inmiddels ABU gaan heten - kwamen er daarvan ook high speed modellen met een overbrenging van 1:4,7 (feitelijk 1:4,66), wat vervolgens in 1985 de ‘geüpgrade’ overbrenging van de standaard 5000 en 6000-modellen werd. Zo werd de versnelling van de ABU-reels in de loop der jaren geleidelijk aan steeds verder opgevoerd. Inmiddels is de snelheid van de standaard 5000 en 6000-modellen 1:5,3 en die van de high speed modellen1:6,3. Voor sommige doeleinden waarbij enige kracht een vereiste is, bleek dit toch wat te veel van het goede, zodat ruimte ontstond voor extra langzame ‘winch’-modellen met een 1:3,8 overbrenging - die daarmee dus nog altijd iets sneller zijn dan de standaard Ambassadeurs uit de periode 1952-1985. En daarbij zijn we dan weer min of meer terug bij ‘af’.
Kogellagers
De al genoemde Record 2100 Sport uit 1945 - de eerste Record-reel met een vrijloopmechanisme - was heel geliefd bij wedstrijdwerpers en er werden veel afstandsrecords mee behaald.
In 1950 introduceerde A.B. Urfabriken een meer geavanceerde werpreel, de Record 3000 Flyer. Dit was de eerste Record-reel waarvan de spoelas op kogellagers draaide. Bovendien had de Flyer wat nauwkeuriger afstelbare lagercupjes (deze dienen als mechanische rem). Toen echter eind 1952 het paradepaardje van A.B. Urfabriken op de markt kwam, de legendarische rode Ambassadeur 5000, was deze niet voorzien van kogellagers, maar van bronzen glijlagers (buslagers). De 3000 Flyer bleef in productie tot 1957 (de 2100 Sport, die tot 1973 gemaakt werd, hield het dus als afstandsreel veel langer vol), waarna A.B. Urfabriken een aantal jaren geen reels met kogellagers meer produceerde. Die kogellagers keerden pas terug in 1963, als extra snufje van de toen geïntroduceerde peperdure ‘gouden’ Ambassadeur 5000 DeLuxe; in de normaal uitgevoerde ABU-reels verschenen ze pas weer in 1967, toen de eerste Ambassadeur 5000C modellen op de markt kwamen.
Algemeen wordt aangenomen dat met een multireel voorzien van kogellagers verdere worpen mogelijk zijn dan met een reel met glijlagers, c.q. bronzen buslagers. In kleinere kring bestaat hierover echter discussie - zoals dat overigens ook met betrekking tot de lagering van centrepin reels het geval is. Buslagers, en zeker goed ingelopen of zorgvuldig gepolijste buslagers, blijken namelijk in de praktijk minstens zo ver en soms zelfs verder te werpen dan goed geoliede kogellagers. ABU wist dat zelf ook best, toen zij haar 5000C-modellen introduceerde (de toevoeging C staat bij ABU voor kogellagering). En in dat licht bezien lijkt de herintroductie van deze kogellagers in 1963 en 1967 vooral een commerciële zet te zijn geweest waarmee de illusie van extra kwaliteit geboden werd. Terugkijkend geeft ABU dat zelf ook wel toe. In haar catalogus van 2002 valt daarover zonder omhaal te lezen (vertaald uit de Zweedse editie): ” Het C-model, de reel met kogellagers, werd al snel een succes, hoewel het eigenlijk niet verder wierp, en sindsdien worden de meeste Ambassadeurs zowel met als zonder kogellagers gemaakt.” Zo gaat dat.
In deze tijd van hevig gepropageerde high-tech RVS en keramische lagers, Rocket Fuel olie en ‘fine tuning’ (precies afstellen), waarin veel vermeende experts elkaar bovendien maar klakkeloos napraten, valt de beweerde gelijkwaardigheid van de glijlagers waarschijnlijk maar moeilijk te aanvaarden. Dat vond ook een ‘reel tuning expert’ als Tim Parratt. Die kocht op een dag een oude Ambassadeur 5000, voorzien van bronzen buslagers dus, om er tot zijn stomme verbazing achter te komen kwam dat hij daarmee verder wierp dan met zijn goed onderhouden en veel modernere Ambassadeur 4600C4, die ruim voorzien was van kogellagers, geolied met hippe Rocket Fuel. Of zoals hij zelf schreef:
“I was astounded - the 5000 out-cast the 4600C4. Thinking it was a fluke I kept on casting. Every time it was the same - the 5000 cast further. If someone told me this I wouldn’t believe them - a 5000 with two bushings and a fixed spindle design out-casting a 4600C4 with two spool bearings, a level wind bearing and an ultra-cast spool. It made no sense.”
Toch was het niet anders. Voorzichtig polijsten van de binnenkant van de buslagers, de uiteinden van spoelas en nog enkele andere kleine onderdelen bleek bovendien de werpprestaties van reels met buslagers nog te verhogen.
Overigens heb ik hetzelfde ondervonden als Tim Parratt. Ik gebruik al jaren twee tip-top onderhouden Ambassadeur 4601C3 reels, met kogellagers dus. Maar toen ik een tijdje terug mijn veel oudere en primitievere ABU 1750A om sentimentele redenen weer eens mee uit vissen nam (nieuw gekocht in 1978 en gebruikt tot ver in de jaren ‘90), was ik na al die tijd ook verrast over de onverwacht lange worpen die ik er mee maakte. Langer dan met de 4601C3 reeltjes? Ik heb het niet daadwerkelijk vergeleken, maar het zou heel goed kunnen.
Tot slot
Er valt over multireels nog oneindig veel meer te vertellen, maar ik laat het in het korte bestek van dit artikel bij deze selectieve grepen uit het leven van een nuttig en plezierig stukje techniek.
Voor wie meer wil weten over de geschiedenis van diverse merken Zweedse werpreels en molens (waaronder ABU) is het boek van Daniel Skupien een aanrader: Vintage Fishing Reels of Sweden (2002). De verreweg grootste en beste website over alle producten en achtergronden van Record / ABU is die van Wayne Real uit Australië: Real’s Reels (http://www.realsreels.com/). Hier zijn overigens ook de genoemde bevindingen en uitgebreide onderhoudstips van Tim Parratt te vinden (onder ‘Servicing’).









