Het seizoen
Vandaag, woensdag 29 september, een vrije dag opgenomen. Eindelijk weer de ruimte en tijd om buiten te zijn en te gaan vissen. De herfst zit duidelijk in de lucht. Ik kan het ruiken. Zelfs hier in huis, waar kastanjes even hun vertrouwde geur verspreiden nadat ze natgeregend zijn binnengebracht. Ik hoor het aan de roep van de ganzen. Ineens zijn ze er weer. Niet het slag dat hier het hele jaar door verblijft, maar die eerste wintergasten vanuit het hoge noorden. Herfst! Ik kan het zien aan het warme septemberlicht dat het rijpe maïs van een gouden gloed voorziet. Ik voelde het vanochtend vroeg in mijn gezicht, die prikkelende tinteling van rond het vriespunt. Het is een schoon gevoel, alsof de kou mijn gedachten zuivert, mijn zicht op de zaken verheldert en de dagelijkse beslommeringen weer in het juiste perspectief plaatst. En hoewel alles wat bloeide en groeide nu dienst heeft gedaan, en wordt opgeruimd of afsterft, toch onthult dit verval nieuwe mogelijkheden. Als een frisse wind die de boel eens goed schoonblaast, en ruimte geeft aan nieuwe kansen.
Dat is de herfst, nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden. Voor een kunstaasvisser dan wel. Of in ieder geval voor mijzelf. De herfst is het begin van een seizoen. Hét seizoen. Van oudsher, en nu nog steeds. Want wat zo diep ingesleten is, dat blijft altijd aanwezig. De start van het snoekseizoen, simpelweg omdat in deze tijd van het jaar het polderland weer langzaamaan toegankelijk is, de oevers begaanbaar worden, en het water in de geschoonde sloten weer kan vrij kan stromen en bevist kan worden met de spinner.
Steevast sta ik weer te vroeg in het jaar aan de oevers van favoriete watertjes. Te vroeg omdat de vaarten niet optimaal te bevissen zijn door de nog aanwezige begroeiing in en langs het water. Eigenlijk is dat nu, eind september, ook nog een beetje het geval. Toch is er al hier en daar geschikt polderwater te vinden.
Vanochtend begonnen in een kleine sloot, ergens in de polders nabij Earnewâld. Dit gebied, op de rand van de Friese Wouden, is een typisch veengebied. Her en der petgaten, veenweiden, ruigtes, en doorspekt met vaartjes en sloten, al dan niet in vergaande staat van verlanding. Een schraal gebied, met bijbehorend door het veen gekleurd water. Een mooie omgeving, waar nauwelijks iemand komt, en waar een ree zich liet zien. Maar zo rustig als de ochtend, zo stil was ook het water. Van de vele baarzen die mijn vismaat hier de afgelopen week heeft gevangen geen spoor. De sloot, die in verbinding staat met een dijksvaart, is ondiep en is nog niet geheel vrij van plantenresten. Er is al wel gehekkeld, maar niet echt met overtuiging uitgevoerd, en het pijlkruid staat her en der nog fier overeind. Uiteindelijk wist ik hier nog wel een klein snoekje te vangen, en had ik nog een volgertje. De eerste snoekjes van het seizoen, te midden van het pijlkruid dat in het Fries toepasselijk snoekeblêd wordt genoemd.
Later op de ochtend naar een andere stek gereden. Inmiddels is deze herfstdag van karakter veranderd. Gaf de vroege ochtend nog een vooruitblik op de aanstaande winter, nu, tegen het middaguur, wordt er even teruggekeken op de afgelopen zomer en kan ik uit de wind en in de zon zonder jas verder vissen.
Dit keer in een ander gebied. Ergens op de overgang van het oude weide land naar de kleigronden. Polders waarvan de oorsprong zo’n duizend jaar terug ligt in de eerste bedijkingen van kwelders. In een aantal vaarten en sloten is de loop van de oude slenken en geulen misschien wel terug te vinden. Heel ander water dan in de veengebieden. Soms erg helder, en een meer voedzame omgeving voor de vis. De eerste stek die ik hier bezoek blijkt nog te zeer begroeid te zijn om goed te kunnen spinneren. In een van de weinige open plekken tussen de waterplanten zie ik echter een snoek staan. Niet meer dan een donkere streep in het heldere water is te zien, maar het pijlvormige silhouet verraadt onmiskenbaar de ware aard van een echte rover. Roerloos, vermomd in de gedaante van een stok, geduldig afwachtend tot zich iets binnen het bereik van haar schot waagt. Ik sluip naderbij… de open plek tussen de waterplanten biedt voldoende ruimte om de spinner heel precies voorbij de snoek te werpen en op te starten. Terwijl ik de spinner langzaam binnenvis kijk ik naar de snoek, en wanneer het kunstaas mijn blikveld binnendraait zie ik de snoek ineens bewegen. Hij of zij draait en richt zich al op het spinnertje dat zeker nog twee meter van de vis is verwijderd. Dan, wanneer de spinner passeert, is er ineens de weerstand op de hengel. Geen wild schot, wel een beheerst grijpen door een snoek die ik in het heldere water zie naderen en die slechts weinig moeite hoeft te doen om de spinner te pakken. Maar dan is ook direct alle rust op en onder water verdwenen, wanneer de snoek zich bewust wordt van zijn vergissing en het stille wateroppervlak met zijn vluchtpogingen doorbreekt. Ik moet me dan beheersen, en heb moeite om de snoek uit de dikke slierten wier vandaan te houden.
Dan door naar een volgende poldervaart, op zoek naar open water. Ver hoef ik niet te zoeken. En al snel sta ik midden in weids terrein aan de oever van een vaart waar al wel het riet is gemaaid en de begroeiing in het water voor een groot gedeelte is verdwenen. Hier blijken de snoeken aardig los te liggen. Ik ving er nog drie en verspeelde een exemplaar. Ook hier subtiele aanbeten. De rechte dunne nylonlijn, die de koers van de spinner aangeeft, verschuift plots een paar decimeter zijwaarts waarna langzaam de weerstand op de hengel oploopt. Of een klein rukje op de top, en daarna muurvast aan schijnbaar dood gewicht dat na enkele seconden toch besluit tot leven te komen. Misschien is het de subtiliteit van het lichte materiaal dat maakt dat de snoek slechts weinig weerstand voelt en daardoor niet direct door heeft wat er aan de hand is. Het lichte materiaal maakt ook de dril tot een enerverende gebeurtenis. Niet door wilde uitspattingen en staartdansende capriolen, maar juist door het beheerste raffinement. De snoek heeft geen schijn van kans…
Het was mooi, en na nog een praatje te maken met een waterschapsman, een boer met zeis, en met een collega visser ga ik naar huis. Thuis wacht het gezin, de kinderen hebben vrij vanmiddag. Thuisgekomen wacht mij een verrassing: een flinke stapel Vissport is door de postbode afgeleverd. Een aantal vrijwel complete jaargangen (met dank aan één van de Flitsend Nylon leden) dat perfect aansluit op de allereerste jaargangen Vissport die ik ooit al vanuit het ouderlijk huis heb meegekregen. Gelijk maar even ingekeken, doorgebladerd, en al lezend na een fijne ochtend spinneren in de polder kom ik tot de aangename conclusie dat sommige zaken in de hengelsport tijdloos zijn.
Gebruikt materiaal: Fair Play Rapier en spinner met 24 mm Indiana blad (pearl kleur).
Herinneringen aan Ierland (mei 2010)
Killaloe
Kleine stad aan de oostoever van de Shannon, een twintig kilometer stroomopwaarts van Limerick. Nog net in County Clare. Kerk, kroegen, winkels, een Nederlandse hengelsportzaak. Door een magnifieke eeuwenoude brug verbonden met Ballina, County Tipperary. Kerk, kroegen, winkels, een inheemse hengelsportzaak.
Ursula
Iedereen was verliefd op Ursula, sommigen wilden haar mee nemen naar Nederland, een enkeling zelfs met haar trouwen. Ze drijft in Killaloe een knus, antiek ingericht pensionnetje op een steenworp van de Shannon en de brug die je naar Ballina brengt. Type opgewekt en niet opdringerig. Een prima ontbijt naar keuze, machtig Iers of gezond continentaal. En een lunchtas met koffie en iedere dag weer een nieuwe buitengewoon smakelijke verrassing.
Ferdinand
Ferdinand Heijerman vist al tweeëntwintig jaar in Ierland. Hij woont er inmiddels vijftien jaar. Een uitstekende visser, allerlei visserijen kent hij als zijn broekzak en weet het nodige van de Ierse natuur te vertellen. Sympathieke, rustige knaap. Zeer behulpzaam en efficiënt in zijn werk.
Nenagh
Zeg maar Nina. Een prachtig riviertje dat in het noordoosten in Lough Derg uitmondt. Dinsdag was het zulk mooi stralend weer, dat we dachten dat vissen niks zou worden. Gevieren hebben we toen een ruim rondje om het meer gereden. Hier en daar gestopt om een vervallen kerkhof of een ruïne van een boothuis te bekijken en zo kwamen we een keer bij de Nenagh terecht. Iedereen enthousiast. Even langs de oever gestruind, naar een volgend bruggetje gereden, en wéér naar een volgend bruggetje. En het bleef maar mooi. Donderdag en zaterdag zijn Marcel en ik er weer heen geweest met vliegenhengels. Marcel ving zijn eerste bruine forel op de vlieg. We hebben gevist en ook veel verkend. Van een local begrepen we dat augustus/september de beste tijd was, dan stijgt het water en trekt de forel uit Lough Derg de Nenagh op… Leuke beessies ook: oeverzwaluw, ijsvogel, waterspreeuw.
Auto
De heren vonden het maar al te prettig dat ik de auto wel wilde besturen. Ik had al eens twee weken in Ierland en één in Schotland rondgestuurd, ik was de enige met wat ervaring. In het begin neem je af en toe een stoeprandje mee, maar dat werd allengs minder. Marcel, die meestal naast mij zat, hoorde ik wel af en toe zuchten als de berm, en het daar hangend groen, al te nadrukkelijk in beeld kwam. Het type Volkswagen weet ik niet meer, maar het was een tamelijk forse jongen. Een keer ontkwam de flank maar net aan openrijting, de jongens waren er stil van, Sjoerd ietwat bleek om de neus. Maar goed, vervoermiddel geheel schadevrij weer ingeleverd in Cork.
Visgids
Niets ten nadele van Ferdinand, maar het erop na houden van een gids heeft wel zo zijn beperkingen. Als je met z’n drieën vist zit er altijd een in het midden, en die is dan wat gehandicapt in de mogelijkheden. Vliegenhengel zit er dan meestal niet in. Ferdinand vist razendsnel met jerkbaits een plantenbed af. Hij wil uiteraard dat zijn klanten vis vangen. Is het bed afgewerkt zonder rendement, dan wordt de motor gestart en hup, naar de volgende stek. Dat vind ik persoonlijk wat onrustig. Ik blijf op een mooie plek liever wat langer hangen, en probeer dan verschillende dingen uit. Woensdag visten Rob en ik op het meer, we hebben een of twee plantenbedden uitgekamd, telkens weer opnieuw eroverheen gedreven met de drijfzak. Leverde net zoveel vis op (weinig, overigens) als maandag met Ferdinand erbij, toen we op misschien wel twintig stekken geweest waren.
Shannon
De Shannon is de langste rivier van Ierland, 358 km. Ontspringt in de buurt van Sligo en komt bij Limerick in zee terecht. Eigenlijk is de Shannon vanaf drie kilometer boven Limerick een getijrivier en komt tachtig kilometer ten westen van Limerick in open zee. Een van de opvallendste eigenschappen van deze rivier is het grote aantal meren in de loop, waarvan Lough Allen, Lough Ree en Lough Derg de grootste zijn. Killaloe ligt aan de zuidkant van Derg, en Portumna aan de noordkant. Sjoerd en Marcel hebben met Ferdinand op woensdag nog een eind boven Portumna in de Shannon gevist en daar wel de mooiste dag van de week beleefd. Aan de lopende band snoek en baars die je in het heldere water op spinner of lepel zag duiken. Ook Ferdinand zag er de aardigheid van in, blies het stof van zijn tiengrammer en genoot mee. Vrijdag zijn Rob en ik nog die kant op geweest. Ferdinand liep schade op aan zijn schroef toen hij, gelukkig met geringe snelheid, op een rots voer, die daar al miljoenen jaren lag, maar nog niet in het systeem zat. We hebben wel gevist, en gevangen, maar het paradijs van de jongens konden we door de averij niet meer bereiken.
Meivlieg
Waren we eigenlijk te laat voor. Naar wat we ervan hoorden moet het een erg fascinerende bezigheid zijn. Ferdinand was net begonnen zich erin te verdiepen. Iets voor volgend jaar.
Dagelijks leven
Ontbijt. Daarna vissen: met Ferdinand mee, zelf een boot nemen (we hadden de hele week twee boten tot onze beschikking), met de auto naar een rivier. Meestal ʻs avonds ook nog wat klungelen in de buurt, vanaf de kant, of uit een bootje. Dan een beetje bieren en eten en ouwehoeren. Er zijn prima eetcaféʼs, wij kwamen het meest bij Mollyʼs, aan de andere kant van de brug, in Ballina.
Teleurstelling
Op de hoek, aan onze kant van de brug, had je ook een café, aardige tent, een beetje louche. The Anchor Inn. Een buitengewoon vriendelijke, buitengewoon mollige vrouw zwaaide daar de scepter, of deelde lakens uit, weet ik het. Ze wist twee jeugdige vissermannen uit het verre Holland tot een langdurig verblijf in haar nering te bewegen. Een avondje stevig innemen kwam de boys op een tweehonderd euro te staan. We zagen die jongens ʻs ochtends wel eens in de ontbijtzaal van Ursula. De gezichten niet zelden op onweer. Als je maandenlang de kop vol hebt van Ierse metersnoeken, dan kan de praktijk aardig tegenvallen. Wij zijn wat ouder, en weten een klein beetje meer van wat er te koop is. Voor ons was het gewoon dagelijks genieten van het land, de natuur, de mensen, elkaars gezelschap, en uiteraard van onze visserij.
Zalmkoorts
Mijn 72-jarige vader en ik zijn, zij het met wat tussenpozen, al heel lang sportvissers. Zelf ben ik ook al vijfendertig jaar vliegvisser; maar verre van “fly only”. Op de een of andere manier zijn noch mijn vader noch ik er echter toegekomen om ons aan de zalmvisserij te wijden. Een manco, zeggen sommigen. Een gemis, vonden we zelf ook. Voor mijzelf gold als excuus dat ik lekker warme want tropische voorkeuren heb. Toch bleef het verlangen naar de zalmvisserij al die jaren wel degelijk levend.
Het lijkt eind 2009, als ik op de website stuit van Jos Vanrunxt en zijn Atlantic Salmon Safari en een verhaal van Hans Boomsluiter lees op Flyfever, dat zich het moment aandient om ons manco te verhelpen. Na wat correspondentie en uiteindelijk een goed gesprek met Jos besluiten we om net als Hans een jaar eerder met hem naar Kola te gaan om daar met de tweehandige hengel en de vlieg op zalm te vissen.
Omdat mijn vader al meer dan tien jaar geen vliegenhengel heeft vastgehouden besluiten we om uitsluitend de tweehandige hengel te gaan gebruiken. De cursus Modern Flycasting Doublehanded I wordt gevolgd en onder het toeziend oog en corrigerend hang- en trekwerk van Bas de Bruin, Sepp Fuchs en René van Heezik ontstaan de contouren van twee nieuwe underhand casters. René, die in het dagelijks leven Martin Hengelsport drijft en zich vergaand gespecialiseerd heeft in de vliegvisserij op zalm, fungeert daarbij tevens als onze (onmisbare) materiaalman.
Sneller dan verwacht is het moment van de waarheid daar. Met het vliegtuig reizen we naar St. Petersburg, waar de nachttrein ons in 24 uur naar een totaal verregend Apatity aan de poolcirkel brengt. Daar is het wachten op een helikopter die in de regen en mist niet kan vertrekken, maar uiteindelijk toch een gaatje vindt in het wolkendek om onze groep af te zetten in het Upper Varzuga Camp in de wildernis - na een adembenemende tocht laag over de totaal verlaten toendra.
En dan liggen er zes visdagen voor, helaas aan een rivier die 80 cm hoger staat dan normaal door het aanhoudend slechte weer voorafgaand aan onze komst. Wat het vissen elders nagenoeg kansloos zou maken; de pools zijn verdronken, je kunt eigenlijk nauwelijks waden, maar feit is dat dit één van de beste zalmrivieren ter wereld is en dat er dus ook onder slechte omstandigheden nog wel iets mogelijk moet zijn. Wat ook zal blijken.
Om daar meteen maar uitsluitsel over te bieden: onze groep van 11 vissers, het merendeel beginners, ving deze zes dagen 52 zalmen, al werden er veel meer gehaakt. Is dat op zich niet verkeerd, voor deze rivier is het beslist geen best resultaat want normaal gesproken kun je hier, als je een beetje kunt werpen met de doublehander, toch echt op een fors aantal zalmen tussen twee en vijf kilo de man rekenen, zelfs ook met een drijvende lijn en lekker over het oppervlak skatende Bombers - in plaats van met diep geviste vliegen aan sinktip lijnen.
Later zal blijken dat deze week door het slechte weer op heel Kola als “lastig” de boeken ingaat.
Mijn vader, met wie ik een zalm ging proberen te vangen in Rusland, ving binnen een paar uur meteen maar die zalm en leverde onmiddellijk daarna strijd met een grote vis, die in één run tachtig meter van z’n zwaar afgestelde slip scheurde en toen hoog boven het water sprong – om terug te vallen op de leader. Gids Jeroen Wohe heeft het voorval, een onbetaalbare ervaring, op video vastgelegd. Mijn vader was hevig geëmotioneerd; niet zozeer omdat hij de vis kwijtraakte alswel door de kracht en de snelheid waarmee het schouwspel zich in een paar seconden aan hem voltrok. De diagnose was simpel: de lichte verhoging die zalmkoorts heet.
Dezelfde dag ving ik ook nog twee zalmen, waaronder eentje van vier kilo, en de dagen erop was het weliswaar hard werken maar gericht en geconcentreerd vissen leverde toch elke dag weer “takes” op. Gewoon de vlieg stroomafwaarts plaatsen op de goede plekken, en een klein lusje bij de reel houden zodat de zalm na de “take” iets lijn mee kan nemen bij zijn draai na het nemen van de vlieg. Het is een schitterend moment als de lijn uit je vingers wordt getrokken. Een aantal hard vechtende zalmen was het even schitterende resultaat. De vele, ook grote, gevangen vlagzalmen en enkele snoek tellen we zoals het echte zalmvissers betaamt natuurlijk niet eens mee.
Het weer bleef tijdens onze trip donker en regenachtig; op de ene echt zeer zonnige dag die we meemaakten waren we blij dat we onze Bug Shirts bij ons hadden; zo onwaarschijnlijk stil als de toendra is, zo druk is namelijk de insectenwereld in deze streken.
Het Upper Varzuga Camp waar wij verbleven was gezien de ligging in “No Mans Land” eigenlijk best comfortabel, met jetboats, cabins, warm water, een sauna en prima maaltijden. De groep vissers was zeer kameraadschappelijk; Jelle, Libbe, Harm, Zladko, Dragan, Carl, Hans, Henny en Gerard – allemaal mannen om mee uit vissen te gaan.
Inmiddels zijn we weer terug en kijken we nog eens terug. Ik had willen schrijven: en bladeren we door de foto’s, maar dat valt tegen omdat mijn onderwatercamera met bijna alle “natte” foto’s bij terugkomst in St. Petersburg uit mijn jas gestolen is. Zoiets drukt natuurlijk wel een beetje een stempel op de reis. De hoge waterstand zou ook een stempel op onze reis hebben gedrukt als de laatste middag niet een verrassing voor ons in petto zou hebben gehad.
Jeroen Wohe, die in British Columbia woont en werkt (als Guide) en als gids mee was en die tot mijn grote verbazing in de Camp sauna niet zo gespikkeld als een zalm bleek te zijn, verdient het om hier met name genoemd te worden. Zijn kennis, gevoel en vooral watersense zijn echt ongeëvenaard. Jeroen wees mij de bewuste middag een langzaam stromend stuk achter een rots aan op grote afstand en adviseerde mij een standplaats in de rivier die met enig risico nog wel te bewaden was. Wat dan nog resteerde was een (voor mij vrijwel onmogelijke) worp stroomafwaarts naar de bewuste plek.
De eerste pogingen met een drijvende lijn liepen op niets uit. Ik haalde door de tegenwind de benodigde afstand van 30-35 meter net niet met m’n twaalf voet lange hengel voor een #8 lijn, die met een drijvende lijn was opgetuigd. Ook liep de vlieg te hoog in de drift. Ik waadde terug en schakelde om naar een langzaam zinkende shooting head. Opnieuw waadde ik naar m’n lanceerplaats.
Kort daarna kwam de Cascade op haakmaat 8 wel op de goede plek neer. De vlieg was nog geen meter onderweg of het lusje werd met grote snelheid uit m’n handen gegrist en de lijn trok strak. De vis zwom op circa vijfendertig meter een tijdje heen en weer. Toen ik nog wat meer spanning op de hengel zette en wat lijn terugdraaide trok de vis terug.
De daarop volgende twintig minuten waren klassiek. Staande in de snel stromende rivier, aangemoedigd door mijn vader, hangend in de tot barstens toe gebogen hengel, met een vis aan de lijn die onophoudelijk tientallen meters lijn van de Ross reel scheurde en soms hoog boven water kwam, wist ik de vis uiteindelijk tot dichtbij te krijgen en was het voor Jeroen, die inmiddels naar mij was gewaad met een net, mogelijk om de vis te netten.
Aan de kant gekomen werd de vis onthaakt en knipte Jeroen de leader met de vlieg af op de lengte van de vis. Dat stuk leader ligt hier bij mij op tafel en meet 102 centimeter. Ik zal de lezer het scala aan emoties besparen wat na de vangst de revue passeerde. Ook hier was er echter sprake van de enigszins verwijde pupillen die typerend zijn voor zalmkoorts.
Jos Vanrunxt’s Ryba Adventures verzorgde de reis naar deze uithoek van Rusland. Hij is overigens als geen ander in ons land bekend met de ins en outs van Kola. Bedenk wel dat Rusland geen Ierland of Zweden is; het land heeft zo z’n eigen mores en het gaat er soms net wat anders aan toe dan je zou denken of verwachten. Jos spreekt Russisch en weet de weg. Als je zelf voor een flexibele instelling zorgt is het plaatje compleet.
De slotsom is hoe dan ook dat wie van zalm durft te dromen eigenlijk, ook al is het maar eens in z’n leven, een keer naar Kola moet. Sommige dromen worden daar namelijk gewoon werkelijkheid. Zelfs die van twee koortsige debutanten.
Flevokarperen bij slecht weer
Het is kwart over zeven als ik in de garage m’n spullen bij elkaar hark. Zal ik nu eerst naar buiten gaan en de auto met de kont naar de garagedeur draaien? Kan ik tenminste de spullen droog inpakken. Het komt met bakken naar beneden. De telefoon gaat: Thomas. Hij is onderweg maar vraagt zich af of dit nog wel zinvol is. Ook ik stap enige tijd later met gemengde gevoelens in de auto.
Op de carpoolplaats staat het hele clubje al op mij te wachten onder een scherm dat gevormd wordt door vele, veelkleurige parasols. Ik maak kennis met enkele leden die ik nog niet eerder ontmoet had. Na wat handen geschud te hebben besluiten we eerst wat koffie te gaan drinken bij de McDonald’s die al open is. De routekaarten komen op tafel en iedereen buigt zich vol verwachting over het lijnenspel van weggetjes en vaarten. Het verlangen is te groot, de koffie wordt snel achterover geslagen en in colonnes rijden we achter elkaar aan.
Harvey, Thomas en ik blijven bij de eerste brug die we kruisen. Ik maak twee kleine voerplekken en nestel mij dan in een simpel karperstoeltje terwijl de regen ongenadig naar beneden komt. Ondanks de lieslaarzen en lange regenjas die er over heen valt, is het zo nat buiten dat om de een of ander reden de neerslag toch een weg naar binnen weet te vinden.
De lucht is loodgrijs maar het maakt niet meer uit; ik ben al nat en wil maar één ding: een fraaie wegloper. Die krijg ik ook. Langzaam komt de pen omhoog omdat iets onder water het zinkloodje optilt. Dan zeilt de pen prachtig weg. Ik sla hard aan maar voel tot m’n spijt niet de weerstand waarop ik had gehoopt. Een enorme brasem komt richting de kant. Ik weet hem in ‘t water te onthaken en dat is ’t dan voor de rest van de ochtend.
Na de lunch zijn we ‘t zat. We willen iets anders zien. We nemen afscheid van Harvey en gaan op weg naar een stuw die twee kanalen met elkaar verbindt. Eenmaal daar aangekomen, roept het landschappelijke beeld niet dat op wat we wensten. Dus toch maar weer terug. Uiteindelijk besluiten we bij een brug te kijken die over één van de vele vaarten heen gaat. We voeren aan beide zijden van de brug en hopen maar weer het beste. Eén ding is in positieve zin veranderd, het wordt droog en zelfs de zon lijkt te willen doorbreken.
Het is tijd om van het zonnetje te genieten. De stoel is nog wel wat klam maar langzaam droogt de rest op. Een pijpje wordt gestopt en het wachten begint. Niet m’n sterkste punt overigens. Ik heb daarom een drietal voerplekken gemaakt en besluit elk kwartier zo’n plek te bevissen en na vertrek er een handje maïs achter te laten.
Het pijpje rookt lekker en net als ik opnieuw wil aansteken, wordt de pen resoluut de diepte in getrokken. Na de aanslag denk ik één seconde dat ‘t een karper is. Het blijkt toch weer een brasem te zijn, niet extreem groot maar wel extreem sterk want de vis weet toch even lijn te nemen en laat de één ponds karperhengel alsnog doorbuigen. Thomas wil mij toch vereeuwigen en weet de visser met pijp en brasem vast te leggen.
Af en toe zie ik leven, maar geen karper. Thomas weet nog een tweetal brasems te vangen maar begint de hoop op te geven dat er ooit nog een karper aan gaat hangen. Ik heb aan de overzijde van de vaart een soort magisch hoekje ontdekt dat deels wordt afgeschermd door een over het water gevallen boom. Tot m’n genoegen zie ik dat het door bevers is gedaan. Ik kan mij herinneren dat een beverechtpaar ergens in het Larserbos z’n domicilie heeft. Het magische hoekje blijft mijn aandacht trekken en ik blijf er met enige regelmaat een klein handje maïs naar toe gooien.
Om half vijf wordt onze rust wreed verstoord. De hele groep heeft ons gevonden! Als branieschoppers worden we verwelkomd en aan de tand gevoeld of we stiekem toch niet iets gevangen hebben. Eigenlijk wil men weg maar ik weet iedereen te overtuigen dat “mijn magische hoekje” nog even bevist moet worden. Echt waar, zeg ik, om klokslag half zes breek ik op. De groep brallende boys begeeft zich naar de auto’s waar men zich vergaapt aan elkaars gereedschap dat zelfs ook nog eens vrijelijk wordt betast. De freaks!
Ik heb mij geïnstalleerd op de beverboomstam en leg nog één keer in met een mij normaal onbekend grenzeloos vertrouwen. Het pennetje staat prachtig, de zon blijft schijnen en ik blijf hopen. Wat zou het mooi zijn als er op ‘t laatste moment iets zou gebeuren.
Thomas haalt mij terug uit m’n fantasie met de kreet dat het half zes is en dat we moeten gaan. Normaal gesproken smokkel ik altijd nog wel een tiental minuten, maar besluit nu eens één keer direct gevolg te geven aan de afgesproken tijd. De pijp wordt op de boomstam leeg geklopt en weggestopt. Mijn hand gaat naar de hengel en de andere hand pakt de slinger, klaar om de hele zaak binnen te draaien.
Ineens schiet de pen naar beneden. In een fractie van een seconde denk ik dat de combinatie van een talud is afgegleden maar zo snel als dat ging kan dat eigenlijk niet. Ik draai strak en sla in een reflex aan. Niet voorzichtig, niet weifelend maar in de volle overtuiging dat er iets verantwoordelijk is voor deze brute aanbeet.
En oh wat een wonder. Mijn fantasie, mijn niet aflatende vertrouwen, mijn… ik weet niet meer wat ik allemaal dacht maar aan de andere kant gaat er iets te keer waar ik al de hele middag op hoopte. Ik moet snel met de lieslaarzen het water in want de karper verkiest de eigen oever om in de rietkragen te proberen zich van de lijn te ontdoen.
Inmiddels komt de hele troep aangelopen en begint foto’s te maken en mij met raad en daad terzijde te staan. Vele minuten gaan er voorbij en ik blijf voorzichtig, want het is slechts 20/100 en de karper lijkt toch een stuk groter dan ik eerst dacht.
Thomas komt met een groot net aangesneld en ziet gelijk dat het een enorme graskarper is. Als de vis binnen mijn bereik komt, reikt hij mij op het juiste moment het net aan. De karper past er maar net in. Dolgelukkig strompel ik naar de kant. Het meetlint komt er bij. En ach, die centimeters en het gewicht; precies hoef ik ‘t niet te weten. Maar het is toch leuk om te zien dat het meetlint al 86 cm aangeeft terwijl de staart nog gekromd is. Deze gaat over de 90 cm heen. Meer hoef ik niet te weten.
De camera wordt door Thomas al in de aanslag gehouden. Hij roept nog voorzichtig te zijn want graskarpers staan er om bekend in het net en op het land nog steeds door te knokken. Mijn nonchalance wordt bestraft want als ik de grote vis optil, maakt deze een krachtige staartslag en springt over m’n armen heen het water in. En weg is de vis… een beteuterde visser achterlatend. Ik had de vis nog zo graag even vastgehouden.
In een roes vertrekken we richting het restaurant. Onderweg barst er een noodweer los en omdat ik de aandacht totaal niet bij de weg heb, missen we niet één maar twee afslagen en zijn we gedoemd om door te rijden tot de afslag Urk alvorens we kunnen draaien. In het restaurant word ik dan ook door de al aanwezige leden met hoongelach ontvangen. Maar het deert me niet. Want ik heb toch maar mooi in de laatste seconde mijn dag in een apotheose beëindigd.
Hoewel enkele leden van Flitsend Nylon aardige gebiedskennis hebben, zijn ook zij niet altijd geïnformeerd op welke moment je waar succesvol kunt zijn in deze uitgestrekte polder. Het was voor ons dan ook een enorme opsteker dat we bij de voorbereidingen en stekkeuze mochten rekenen op de adviezen van niemand minder dan Dick Langhenkel. Waarvoor onze welgemeende dank.
Frustratiekarperen
Nou woon ik in Flevoland en naar zeggen is dat een geweldige karperprovincie. Brede vaarten doorsneden met wat smallere tochten zouden grote brasems en veel karper bevatten. Nu is het al lang geleden dat ik überhaupt zwaarder viste dan 18/100 dus om mijn oude glashengel van Cor van Beurden weer uit het stof te halen, gaf toch een speciaal gevoel.
Enkele specialisten van de lokale hengelsportzaak (o.a. de vermaarde Dick Langhenkel) hadden mij tips gegeven over hoe en waar ik een beste kans maakte. Het zou dus vissen met de pen worden, met 22/100 op de Penn molen, een blikje maïs en een klein emmertje pellets. De pen moest zinkend worden afgesteld. Het vissen moest actief gebeuren: drie tot vier kleine voerplekken en niet langer dan 20 minuten blijven hangen op de plek.
Nou, daar ging de vliegvisser/ultralichte spinvisser dan op pad… langs de zonovergoten vaarten en begeleid door het licht zoeven van de overal aanwezige windmolens. De vaarten zagen er in eerste aanleg zeer eentonig uit maar de bruggen mocht ik niet overslaan. Daar maakte ik dan ook twee voerplekken, nog eentje bij een verder opgelegen rietkraag en één op een kruising met een dwarstocht. En dit allemaal in het laatste weekend van april.
De brasems waren volop aan het paaien; ik ving er dan ook vijf die alle zo’n beetje rond de 50 cm waren. Enorme vloermatten, onder de paaipukkels, en die zelfs boven water uitsprongen. Maar geen karper. Wel een tweetal snelle aanbeten, de pen was in één keer weg en de lijn liep direct strak, maar geen hangers.
Het weekend daarop nog een keer geprobeerd; nu met vrouw en kind die ook de hengel hanteerden. Twee razendsnelle aanbeten waarbij de hengel twee keer een gat in de lucht sloeg. Weer geen karper.
Thomas meldde goede vangsten in kleine weteringen nabij Utrecht. Allemaal leuke karpertjes aan de centrepin. Of ik ook ’s wilde. Nou, na twee frustratiedagen wel. Eerst zouden we ‘t op de Kromme Rijn proberen. Wispelturig als dit water is, kregen we ieder geval wel ons visje maar het hield niet over. Ik pakte twee aardige brasems en Thomas kon naast een blankvoorn ook een fraaie winde bijschrijven. Maar dat was het dan ook wel. We kennen dit water goed genoeg om te weten dat het de rest van dag ook naadje zou blijven, dus het werd op karper vissen in ander water.
Thomas kende een leuke wetering waar we prima licht op kleine karper konden vissen. De oude glasstok was wat aan de zware kant voor deze visserij dus de matchhengel met 16/100 werd ingezet. Al snel zag ik bellen en een stofwolk, dus snel wat maïs op de haak en voorzichtig er bij leggen. De pen liep na enkele minuten langzaam weg. In mijn hoofd gonsde rond dat ik “slechts” met een lichte matchengel viste dus ik sloeg ook dito aan: een zacht tikje dus. Even contact, een boeggolf en weg was de karper. Een flinke vloek werd ‘m nagezonden.
Op naar een volgende voerstek bij een duiker. Na enkele minuten gleed de pen over het water en verdween resoluut. Nu toch maar wat harder aangeslagen. De karper bleef even onder de top cirkelen en nam vervolgens een lange run. Thomas wist na enkele minuten de karper te scheppen en ik kon dan eindelijk mijn eerste karper van dit seizoen noteren.
Later wist ik nog een aardige karper te bemachtigen plus nog enkele missers. Ook Thomas was succesvol en ving een viertal vissen maar miste er ook enkele. Eentje wist voor zijn voeten in een hoop takken te duiken wat op afstand een vermakelijk gezicht was: een nerveuze Thomas die met zijn net probeert het beest er uit te jagen. De centrepin maakte bij hem weer overuren en dat leverde een aardig plaatje op.
Inmiddels heb ik mijn oude voorliefde voor het vissen met de korst weer opgepakt. Dicht bij mijn woonhuis liggen wat watertjes die met elkaar zijn verbonden door een systeem van duikers. Het water is glashelder en bevat veel karper van diverse formaten. Ook dit vissen liep weer uit op een enorme frustratie. Zodra de karpers een langzaam zinkende vlok gepresenteerd krijgen, zwemmen ze gelijk weg. De korsten worden soms geïnspecteerd maar in de meeste gevallen genegeerd en soms beantwoord met een direct afzwenken. Kortom, nog geen Flevolandse karper in het net. Enkele jonge jongens die ik met de vliegenlat bezig zag, wisten wel degelijk karper te vangen aan de vlieg. Misschien moet het dat dan maar worden? Het geeft in ieder geval spektakel aan de vliegenhengel. Binnenkort ga ik het er maar op wagen en anders wacht het IJsselmeer met z’n vele windes wel op me. Want karpervissen met de pen, dat is voorlopig nog niet echt aan mij besteed.






























