Over karperhengels

Als reactie op het artikel “Pleidooi voor een klassieke penhengel” van Wim Ter Voert ontvingen we een artikel van Hans van der Pauw over karperhengels. Het artikel was in de jaren negentig al eens gepubliceerd in Het Visblad en later iets bijgewerkt voor zijn boek “Tijdloos Sportvissen”. Dat boek kreeg uiteindelijk echter een ander karakter en het artikel is daarin toen niet meer opgenomen.

In het midden van de jaren zeventig werkte ik free-lance in de hengelsportzaak van Ronald Fenger in Rotterdam. Er bestond daar toen een soort taakverdeling bij het adviseren van klanten, waarbij ik graag het karpervissen voor mijn rekening nam. Karperen was in die tijd als specialisme sterk in opkomst. De technieken die daar toen bij werden toegepast, zijn inmiddels “klassiek” gaan heten: in hoofdzaak penvissen, bodemvissen met weinig of geen lood en korstvissen. Als geld geen rol speelde en er geen uitzonderlijke visomstandigheden waren, was mijn advies duidelijk. De best denkbare all-round uitrusting was dan een Richard Walker karperhengel van Hardy (10 voet, 1,5 lbs testcurve en van holglas uiteraard) gecombineerd met een ABU Cardinal 44 werpmolen en een nylonlijntje van 6 à 8 pond trekkracht. Daar viste ik zelf ook het meest mee. En wat die uitzonderlijke omstandigheden betreft, het kwam wel eens voor dat iemand vaak viste op plaatsen waar struiken of overhangende bomen het manoevreren met een 10-voeter lastig maakten. In zo’n geval was dan bijvoorbeeld een 8-voets Hardy Spinning gemakkelijker te hanteren. Dergelijke korte hengels zouden vele jaren later als “stalking rods” opnieuw in trek komen.

De best denkbare all-round uitrusting

Inmiddels is er in de afgelopen 25 jaar veel veranderd in de meningen over wat de prettigste hengels zijn om karper aan te vangen, ofwel - en dat is meestal heel wat anders - wat de meest efficiënte hengels zijn om zoveel mogelijk karper per sessie mee op de kant te krijgen. Er kwamen andere materialen beschikbaar, zowel op het gebied van de kunstvezels (carbon, Kevlar, Dyneema) en de daarbij gebruikte harsen, als op het gebied van de afwerking van de hengel (zeer gladde, slijtvaste ogen, carbon reelhouders, duplon handgrepen en dergelijke). Er werden ook andere vistechnieken ontwikkeld, die om andere, vooral zwaardere hengeltypes vroegen. Maar de belangrijkste verandering was wel de mentaliteitsverandering die om zich heen greep. Het kwantitatieve eindresultaat van de visserij werd allesbepalend. Er telde in hoofdzaak nog maar één ding: zo veel mogelijk zo zwaar mogelijke karpers op je naam krijgen. De manier waarop dit verwezenlijkt moest worden, werd volkomen ondergeschikt gemaakt aan dit doel. Technieken waarbij een karper zichzelf haakt aan een zwaar stuk lood, bleken inderdaad bijzonder productief. Maar het eens zo verfijnde karpervissen zakte zo voor een belangrijk deel wel af tot een nogal lompe visserij. Vaak ook tot een luie en achteloze visserij, waarbij de vraag is gaan tellen: hoe doden we de tijd op onze stretcher tot het gepiep van de electronische beetverklikker ons eraan herinnert dat we zitten te vissen?

Terug nu naar de ontwikkelingen in het midden van de jaren zeventig. Rond die tijd drong hier van overzee het afstandsvissen op karper door, dat met name in het zuidoosten van Engeland sinds enkele jaren steeds meer werd toegepast. De vraag naar snellere en langere karperhengels - d.w.z. sneller dan de traditionele soepele Mark-IV types en langer dan de gebruikelijke 10 voet - nam daardoor ook in Nederland toe. Nu was Ronald Fenger in die tijd importeur van het befaamde merk Hardy en hij liet door deze firma exclusief voor zijn afzetgebied (de Benelux) een serie van aanvankelijk vier lichte, soepele werphengels bouwen (een ultralichtje en drie brasem- annex snoekbaarshengels), de zogenaamde Benelux-serie. Fenger zag er commercieel wel wat in deze serie uit te breiden met een karperhengel en hij vroeg mij daarvoor een ontwerp te maken. Overeenkomstig de vraag van dat moment stelde ik hem een wat langere, snellere karperhengel voor. Ik viste zelf al af en toe met een voor die tijd vrij snelle hengel, een door mij zelf afgebouwde strakke Fibatube-blank van het Avon-type (10 voet, 1,25 lbs). Die gebruikte ik voor het vissen op de lijn (free-lining), waarbij meestal met een snelle haal geslagen moet worden. Eind mei 1977 diende ik een op papier uitgewerkt ontwerp in voor een soortgelijke, even zware hengel, nog van glasvezel uiteraard, die wel iets langer was (10,5 voet) maar die daarbij toch zijn snelheid behield. Deze hengel kwam een aantal maanden later op de markt onder de naam Hardy Benelux V. Prijskaartje: 225 gulden. Ik geloof wel dat er in korte tijd behoorlijk wat van verkocht zijn, maar na een paar jaar was het nieuwtje eraf en bovendien kwam toen de ontwikkeling van karperhengels in een stroomversnelling, waarbij zowel door schrijvende vissers als in gerichte reclame door de handel in hoog tempo steeds weer andere, “nieuwere” hengels gepropageerd werden.

Zelf ben ik overigens nooit in het bezit geweest van zo’n Benelux V, al was het mijn eigen ontwerp - ik zat indertijd niet zo ruim in de slappe was. In de omstandigheden waarin een snelle hengel de voorkeur genoot, viste ik vrolijk verder met mijn zelfgebouwde Fibatube Avon en ik geloof niet dat ik daardoor veel tekort gekomen ben. Karperen doe ik echter nog altijd bij voorkeur op vrij korte afstand, vaak met een klein vlokdobbertje op de kruip-en-besluip-methode (”stalking”). En daarvoor is de Richard Walker karperhengel van Hardy nog steeds mijn favoriet. Een “ouderwetse” holglas hengel, jawel, en daarmee precies die soepele, taaie stok die ik voor geen enkele carbonhengel zou willen ruilen! Glasvezel is immers voor tal van doeleinden functioneel nooit achterhaald door carbon-fiber. Beide materialen hebben elk hun eigen voor- en nadelen en daarmee hun eigen toepassingsmogelijkheden. Voor sommige hengeltypes is carbon een superieur materiaal, andere kunnen weer beter van glasvezel worden gebouwd. Het valt dan ook te betreuren dat glasvezel vrij algemeen wordt beschouwd als achterhaald voor de hengelbouw en dat hoogwaardige hengels en blanks van dat materiaal nauwelijks meer worden geproduceerd.

Tijdloos Sportvissen

Toch blijkt er de laatste jaren weer sprake te zijn van een herwaardering voor hengels van glasvezel, wat zich onder meer vertaalt in de prijzen voor gebruikte holglas kwaliteitshengels, die nu vaak al meer opbrengen dan hun oorspronkelijke nieuwprijs. En sterker nog: in 2009 brengt Hardy zelfs opnieuw holglas hengels op de markt, een serie vliegenhengels in dit geval, vanwege de speciale mogelijkheden van dat materiaal.

Net als dat bij de Benelux-serie het geval was, maakte Hardy ook voor andere landen speciale hengels. Ik heb zelf in de jaren ‘80 Hardy zeeforelhengels gezien in Denemarken, en Jim Hardy schreef me toevallig in juli 2008 nog dat Hardy indertijd ook voor andere landen speciale hengels fabriceerde. Hij had het echter ondoenlijk gevonden ook die series op te nemen in zijn boek, “The House the Hardy Brothers built”, zodat daarin op de productielijsten alleen maar de hengels uit de Britse catalogi zijn opgenomen.

In mijn boek “Tijdloos Sportvissen” uit 2006 valt wat meer te lezen over de klassieke karperhengels, zoals de oorspronkelijke splitcane Mark IV hengels en hun holglas opvolgers, en over hoe daar indertijd mee gevist werd.

Pleidooi voor een klassieke penhengel

Het merk Hardy behoeft natuurlijk geen verdere introductie. Los van de grote historie en reputatie op het gebied van vliegvismateriaal heeft Hardy in de jaren ‘70 en begin ‘80 van de vorige eeuw namelijk veel energie gestoken in de verovering van Nederland, nu niet bepaald een land met een rijke vliegvistraditie.

Toch was er één nadrukkelijk in het oog springende overeenkomst tussen de thuisbasis in Engeland en ons Nederland: beide landen waren landen waar karper op bijzondere aandacht kon rekenen. In Nederland speelden pioniers als Dirk de Vries en Jan Schreiner in de vijftiger en zestiger jaren daarin een rol, op basis waarvan vooral Jan B. de Winter het karpervissen voor ons definieerde met zijn boek “Karpervissen” uit 1969. In Engeland is bijna alles op karpergebied te herleiden tot Richard (Dick) Walker, die in 1952 zijn legendarische Clarissa ving op Redmire Pool. De grote aandacht die daar jarenlang het gevolg van was en de grote bekendheid die Walker verwierf werd dankbaar benut door Hardy, dat Walker als adviseur verbond aan de firma. Walker stond dan ook aan de basis van de zeer bekende (eerste) Richard Walker Carp, een bruine holglas karperhengel met een testcurve van 1,5 lbs en een lengte van 10’ (305 cm), die in 1969 op de markt verscheen en voor velen in Nederland aan de basis van hun karperloopbaan heeft gestaan.

Startoog voorzien van een inleg in roodbruin agaat

Toch was deze stok, hoewel goed verkocht, voor ons Nederlanders eigenlijk geen ideale hengel. Naar vooral de maatstaven van de Amsterdamse School (in die tijd belichaamd door de winkels van Schreiner en Peeters) was de hengel eigenlijk te kort en ook wel iets licht, al weet ik ook uit eigen ervaring dat de Schreiners de Richard Walker Carp in die tijd afdeden als een stijve pook waar alleen op rivieren emplooi voor was te vinden. Wie nu een Richard Walker Carp (de eerste, pas later nr. 1 genoemd, de versie met nr. 2 is zwaarder) ter hand neemt, realiseert zich de indoctrinatie van het lichter vissen pas in volle omvang; het is namelijk naar de maatstaven van vandaag bepaald geen zware hengel…

Als onderdeel van het marketing offensief dat Hardy medio en eind jaren ‘70 startte in Nederland, ondermeer door de introductie van de Benelux-serie, een reeks van holglas spin- en snoekbaarshengels, lanceerde men de Benelux Carp. Daarbij was door de importeur heel goed gekeken naar wat er bij ons op karpergebied gebeurde en was dat ook werkelijk vertaald in het ontwerp.

De Benelux Carp was beduidend langer en ook iets zwaarder dan de Richard Walker Carp, namelijk 11,8′ (355 cm) bij een testcurve van 1,75 lbs. De hengel, als allroundhengel voor pen en waker bedoeld (de boilie moest immers nog worden geïntroduceerd), werd geleverd in het bekende donkerblauwe foedraal met zwart label. Eenmaal uit het foedraal ontvouwde zich aan het oog een donkerbruine blank, met het bekende oranje garen gewikkeld. De hengel heeft een volledig kurken handvat, aan beide zijden uitlopend, dat is voorzien van reelringen.

Hardy Benelux Carp

De hengel is afgemonteerd met negen hardverchroomde ogen, waarbij het startoog is voorzien van een inleg in roodbruin agaat. Het topoog heeft een doorzichtige voering. De hengel is in twee delen uitgevoerd en heeft een pensluiting die versterkt is met de bekende carbonfiber wikkelingen. Opvallend is dat het opschrift “Benelux Carp” met inkt is geschreven, daar waar de Richard Walker Carp en andere Hardy’s een decal voor het hengeltype opgeplakt kregen.

De productie vond plaats tussen circa 1979-1982 (duidelijkheid daarover is niet helemaal te krijgen) en de hengel kostte bij introductie, als ik het mij goed herinner, 295 gulden. Ik kocht mijn exemplaar in 1983 bij Henk Snoek Hengelsport in Amstelveen, die de hengel had ingeruild, en ik betaalde er 150 gulden voor, wat voor mij als student toen een heel bedrag was. Op de blank staat boven het handvat een code in cijfers en letters vermeld, wat in dit geval op fabricage duidt in oktober 1981.

Ik vond het destijds een vrij bijzondere hengel, waar voor mij een merkwaardig nostalgisch gevoel van uitging omdat de hengel eigenlijk iets ouderwets oogde, wat vooral door het agaten startoog kwam en de oranje wikkelingen, een stijlbreuk ten opzichte van mijn zwaardere en ook veel soberder Fair Play Winston Special Heavy. Meer dan 25 jaar later is dit nostalgische gevoel nog veel sterker: de hengel lijkt nu pas echt uit een andere tijd te komen. Leuk om te zien is dat degene die de hengel vandaag de dag ter hand neemt vrijwel onmiddellijk in verwarring is: is dit nou zo’n één driekwart ponder uit glas die door vrijwel iedereen als te zwaar en achterhaald is afgedaan? Want hoewel de diameter boven het handvat niet “modern” is, spot de hengel desondanks met de zwaartekracht. Bij weging stokt de naald van de weegschaal op ongeveer 250 gram en de totaalindruk is dan ook dat de hengel heerlijk licht in de hand ligt.

Ook de actie roept twijfel op: de stok is namelijk kaarsrecht, hangt niet door, is lekker vinnig en heeft ook nog eens een gevoelige top. Perfect voor een korst of een pennetje en pas bij flinke belasting komt het achtereind uit de luie stoel. “Reversed backtaper” noemde men dat destijds bij introductie, en het was en is een duidelijk verschil met de parabolische hengels die rond 1980 in en om Amsterdam werden verkocht. Die leverden weliswaar onder toenemende belasting steeds meer kracht, maar beschikten niet bepaald over een gevoelige top.

Het is nog steeds plezierig vissen met de Benelux Carp

Ook bij hedendaags gebruik valt op hoe enorm plezierig de hengel nog altijd werkt. Licht, perfect qua balans, nauwkeurig met het pennetje, en natuurlijk met die ongeëvenaarde elasticiteit van het glas waarop de karper zich, eenmaal gehaakt, vrijwel altijd rustig, zelfs bij obstakels, moe vecht. En, maar dat is persoonlijk, de hengel is ook gewoon erg mooi om te zien.

Los van het feit dat de hengel een lust is voor het oog, is het ook vandaag de dag een zeer gewilde penhengel, en dat vertaalt zich in de prijs. Een gebruiksexemplaar zonder foedraal zal zo rond 125-150 euro liggen en een mooie hengel met foedraal zal al gauw tussen de 170 en de 200 euro moeten opbrengen. Bedragen die inmiddels ook voor de veel minder schaarse Richard Walker Carp op tafel komen. Gezien de prijs van destijds en de geldontwaarding is dat geen bijzondere ontwikkeling. Maar juist de Hardy Benelux Carp is vandaag de dag, anders dan een fabriekshengel van hetzelfde bedrag, een investering waarop de komende jaren geen euro meer hoeft te worden afgeschreven. Mocht de hengel daarom ooit uw weg kruisen, dan is hij tenminste een overdenking waard, omdat het ook en vooral een investering is in nostalgisch hengelplezier. Met groot rendement!

Oude tijden herleven met de zijden vliegenlijn

Veel sportvissers die de website van Flitsend Nylon bezoeken en/of er op publiceren hebben er genoegen aan om met originele hengels en materialen te vissen. Niet altijd gemaakt naar de allerlaatste stand van de techniek, maar wel met eigenschappen die ons het visplezier en visgevoel geven dat van begin af aan bij onze sport hoort. Of dat bijvoorbeeld pen-karperen is met een vintage glashengel of vliegvissen met splitcane, het maakt niet uit. Het gaat vooral om de manier van vissen. De ultieme manier van sportvissen die ons extra veel plezier geeft.

Lange tijd waren er geen of nauwelijks zijden vliegenlijnen te bemachtigen. Gewoon, omdat ze niet meer werden gemaakt. Vliegenlijnen van onze moderne tijd worden gemaakt van kunststof en de mogelijkheden om deze lijnen in maat en materiaal aan te passen aan iedere denkbare vissituatie zijn schier onuitputtelijk.
Kunststof vliegenlijnen sluiten perfect aan bij de generatie vliegenhengels van carbon en andere lichte en strakke materialen die we te danken hebben aan de ruimtevaartindustrie. Voor de meeste vliegvissers is er dan ook geen betere keuze dan de moderne hengels met kunststof lijnen.

Kingfisher zijden lijn, Phoenix leader en Red Mucilin

Maar er is “gelukkig” ook nog een groep vliegvissers die hun voorliefde voor de “ouderwetse” vliegenhengels niet verstoppen en steeds vaker ziet men aan de waterkant weer vliegvissers die met splitcane hengels hun liefhebberij beoefenen en dan wordt er hoofdzakelijk met de droge vlieg gevist. De combinatie van een splitcane vliegenhengel met een zijden vliegenlijn is om meer dan een reden te wensen. Op een splitcane vliegenhengel hoort gewoon een zijden lijn. De actie van splitcane hengels, zowel bij het werpen als bij het drillen, past helemaal bij de zijden vliegenlijn. Het wat stuggere werpgedrag van splitcane hengels en de hardere buitenkant van een zijden vliegenlijn en een dunnere diameter bij een vergelijkbare gewichtsklasse (AFTMA), hebben als resultaat dat men ver en soepel kan werpen. Dat komt ook door de aanzienlijk dunnere punt van de zijden lijn. Het heeft een super zachte presentatie van de vlieg als gevolg. Met name bij het vissen met de droge vlieg een wezenlijk voordeel.

Zoals gezegd zijn zijden vliegenlijnen weer in de handel en dus kan men er ook weer mee vissen. Ze zijn, omdat er geen grote aantallen van worden geproduceerd, wel wat duurder maar dat moet men er voor over hebben. Momenteel zijn er een viertal producenten die deze lijnen aanbieden (Phoenix, Jean-Pierre Thebault, Terenzio Zandris) en ook via eBay worden goedkopere Chinese zijden vliegenlijnen aangeboden. Na wat zoeken op internet zijn er zeker nog meer te vinden.
Een zijden vliegenlijn vraagt wel om een speciale behandeling. Om de lijn drijvend te houden moet deze worden ingevet met lijnvet (Mucilin rood). Bij intensief vissen doet men tijdens de visdag er goed aan dit een of enkele keren te herhalen. De lijn heeft dus geen drijfeigenschappen van zichzelf. Een onbehandelde zijden vliegenlijn is meestal een intermediate lijn hetgeen betekent dat de lijn een zwevende lijn is, niet zinkend en niet drijvend dus. Na het vissen moet de zijden vliegenlijn worden gedroogd. Daarvoor bestaan speciale droogrekken of droogmolens. Heeft men die niet, dan moet de zijden vliegenlijn in ieder geval tijdelijk van de reel worden gehaald en ruim worden opgehangen en enkele uren drogen.

Zijden vliegenlijn van Phoenix

Zo viste ik in het afgelopen seizoen meerdere keren met mijn splitcane vliegenhengel met een zijden vliegenlijn en een bijpassende zijden leader. De zijden vliegenlijn van het merk Kingfisher heb ik zeker al vijfentwintig jaar in mijn bezit. Ik heb er nauwelijks mee gevist en dat is ook de reden dat deze lijn nog steeds in een goede staat verkeert. Kingfisher vliegenlijnen zijn al een eeuwigheid niet meer als nieuwe lijn te koop en ook als tweedehandsje op eBay is het een absolute rariteit. Trouwens, het is sowieso een probleem om een gebruikte vliegenlijn te kopen. Vaak is de lijn niet meer deugdelijk omdat ze vele jaren oud is. Men kan het nauwelijks aan de buitenkant zien, maar vaak zijn de lijnen door rot aangetast en blijken bij het vissen na enkele worpen al te breken. Wanneer de vliegenlijn dan water opneemt helpt er geen invetten meer aan en kan men verder vissen vergeten. Als op een zijden vliegenlijn witte puntjes zitten is dat een teken van rot. Goed onderhoud is voor een vliegenlijn van levensbelang. Het allerbelangrijkste is dus dat deze na het vissen van de vliegenreel wordt gehaald en goed wordt gedroogd.

Zoals gezegd, heb ik dit jaar meerdere keren met de good old splitcane met zijden lijn gevist en dat was een ware belevenis. De lijn schiet werkelijk prachtig door de slangenogen. Het is bij het werpen wel even wennen. Men moet heus eerst wat “droge” worpen maken om aan de zijden vliegenlijn te wennen. De zijden vliegenlijn is dunner dan een vliegenlijn van kunststof. De buitenkant is harder dan de coating van een vliegenlijn van kunststof en een zijden vliegenlijn schiet snel door de ogen. Ik haal met gemak dezelfde of zelfs meer afstand en vooral de presentatie is met de zijden lijn erg mooi. Juist in combinatie met de zijden leader is de overbrenging van de worp zodanig dat de vlieg tenslotte een fluweelzachte landing maakt. Bij het vissen met de droge vlieg vind ik dat een eigenschap die er bij hoort. Een goede werper behaalt met een vliegenlijn van kunststof zeker ook dit resultaat, maar om eerlijk te zijn ging mij dit bij het gebruik van de zijden vliegenlijn gemakkelijker af. Je kunt met de genoemde combinatie ook nymphen, natte vliegen of kleine streamers gebruiken maar als je er voor gaat is eigenlijk alleen de droge vlieg het non plus ultra.

De reden waarom ik pas dit jaar weer met deze combinatie ben gaan vissen ligt in het feit dat ik de nieuwe zijden vliegenleader van Phoenix heb aangeschaft. Ik kon zo de combinatie met de zijden vliegenlijn completeren en daar heb ik geen spijt van gehad. Niet dat mijn Sage en Orvis vliegenhengels niet meer uit het foedraal zullen komen, maar ook in het volgende visseizoen zal ik zeker met mijn originele combinatie aan de waterkant te vinden zijn.

Nuttige links zijn www.phoenixclassics.com, www.finearts-flyfishing.de en www.flyfishinghistory.com.

Creatief met Teflon

Twee jaar terug heb ik via Marktplaats een in nieuwstaat verkerende ABU Cardinal 66 op de kop weten te tikken. Een fantastische molen voor onder een wat zwaardere “vintage” holglas penhengel. Aan deze molen kleeft echter één nadeel: de kwaliteit van de slip laat naar mijn mening nog wel wat te wensen over. Maar daar kan je wat aan doen. In de jaren tachtig, toen de Cardinal 44 en 54 mijn karpermolens waren omdat er naar de maatstaven van toen geen betere waren, verbeterde ik de slip van deze molens als door de oorspronkelijke slipschijven te vervangen door zelfgemaakte schijven van Teflon. Tot nu toe heb ik nog niet met mijn Cardinal 66 gevist, maar nu wil ik ‘m gaan gebruiken onder mijn zware splitcane karperhengel. Dus er moet wat gebeuren.

Ik heb nog een “velletje” Teflon liggen dat dateert uit de jaren tachtig, altijd goed bewaard want misschien komt het nog ooit van pas. Dat is dus nu. Ik begin met het openmaken van de Cardinal 66 en verwijder de slipcassette.

De onderdelen van de slip

De cassette bestaat uit vijf onderdelen: het kunststof houdertje, twee ronde schijven en twee metalen delen die recht op de molenwand staan met hun rechte zijde. Ik constateer dat er voldoende ruimte is om twee dunne schijven van Teflon toe te voegen en besluit dus geen schijven te vervangen. Ik ben van plan de nieuwe schijven aan weerszijden van het tweede schijfje van links op de foto te positioneren. Aan de andere zijde komen ze dan tegen de metalen delen aan te liggen.

Nu moeten de Teflon schijfjes gemaakt worden. Ik pak het velletje en teken de contouren van het schijfje (vierde van links op de foto) op het velletje Teflon. Met een pons maak ik het gat.

De contouren van de nieuwe schijfjes

Vervolgens moet het schijfje op maat worden gemaakt. Aan de buitenrand van het schijfje kan dit prima door simpelweg met een scherpe schaar langs de getekende cirkel te knippen.

Met een scherpe schaar kunnen de schijfjes op maat worden geknipt

Ook het gat moet nog op maat worden gemaakt omdat ik niet over de goede maat pons beschik. Het door mij geponste gat is iets te klein. Ik maak het op maat door een rolletje schuurpapier in het gat rond te draaien tot de juiste diameter is bereikt.

Met een rolletje schuurpapier kan het gat op maat worden gemaakt

Nu is het grootste deel van het werk alweer gedaan en kan de molen weer in elkaar worden gezet. Eerst leg ik de cassette neer zoals ik ‘m in elkaar wil gaan zetten.

Klaar om weer in elkaar te zetten

Dan zet ik de schijven op het plastic houdertje en plaats het in de molen. Zoals ik al verwachtte past het er precies in.

Past precies

De molen wordt verder in elkaar gezet en dan kan ik testen of het resultaat naar wens is. Gelukkig is dat zo, ook bij een zwaar afgestelde slip wordt de lijn gelijkmatig door de molen afgegeven. Het schokkerige is volledig verdwenen. Het is nog niet de kwaliteit van de Shimano Stella of de Daiwa Certate, maar komt toch een beetje in de buurt. Voor mij is het goed genoeg. Hoe lang ik hiermee bezig geweest ben? Alles bij elkaar een uurtje!

De “Meister”-bouwer van splitcane vliegenhengels

Helaas is hij niet meer onder ons. De bouwer van mijn trotse bezit. Mijn: Walter Brunner splitcane vliegenhengel type Excellent, nummer 573/72. Walter Brunner behoorde tot de vriendengroep van beroemde vliegvissers waaronder Charles Ritz en Hans Gebetsroither. Voor veel hedendaagse vliegvissers misschien wel vergane glorie… voor anderen altijd nog de grote voorbeelden van de echte vliegvisserij. Walter Brunner was tijdens zijn leven al een legende. Zijn splitcane vliegenhengels moeten worden gerekend tot de echte wereldtop en het zijn dan ook stuk voor stuk hengels van wereldfaam. Brunner was bovendien een zeer begenadigd caster en vliegvisser.

Walter Brunner (foto: Rudi Heger)

Niet dat de huidige generatie vliegvissers met carbon vliegenhengels minder goed vist. Nee, in tegendeel. Anno 2008 omvat het vliegvissen een veel breder scala aan vliegvistechnieken, vliegvismaterialen, vliegvisreisdoelen en vliegvisinfo. Zoals vissen op zout water, vissen aan de andere kant van de wereld of in het verre Siberië of Mongolië. Allemaal mogelijkheden van de tegenwoordige tijd. Vliegvislectuur informeert je bovendien uitvoerig over dit alles.

Maar voor mij en gelukkig met mij voor nog vele anderen is het vliegvissen in West-Europese beken, rivieren en meren het enige ware… Vissen zoals Charles, Hans en Walter dat hebben gedaan. Ik koester hun boeken, hun technieken, hun vliegvistips, hun vliegvismaterialen. Noem het maar nostalgie voor mijn part. Noem het snobisme, purisme of voor mijn part ouderwetse eigenwijsheid. Ik weet wel beter.

Bijvoorbeeld toen ik in vorige week aan de Wenne in het Sauerland mijn 36 jaar oude splitcane vliegenhengel van Walter Brunner uit het foudraal liet glijden en deze hengel kon optuigen met een (oké, ook weer ouderwets) zijden vliegenlijn.
Om eerlijk te zijn heb ik niet zo vaak met deze hengel gevist. Ik was er tot nu toe gewoon te zuinig op. Het is een fantastisch product. Uit de vaardige handen van de beste splitcane hengelbouwer die er naar mijn smaak heeft bestaan. Splitcanes van Hardy en van Pezon et Michel of van bekende Amerikaanse merken komen naar mijn idee niet in de buurt. De “Brunners” hebben een geheel eigen actie. Een actie die overigens helemaal hoort bij de werptechniek van Gebetsroither. Een strakke actie dus. Niet zo parabolisch als die van Hardy en Pezon. Een voorloper van de actie die nu wordt bereikt met een goede carbon vliegenhengel.

De 36 jaar oude Brunner Excellent in onberispelijke staat

Brunner bouwde zijn eerste vliegenhengels als hobbyist in de vijftiger jaren. Hij was op dit gebied een autodidact. Vanaf 1963 ontstond de eerste serie hengels die voor de verkoop bedoeld waren onder de naam Austria. Hij heeft tot zijn pensioen met de firma Brunner-Austria hengels gebouwd maar nooit enige concessie gedaan aan de hoge kwaliteitseisen die hij er vanaf het allereerste begin aan stelde.

Om de kop van dit artikel eer aan te doen ontkom ik er niet aan om Walter Brunner te kwalificeren als de Meister (denk aan grootheden als Franz Beckenbauer, Herbert von Karajan of Mozart). Het lijkt misschien wat overdreven, maar toch moet Walter Brunner op dat niveau worden ingeschaald als het om het bouwen van splitcane vliegenhengels ging. Geen wonder dat op eBay en in vliegvistijdschriften in heel Europa advertenties voorkomen waar aan een Walter Brunner vliegenhengel grif een prijskaartje tussen 1.100 en 1.500 euro hangt.

Om terug te komen op mijn Walter Brunner. Het is een hengel van het type Excellent. Lengte 7 voet (2,10 meter), werpvermogen aftma 4 tot 5. Fraaie kurken handgreep van de beste kwaliteit kurk (dat kon in de 60-er en 70-er jaren nog) en op de handgreep geplaatste reelringen. Gevoerd top- en startoog, hardverchroomde slangenogen en een metalen pen-/busverbinding die akelig precies sluit. De afwerking van de ogenwikkelingen en de laklaag past helemaal bij de naam van deze hengel: “excellent”.
Toch zijn er types uit de serie splitcane vliegenhengels die nog meer gewild zijn. Types als de Cherie en Gebetsroither Super zijn nog meer gevraagd, als ze al te verkrijgen zijn. Het zijn geluksvogels die deze hengels kunnen kopen uit nalatenschappen van fervente vliegvissers oude stijl.

De Brunner en Jan Aben in actie op de Wenne in het Sauerland

Om eerlijk te zijn hebben hedendaagse carbon vliegenhengels van goede kwaliteit zoals bijvoorbeeld een Sage, een Winston, een Thomas & Thomas, een Orvis en ook Hardy, vistechnisch de Brunners ingehaald. De voordelen van het moderne materiaal zijn zodanig ver doorontwikkeld dat de basiseigenschappen van splitcane niet helemaal gelijke tred hebben kunnen houden. Maar toch, zo heel ver liggen de kwaliteiten niet uit elkaar. Het gewicht van splitcane (mijn hengel weegt 80 gram) is iets zwaarder en met name als het om langere hengels gaat is het werpen met carbon vliegen hengels gewoon gemakkelijker.
Toch neem ik die technische achterstand graag voor lief als ik met licht materiaal en een niet te grote droge vlieg, haak 18 tot hoogstens 14, in een beek sta en die aan een stijgende vlagzalm of beekforel mag presenteren. Subtiel en technisch zoals Charles, Hans en Walter dat ook deden. Als ik dan enkele goede dertigers vangen mag, dan kunnen mij de tig-ponders zalm in het viskamp in het verre Mongolië echt niet bekoren… Met dank aan de “Meister” Walter Brunner.

Zie ook hier voor meer info over Walter Brunner.

« Vorige pagina