Een “oh ja”-gevoel… voor vliegvissers!
Ik kreeg het boekje “iMago - Erzählungen vom Fliegenfischen” van mijn zoon Jan-Pieter. Hij is al jaren ook een fervent vliegvisser. Jan-Pieter woont in Duitsland en het is dus niet vreemd dat hij veel Duitse lectuur over vliegvissen leest. De bijna complete verzameling van het maandblad Fliegenfischen van uitgeverij Jahr is de grote trots in zijn boekenkast (hij mist nog één nummer, namelijk uitgave 1996 nummer 1, als u die toevallig toch hebt liggen…).
Vooral in de wintermaanden wanneer we af en toe samen vliegen binden en plannen maken voor het nieuwe visseizoen wordt er veel gelezen over onze gezamenlijke hobby. Enkele weken geleden gaf hij mij een boekje van de vliegvisser Frank Möbus met de titel “iMago - Erzählungen vom Fliegenfischen” met daarbij de opmerking dat hij aan het lezen van dit boek erg veel plezier had gehad en heel veel van de beschreven verhalen herkend had.
Inmiddels heb ik zelf het boekje ook gelezen en kan bevestigen dat de “verhalen” of “verslagen” die Frank Möbus hier aan het papier heeft toevertrouwd erg bekend voorkomen. Het boek heeft 176 pagina’s verdeeld in twee delen: deel I met verhalen die Frank Möbus aanduidt als “Frei erfunden”, en deel II die hij “Gelebtes Fliegenfischen” noemt. In zijn voorwoord schrijft Frank dat een aantal verhalen uit de bekende dikke duim gezogen zijn en dat andere verhalen op waarheid berusten. Het maakt in mijn beleving weinig uit welk verhaal men leest want in iedere situatie had is het bekende “oh ja”-gevoel. Zo van… dat is heel herkenbaar of… dat heb ik zelf ook al eens meegemaakt of… ja dat klopt precies!
Heel vermakelijk dus en zeer de moeite waard om te lezen. Niet dat je er beter door gaat vliegvissen, maar wel dat men bij het lezen van dit boek verzekerd is van een paar aangename uurtjes en men zich kan vereenzelvigen met de situaties aan het viswater. Een werkelijk subliem verhaal is het spannende relaas over de iMago waaraan het boek de titel heeft ontleend. Ik denk niet dat de Duitse taal voor de vliegvissende Nederlanders een probleem vormt en dus beveel ik dit boekje van harte aan.
In 2007 uitgegeven door de Zwitserse uitgeverij Fischeuberalles.ch. ISBN 978-3-905678-24-6.
Kijk ook op eBay waar dit boekje voor een redelijke prijs van nog geen twintig euro wordt aangeboden.
Stille wateren
Stille wateren is een verhalenbundel opgetekend door twee bevriende karpervissers, Gerard Schaaf en Paul van de Logt. En dat is meteen wat het onderscheidt van de meeste boeken die over karpervissen gaan. Hierin geen uitleg over systemen, aassoorten, hengels, molens, nylon en wat dies meer zij. Het zijn verhalen, waarin je als lezer plaats lijkt te hebben genomen op de schouder van de karpervisser en zijn gevoel en beleving mee mag beleven.
Het boek telt zeventien verhalen, zowel verzonnen als waar gebeurde. Elf verhalen zijn geschreven door Gerard, Paul heeft er zes voor zijn rekening genomen. Het boek bevat enkele foto’s die, net als de tekeningen, in bruin zijn afgedrukt om een nostalgische sfeer te creëren.
Zelden heb ik een visboek gelezen dat zo mijn aandacht opslokte. Dat vissen meer is dan het vangen van een vis, komt in dit boek goed naar voren. De vissers schrijven over markante mensen die in een tv-programma als Showroom of Man bijt hond niet zouden misstaan. Mensen die hen wijsheden bijbrachten op visgebied, zoals “niet naast de paal vissen, maar er tegenaan!” of “niet bij een brug vissen, maar eronder!”.
De omschrijvingen van de ontluikende natuur in het voorjaar of de omgeving van een viswater is met weinig woorden raak opgeschreven. Het kost je geen moeite je het voor je te zien, je daar te wanen. De verzonnen verhalen zijn prettig geschreven. Van erotisch (De kanjer) tot verdwazing (Het poeder), het zijn de mijmeringen van deze vissers. Het verhaal De fortgracht is of lijkt geen verzonnen verhaal te zijn en is de natte droom van iedere visser. Een maagdelijk water ontdekken dat fabelachtige karpers bevat.
In de jungle van alles wat over visserij is geschreven, neemt dit boek een aparte plaats in. Nog nooit kon ik mij zo vereenzelvigen met de hoofdpersonen, nog nooit trof ik een boek dat sfeer en beleving met betrekking tot karpervissen zo goed benaderde. De woorden van Paul van de Logt in het voorwoord, verwoorden voor mij het beste dit gevoel: “Dwarrelende rook uit opa’s pijp. Een luie stoel, een schemerlamp. Regen klettert tegen de ramen. Eigenlijk is dat de sfeer waarin dit boek gelezen dient te worden. Maar ook; achter wuivend riet of op een stille plek aan een buitenlands meer. Geen boek vol met foto’s met records, geen theorieën over boilies, eutrofisch water, onderlijnen, eiwitten, koolhydraten. Elk verhaal is een verhaal apart. Er bestaat geen onderlinge samenhang. Niet de karper staat centraal maar de mens erachter”.
In 1998 uitgegeven door Vipmedia in Breda. ISBN 90-70206-60-9.

