Extra groot of juist extra klein…

Het zijn altijd dezelfde vliegvissers die met goede vangsten thuis komen. Je kent dat wel. Terug in het pension of hotel van je favoriete vliegvisbestemming, na een dag lang en intensief vissen… En dan komt er een collega vliegvisser/hotelgast van het viswater terug en heeft een supervangst bij zich of laat die supervangst zien op mooie foto’s op zijn digitale fotocamera… uit hetzelfde viswater waar je diezelfde dag ook actief was.

Pijnig je dan ’s avonds achter een glas wijn of biertje je gedachten, wat je fout hebt gedaan of was je gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plek? Of, kan die collega vliegvisser beter of verder werpen dan jij? Of, heb je de verkeerde vlieg aan de vliegenlijn gehad? Je wist helemaal niet dat er zo’n grote forellen of veertigplus vlagzalmen in dit vliegviswater zwommen. Allemaal logische vragen waarop je geen antwoord hebt.

Zoals vaak bij het vliegvissen, zit het geheim niet in de antwoorden op al die vragen. Het geheim, als je daar tenminste van kunt spreken, zit in de tactiek. In de wijze van aanpak van die collega vliegvisser. Misschien “durft” deze vliegvisser meer dan jij. Behalve werp- en presentatietechniek en goed materiaal speelt de keuze van de juiste vlieg waarmee je de vissen wilt vangen een belangrijke rol. Zeker… jouw vliegen vangen ook vissen. Maar juist die bijzondere vangsten, die blijven bij verkeerde keuzes uit. Dan moet je eens een andere vlieg durven te kiezen.

Vlagzalm

Grote vissen zijn, dat mag je aannemen, meer ervaren dan kleinere en jongere vissen. Grote vissen zijn meer selectief en misschien juist daarom wel groter en ouder. Die levenservaring zorgt er voor dat grote forellen of vlagzalmen niet elke vlieg, die wordt aangeboden zonder meer nemen. Het moeten goede imitaties zijn, in de juiste grootte, in kleur en in silhouet. Zelfs wanneer dat het geval is blijven de ervaren grote vissen kritisch. Grote vissen zullen moeilijker tot stijgen te verleiden zijn dan kleinere exemplaren. In het algemeen fourageren grote vissen bijna uitsluitend aan de bodem.

Toch heeft iedere vliegvisser kans om grote vissen te vangen. Die moeten, als het ware, verleid worden. Daarvoor moet je tactisch wel wat in huis hebben. Stap dan af van de traditionele vliegen die je gebruikt. Zoek meer het aparte op. Neem een extra kleine of juist een extra grote vlieg. Een vlieg die je normaal niet aan de lijn zou knopen. Juist dan wordt het eetgedrag van de vis op de proef gesteld. Zoals bij de presentatie van groot aas dat een vis vaak niet kan weerstaan.
Of juist een kleine vlieg die tot azen leidt. Een kleine vlieg heeft minder details en is dus voor de vis slechter te herkennen. De vis kan dan niet zo kritisch zijn. U zult het zien… kies voor groot of kies juist voor klein; het resultaat kan heel verrassend zijn.

Onze ervaring

Ik spreek uit eigen ervaring. Hier zijn enkele voor zich sprekende voorbeelden. In het seizoen 2009 was ik te gast aan de Schwarzwalder rivieren de Breg en de Wolf. Beide rivieren herbergen ook mooie grote vissen. In de Breg viste ik op een stuk met matige stroming. Mijn visstek was ongeveer 150 meter na een stroomversnelling. Direct onder de stroomversnelling werden uitsluitend beekforellen gevangen. Vissen van 30 tot 35 cm. Van vlagzalmen had men hier nog nooit gehoord. Toch landde ik die middag een aantal mooie vlagzalmen tussen 35 en 42 cm. Dat was alleen mogelijk met zeer kleine droge vliegen op haak 20. Zonder goede ogen of een sterke bril nauwelijks aan de lijn te knopen. Het duurde een tijdje alvorens de tactiek met de extra kleine vlieg werd toegepast. Regelmatige verschenen ringen van stijgende vissen op ongeveer 1 meter vanaf de oever aan de overkant. Ik viste vanuit het midden van het water, ter plekke ongeveer 25 meter breed, in de richting van deze oever en presenteerde mijn favoriete Klinkhamer grizzly op haak 14. De ringen bleven komen, maar geen vis die zich interesseerde voor mijn droge vlieg. Andere vliegen stonden evenmin in de belangstelling.

Jan Aben vissend in een diepe geul op de Wenne

Na ruim 20 minuten en het wisselen van de tip van de leader van 0,14 mm naar 0,12 mm fluorocarbon, besloot ik om een extra kleine vlieg te monteren. Opnieuw een Klinkhamer, een high-vis parachute op haak 20 . De vlieg werd ruim twee meter voor de “ringen” geplaatst. En jawel binnen een half uur stond mijn hengel meerdere keren krom en beleefde ik prachtige vliegvissport. Vooral, omdat grote vlagzalmen aan 0,12 mm leaderpunt zich niet één-twee-drie laat binnen vissen. Met enige gevoel en goed afgestelde slip kan het echter wel.

Extra groot

Dat “extra groot” zich eveneens uitbetaalt laat zich raden. Toch is het niet logisch om bijvoorbeeld een terrestial (landinsect) op haakgrootte 8 aan te binden als je gewend bent om te vissen met droge vliegen op haak 16 of 14 en een vlieg op haak 12 voor jou al een joekel is.
Het was eveneens in hetzelfde seizoen 2009, dat ik in de rivier de Wenne in een diepe en snelle pool, circa 500 meter bovenstrooms van het voetbalveld in Wennholthausen, mijn geluk beproefde. Een zeer aanlokkelijke pool waar volgens ieder vissersgevoel altijd wel enkele grote vissen moesten staan. Direct onder een flinke stroomversnelling trekt de beek hier met grote snelheid door een vernauwing. In de diepe geul, waardoor het water zich doorheen moet persen, zou men normaal met een zware nimf vissen. Maar zelfs dat is op deze plek erg moeilijk, want de nimf krijgt nauwelijks tijd om af te zinken. De lijn gaat met grote snelheid en trekt ook grote nimfen snel weg van de bodem. Om op de leader ter verzwaring van een of meerdere loodhagels te plaatsen strijkt mij tegen mijn vliegvissersharen in. Niet dat ik zo’n purist ben maar het moet wel vliegvissen blijven.

Foam Beetle op haak 8 (collectie Finest Fly Fishing, http://www.finestflyfishing.nl)

Het besluit om een zwart-rode Foam Beetle op haak 8 aan te knopen moet je als een tactische zet zien. Deze extra grote foam kever heeft een enorm groot drijfvermogen en is door de toef witte yarn bovenop, erg goed zichtbaar. De rest laat zich raden.
Een beekforel van veertig plus is voor de Wenne een absolute kanjer. En dan ook nog op een droge vlieg. Dat ik deze vis nog stroomafwaarts moesten volgen en het water tot bijna aan de rand van mijn waadpak kwam te staan alvorens ik deze vis kon landen, heb ik op de koop toe genomen. Extra groot bracht mij uiteindelijk deze Wenne-recordvis. Ik weet zeker, dat deze vis never en nooit aan de haak was gekomen van een traditionele droge vlieg of nimf met een haakgrootte van bijvoorbeeld 12 of 14.

Tactiek aanpassen

Het advies zal duidelijk zijn. Pas de tactiek aan. Probeer extra groot of als dat nodig is extra klein. Dat betekent dat je in de vliegendoos deze vliegen paraat moet hebben. Je zult bij de voorbereidingen van de visdag met de mogelijkheid om met deze kleine of grote vliegen te vissen rekening moeten houden. Het kan verrassend goede vangsten opleveren. Overigens, behalve extra groot of extra klein behoort een afwijkende kleur ook tot de tactische mogelijkheden. Twijfel dus niet aan je werpkunsten, het materiaal of kennis van het water… maar spreek het tactische repertoire aan. Dat is je nieuwe recept. Succes!

Zalmkoorts

Mijn 72-jarige vader en ik zijn, zij het met wat tussenpozen, al heel lang sportvissers. Zelf ben ik ook al vijfendertig jaar vliegvisser; maar verre van “fly only”. Op de een of andere manier zijn noch mijn vader noch ik er echter toegekomen om ons aan de zalmvisserij te wijden. Een manco, zeggen sommigen. Een gemis, vonden we zelf ook. Voor mijzelf gold als excuus dat ik lekker warme want tropische voorkeuren heb. Toch bleef het verlangen naar de zalmvisserij al die jaren wel degelijk levend.

Het lijkt eind 2009, als ik op de website stuit van Jos Vanrunxt en zijn Atlantic Salmon Safari en een verhaal van Hans Boomsluiter lees op Flyfever, dat zich het moment aandient om ons manco te verhelpen. Na wat correspondentie en uiteindelijk een goed gesprek met Jos besluiten we om net als Hans een jaar eerder met hem naar Kola te gaan om daar met de tweehandige hengel en de vlieg op zalm te vissen.

Omdat mijn vader al meer dan tien jaar geen vliegenhengel heeft vastgehouden besluiten we om uitsluitend de tweehandige hengel te gaan gebruiken. De cursus Modern Flycasting Doublehanded I wordt gevolgd en onder het toeziend oog en corrigerend hang- en trekwerk van Bas de Bruin, Sepp Fuchs en René van Heezik ontstaan de contouren van twee nieuwe underhand casters. René, die in het dagelijks leven Martin Hengelsport drijft en zich vergaand gespecialiseerd heeft in de vliegvisserij op zalm, fungeert daarbij tevens als onze (onmisbare) materiaalman.

Vertrek naar het basiskamp

Sneller dan verwacht is het moment van de waarheid daar. Met het vliegtuig reizen we naar St. Petersburg, waar de nachttrein ons in 24 uur naar een totaal verregend Apatity aan de poolcirkel brengt. Daar is het wachten op een helikopter die in de regen en mist niet kan vertrekken, maar uiteindelijk toch een gaatje vindt in het wolkendek om onze groep af te zetten in het Upper Varzuga Camp in de wildernis - na een adembenemende tocht laag over de totaal verlaten toendra.

En dan liggen er zes visdagen voor, helaas aan een rivier die 80 cm hoger staat dan normaal door het aanhoudend slechte weer voorafgaand aan onze komst. Wat het vissen elders nagenoeg kansloos zou maken; de pools zijn verdronken, je kunt eigenlijk nauwelijks waden, maar feit is dat dit één van de beste zalmrivieren ter wereld is en dat er dus ook onder slechte omstandigheden nog wel iets mogelijk moet zijn. Wat ook zal blijken.

Om daar meteen maar uitsluitsel over te bieden: onze groep van 11 vissers, het merendeel beginners, ving deze zes dagen 52 zalmen, al werden er veel meer gehaakt. Is dat op zich niet verkeerd, voor deze rivier is het beslist geen best resultaat want normaal gesproken kun je hier, als je een beetje kunt werpen met de doublehander, toch echt op een fors aantal zalmen tussen twee en vijf kilo de man rekenen, zelfs ook met een drijvende lijn en lekker over het oppervlak skatende Bombers - in plaats van met diep geviste vliegen aan sinktip lijnen.

Hoog water op de Upper Varzuga

Later zal blijken dat deze week door het slechte weer op heel Kola als “lastig” de boeken ingaat.

Mijn vader, met wie ik een zalm ging proberen te vangen in Rusland, ving binnen een paar uur meteen maar die zalm en leverde onmiddellijk daarna strijd met een grote vis, die in één run tachtig meter van z’n zwaar afgestelde slip scheurde en toen hoog boven het water sprong – om terug te vallen op de leader. Gids Jeroen Wohe heeft het voorval, een onbetaalbare ervaring, op video vastgelegd. Mijn vader was hevig geëmotioneerd; niet zozeer omdat hij de vis kwijtraakte alswel door de kracht en de snelheid waarmee het schouwspel zich in een paar seconden aan hem voltrok. De diagnose was simpel: de lichte verhoging die zalmkoorts heet.

Dezelfde dag ving ik ook nog twee zalmen, waaronder eentje van vier kilo, en de dagen erop was het weliswaar hard werken maar gericht en geconcentreerd vissen leverde toch elke dag weer “takes” op. Gewoon de vlieg stroomafwaarts plaatsen op de goede plekken, en een klein lusje bij de reel houden zodat de zalm na de “take” iets lijn mee kan nemen bij zijn draai na het nemen van de vlieg. Het is een schitterend moment als de lijn uit je vingers wordt getrokken. Een aantal hard vechtende zalmen was het even schitterende resultaat. De vele, ook grote, gevangen vlagzalmen en enkele snoek tellen we zoals het echte zalmvissers betaamt natuurlijk niet eens mee.

Het weer bleef tijdens onze trip donker en regenachtig; op de ene echt zeer zonnige dag die we meemaakten waren we blij dat we onze Bug Shirts bij ons hadden; zo onwaarschijnlijk stil als de toendra is, zo druk is namelijk de insectenwereld in deze streken.

Vader en zoon

Het Upper Varzuga Camp waar wij verbleven was gezien de ligging in “No Mans Land” eigenlijk best comfortabel, met jetboats, cabins, warm water, een sauna en prima maaltijden. De groep vissers was zeer kameraadschappelijk; Jelle, Libbe, Harm, Zladko, Dragan, Carl, Hans, Henny en Gerard – allemaal mannen om mee uit vissen te gaan.

Inmiddels zijn we weer terug en kijken we nog eens terug. Ik had willen schrijven: en bladeren we door de foto’s, maar dat valt tegen omdat mijn onderwatercamera met bijna alle “natte” foto’s bij terugkomst in St. Petersburg uit mijn jas gestolen is. Zoiets drukt natuurlijk wel een beetje een stempel op de reis. De hoge waterstand zou ook een stempel op onze reis hebben gedrukt als de laatste middag niet een verrassing voor ons in petto zou hebben gehad.

Werkkleding

Jeroen Wohe, die in British Columbia woont en werkt (als Guide) en als gids mee was en die tot mijn grote verbazing in de Camp sauna niet zo gespikkeld als een zalm bleek te zijn, verdient het om hier met name genoemd te worden. Zijn kennis, gevoel en vooral watersense zijn echt ongeëvenaard. Jeroen wees mij de bewuste middag een langzaam stromend stuk achter een rots aan op grote afstand en adviseerde mij een standplaats in de rivier die met enig risico nog wel te bewaden was. Wat dan nog resteerde was een (voor mij vrijwel onmogelijke) worp stroomafwaarts naar de bewuste plek.

De eerste pogingen met een drijvende lijn liepen op niets uit. Ik haalde door de tegenwind de benodigde afstand van 30-35 meter net niet met m’n twaalf voet lange hengel voor een #8 lijn, die met een drijvende lijn was opgetuigd. Ook liep de vlieg te hoog in de drift. Ik waadde terug en schakelde om naar een langzaam zinkende shooting head. Opnieuw waadde ik naar m’n lanceerplaats.

Kort daarna kwam de Cascade op haakmaat 8 wel op de goede plek neer. De vlieg was nog geen meter onderweg of het lusje werd met grote snelheid uit m’n handen gegrist en de lijn trok strak. De vis zwom op circa vijfendertig meter een tijdje heen en weer. Toen ik nog wat meer spanning op de hengel zette en wat lijn terugdraaide trok de vis terug.

De daarop volgende twintig minuten waren klassiek. Staande in de snel stromende rivier, aangemoedigd door mijn vader, hangend in de tot barstens toe gebogen hengel, met een vis aan de lijn die onophoudelijk tientallen meters lijn van de Ross reel scheurde en soms hoog boven water kwam, wist ik de vis uiteindelijk tot dichtbij te krijgen en was het voor Jeroen, die inmiddels naar mij was gewaad met een net, mogelijk om de vis te netten.

Aan de kant gekomen werd de vis onthaakt en knipte Jeroen de leader met de vlieg af op de lengte van de vis. Dat stuk leader ligt hier bij mij op tafel en meet 102 centimeter. Ik zal de lezer het scala aan emoties besparen wat na de vangst de revue passeerde. Ook hier was er echter sprake van de enigszins verwijde pupillen die typerend zijn voor zalmkoorts.

Jeroen met Wim's vis

Jos Vanrunxt’s Ryba Adventures verzorgde de reis naar deze uithoek van Rusland. Hij is overigens als geen ander in ons land bekend met de ins en outs van Kola. Bedenk wel dat Rusland geen Ierland of Zweden is; het land heeft zo z’n eigen mores en het gaat er soms net wat anders aan toe dan je zou denken of verwachten. Jos spreekt Russisch en weet de weg. Als je zelf voor een flexibele instelling zorgt is het plaatje compleet.

De slotsom is hoe dan ook dat wie van zalm durft te dromen eigenlijk, ook al is het maar eens in z’n leven, een keer naar Kola moet. Sommige dromen worden daar namelijk gewoon werkelijkheid. Zelfs die van twee koortsige debutanten.

Oude tijden herleven met de zijden vliegenlijn

Veel sportvissers die de website van Flitsend Nylon bezoeken en/of er op publiceren hebben er genoegen aan om met originele hengels en materialen te vissen. Niet altijd gemaakt naar de allerlaatste stand van de techniek, maar wel met eigenschappen die ons het visplezier en visgevoel geven dat van begin af aan bij onze sport hoort. Of dat bijvoorbeeld pen-karperen is met een vintage glashengel of vliegvissen met splitcane, het maakt niet uit. Het gaat vooral om de manier van vissen. De ultieme manier van sportvissen die ons extra veel plezier geeft.

Lange tijd waren er geen of nauwelijks zijden vliegenlijnen te bemachtigen. Gewoon, omdat ze niet meer werden gemaakt. Vliegenlijnen van onze moderne tijd worden gemaakt van kunststof en de mogelijkheden om deze lijnen in maat en materiaal aan te passen aan iedere denkbare vissituatie zijn schier onuitputtelijk.
Kunststof vliegenlijnen sluiten perfect aan bij de generatie vliegenhengels van carbon en andere lichte en strakke materialen die we te danken hebben aan de ruimtevaartindustrie. Voor de meeste vliegvissers is er dan ook geen betere keuze dan de moderne hengels met kunststof lijnen.

Kingfisher zijden lijn, Phoenix leader en Red Mucilin

Maar er is “gelukkig” ook nog een groep vliegvissers die hun voorliefde voor de “ouderwetse” vliegenhengels niet verstoppen en steeds vaker ziet men aan de waterkant weer vliegvissers die met splitcane hengels hun liefhebberij beoefenen en dan wordt er hoofdzakelijk met de droge vlieg gevist. De combinatie van een splitcane vliegenhengel met een zijden vliegenlijn is om meer dan een reden te wensen. Op een splitcane vliegenhengel hoort gewoon een zijden lijn. De actie van splitcane hengels, zowel bij het werpen als bij het drillen, past helemaal bij de zijden vliegenlijn. Het wat stuggere werpgedrag van splitcane hengels en de hardere buitenkant van een zijden vliegenlijn en een dunnere diameter bij een vergelijkbare gewichtsklasse (AFTMA), hebben als resultaat dat men ver en soepel kan werpen. Dat komt ook door de aanzienlijk dunnere punt van de zijden lijn. Het heeft een super zachte presentatie van de vlieg als gevolg. Met name bij het vissen met de droge vlieg een wezenlijk voordeel.

Zoals gezegd zijn zijden vliegenlijnen weer in de handel en dus kan men er ook weer mee vissen. Ze zijn, omdat er geen grote aantallen van worden geproduceerd, wel wat duurder maar dat moet men er voor over hebben. Momenteel zijn er een viertal producenten die deze lijnen aanbieden (Phoenix, Jean-Pierre Thebault, Terenzio Zandris) en ook via eBay worden goedkopere Chinese zijden vliegenlijnen aangeboden. Na wat zoeken op internet zijn er zeker nog meer te vinden.
Een zijden vliegenlijn vraagt wel om een speciale behandeling. Om de lijn drijvend te houden moet deze worden ingevet met lijnvet (Mucilin rood). Bij intensief vissen doet men tijdens de visdag er goed aan dit een of enkele keren te herhalen. De lijn heeft dus geen drijfeigenschappen van zichzelf. Een onbehandelde zijden vliegenlijn is meestal een intermediate lijn hetgeen betekent dat de lijn een zwevende lijn is, niet zinkend en niet drijvend dus. Na het vissen moet de zijden vliegenlijn worden gedroogd. Daarvoor bestaan speciale droogrekken of droogmolens. Heeft men die niet, dan moet de zijden vliegenlijn in ieder geval tijdelijk van de reel worden gehaald en ruim worden opgehangen en enkele uren drogen.

Zijden vliegenlijn van Phoenix

Zo viste ik in het afgelopen seizoen meerdere keren met mijn splitcane vliegenhengel met een zijden vliegenlijn en een bijpassende zijden leader. De zijden vliegenlijn van het merk Kingfisher heb ik zeker al vijfentwintig jaar in mijn bezit. Ik heb er nauwelijks mee gevist en dat is ook de reden dat deze lijn nog steeds in een goede staat verkeert. Kingfisher vliegenlijnen zijn al een eeuwigheid niet meer als nieuwe lijn te koop en ook als tweedehandsje op eBay is het een absolute rariteit. Trouwens, het is sowieso een probleem om een gebruikte vliegenlijn te kopen. Vaak is de lijn niet meer deugdelijk omdat ze vele jaren oud is. Men kan het nauwelijks aan de buitenkant zien, maar vaak zijn de lijnen door rot aangetast en blijken bij het vissen na enkele worpen al te breken. Wanneer de vliegenlijn dan water opneemt helpt er geen invetten meer aan en kan men verder vissen vergeten. Als op een zijden vliegenlijn witte puntjes zitten is dat een teken van rot. Goed onderhoud is voor een vliegenlijn van levensbelang. Het allerbelangrijkste is dus dat deze na het vissen van de vliegenreel wordt gehaald en goed wordt gedroogd.

Zoals gezegd, heb ik dit jaar meerdere keren met de good old splitcane met zijden lijn gevist en dat was een ware belevenis. De lijn schiet werkelijk prachtig door de slangenogen. Het is bij het werpen wel even wennen. Men moet heus eerst wat “droge” worpen maken om aan de zijden vliegenlijn te wennen. De zijden vliegenlijn is dunner dan een vliegenlijn van kunststof. De buitenkant is harder dan de coating van een vliegenlijn van kunststof en een zijden vliegenlijn schiet snel door de ogen. Ik haal met gemak dezelfde of zelfs meer afstand en vooral de presentatie is met de zijden lijn erg mooi. Juist in combinatie met de zijden leader is de overbrenging van de worp zodanig dat de vlieg tenslotte een fluweelzachte landing maakt. Bij het vissen met de droge vlieg vind ik dat een eigenschap die er bij hoort. Een goede werper behaalt met een vliegenlijn van kunststof zeker ook dit resultaat, maar om eerlijk te zijn ging mij dit bij het gebruik van de zijden vliegenlijn gemakkelijker af. Je kunt met de genoemde combinatie ook nymphen, natte vliegen of kleine streamers gebruiken maar als je er voor gaat is eigenlijk alleen de droge vlieg het non plus ultra.

De reden waarom ik pas dit jaar weer met deze combinatie ben gaan vissen ligt in het feit dat ik de nieuwe zijden vliegenleader van Phoenix heb aangeschaft. Ik kon zo de combinatie met de zijden vliegenlijn completeren en daar heb ik geen spijt van gehad. Niet dat mijn Sage en Orvis vliegenhengels niet meer uit het foedraal zullen komen, maar ook in het volgende visseizoen zal ik zeker met mijn originele combinatie aan de waterkant te vinden zijn.

Nuttige links zijn www.phoenixclassics.com, www.finearts-flyfishing.de en www.flyfishinghistory.com.

De “Meister”-bouwer van splitcane vliegenhengels

Helaas is hij niet meer onder ons. De bouwer van mijn trotse bezit. Mijn: Walter Brunner splitcane vliegenhengel type Excellent, nummer 573/72. Walter Brunner behoorde tot de vriendengroep van beroemde vliegvissers waaronder Charles Ritz en Hans Gebetsroither. Voor veel hedendaagse vliegvissers misschien wel vergane glorie… voor anderen altijd nog de grote voorbeelden van de echte vliegvisserij. Walter Brunner was tijdens zijn leven al een legende. Zijn splitcane vliegenhengels moeten worden gerekend tot de echte wereldtop en het zijn dan ook stuk voor stuk hengels van wereldfaam. Brunner was bovendien een zeer begenadigd caster en vliegvisser.

Walter Brunner (foto: Rudi Heger)

Niet dat de huidige generatie vliegvissers met carbon vliegenhengels minder goed vist. Nee, in tegendeel. Anno 2008 omvat het vliegvissen een veel breder scala aan vliegvistechnieken, vliegvismaterialen, vliegvisreisdoelen en vliegvisinfo. Zoals vissen op zout water, vissen aan de andere kant van de wereld of in het verre Siberië of Mongolië. Allemaal mogelijkheden van de tegenwoordige tijd. Vliegvislectuur informeert je bovendien uitvoerig over dit alles.

Maar voor mij en gelukkig met mij voor nog vele anderen is het vliegvissen in West-Europese beken, rivieren en meren het enige ware… Vissen zoals Charles, Hans en Walter dat hebben gedaan. Ik koester hun boeken, hun technieken, hun vliegvistips, hun vliegvismaterialen. Noem het maar nostalgie voor mijn part. Noem het snobisme, purisme of voor mijn part ouderwetse eigenwijsheid. Ik weet wel beter.

Bijvoorbeeld toen ik in vorige week aan de Wenne in het Sauerland mijn 36 jaar oude splitcane vliegenhengel van Walter Brunner uit het foudraal liet glijden en deze hengel kon optuigen met een (oké, ook weer ouderwets) zijden vliegenlijn.
Om eerlijk te zijn heb ik niet zo vaak met deze hengel gevist. Ik was er tot nu toe gewoon te zuinig op. Het is een fantastisch product. Uit de vaardige handen van de beste splitcane hengelbouwer die er naar mijn smaak heeft bestaan. Splitcanes van Hardy en van Pezon et Michel of van bekende Amerikaanse merken komen naar mijn idee niet in de buurt. De “Brunners” hebben een geheel eigen actie. Een actie die overigens helemaal hoort bij de werptechniek van Gebetsroither. Een strakke actie dus. Niet zo parabolisch als die van Hardy en Pezon. Een voorloper van de actie die nu wordt bereikt met een goede carbon vliegenhengel.

De 36 jaar oude Brunner Excellent in onberispelijke staat

Brunner bouwde zijn eerste vliegenhengels als hobbyist in de vijftiger jaren. Hij was op dit gebied een autodidact. Vanaf 1963 ontstond de eerste serie hengels die voor de verkoop bedoeld waren onder de naam Austria. Hij heeft tot zijn pensioen met de firma Brunner-Austria hengels gebouwd maar nooit enige concessie gedaan aan de hoge kwaliteitseisen die hij er vanaf het allereerste begin aan stelde.

Om de kop van dit artikel eer aan te doen ontkom ik er niet aan om Walter Brunner te kwalificeren als de Meister (denk aan grootheden als Franz Beckenbauer, Herbert von Karajan of Mozart). Het lijkt misschien wat overdreven, maar toch moet Walter Brunner op dat niveau worden ingeschaald als het om het bouwen van splitcane vliegenhengels ging. Geen wonder dat op eBay en in vliegvistijdschriften in heel Europa advertenties voorkomen waar aan een Walter Brunner vliegenhengel grif een prijskaartje tussen 1.100 en 1.500 euro hangt.

Om terug te komen op mijn Walter Brunner. Het is een hengel van het type Excellent. Lengte 7 voet (2,10 meter), werpvermogen aftma 4 tot 5. Fraaie kurken handgreep van de beste kwaliteit kurk (dat kon in de 60-er en 70-er jaren nog) en op de handgreep geplaatste reelringen. Gevoerd top- en startoog, hardverchroomde slangenogen en een metalen pen-/busverbinding die akelig precies sluit. De afwerking van de ogenwikkelingen en de laklaag past helemaal bij de naam van deze hengel: “excellent”.
Toch zijn er types uit de serie splitcane vliegenhengels die nog meer gewild zijn. Types als de Cherie en Gebetsroither Super zijn nog meer gevraagd, als ze al te verkrijgen zijn. Het zijn geluksvogels die deze hengels kunnen kopen uit nalatenschappen van fervente vliegvissers oude stijl.

De Brunner en Jan Aben in actie op de Wenne in het Sauerland

Om eerlijk te zijn hebben hedendaagse carbon vliegenhengels van goede kwaliteit zoals bijvoorbeeld een Sage, een Winston, een Thomas & Thomas, een Orvis en ook Hardy, vistechnisch de Brunners ingehaald. De voordelen van het moderne materiaal zijn zodanig ver doorontwikkeld dat de basiseigenschappen van splitcane niet helemaal gelijke tred hebben kunnen houden. Maar toch, zo heel ver liggen de kwaliteiten niet uit elkaar. Het gewicht van splitcane (mijn hengel weegt 80 gram) is iets zwaarder en met name als het om langere hengels gaat is het werpen met carbon vliegen hengels gewoon gemakkelijker.
Toch neem ik die technische achterstand graag voor lief als ik met licht materiaal en een niet te grote droge vlieg, haak 18 tot hoogstens 14, in een beek sta en die aan een stijgende vlagzalm of beekforel mag presenteren. Subtiel en technisch zoals Charles, Hans en Walter dat ook deden. Als ik dan enkele goede dertigers vangen mag, dan kunnen mij de tig-ponders zalm in het viskamp in het verre Mongolië echt niet bekoren… Met dank aan de “Meister” Walter Brunner.

Zie ook hier voor meer info over Walter Brunner.

Een “oh ja”-gevoel… voor vliegvissers!

Ik kreeg het boekje “iMago - Erzählungen vom Fliegenfischen” van mijn zoon Jan-Pieter. Hij is al jaren ook een fervent vliegvisser. Jan-Pieter woont in Duitsland en het is dus niet vreemd dat hij veel Duitse lectuur over vliegvissen leest. De bijna complete verzameling van het maandblad Fliegenfischen van uitgeverij Jahr is de grote trots in zijn boekenkast (hij mist nog één nummer, namelijk uitgave 1996 nummer 1, als u die toevallig toch hebt liggen…).

iMago - Erzählungen vom Fliegenfischen

Vooral in de wintermaanden wanneer we af en toe samen vliegen binden en plannen maken voor het nieuwe visseizoen wordt er veel gelezen over onze gezamenlijke hobby. Enkele weken geleden gaf hij mij een boekje van de vliegvisser Frank Möbus met de titel “iMago - Erzählungen vom Fliegenfischen” met daarbij de opmerking dat hij aan het lezen van dit boek erg veel plezier had gehad en heel veel van de beschreven verhalen herkend had.

Inmiddels heb ik zelf het boekje ook gelezen en kan bevestigen dat de “verhalen” of “verslagen” die Frank Möbus hier aan het papier heeft toevertrouwd erg bekend voorkomen. Het boek heeft 176 pagina’s verdeeld in twee delen: deel I met verhalen die Frank Möbus aanduidt als “Frei erfunden”, en deel II die hij “Gelebtes Fliegenfischen” noemt. In zijn voorwoord schrijft Frank dat een aantal verhalen uit de bekende dikke duim gezogen zijn en dat andere verhalen op waarheid berusten. Het maakt in mijn beleving weinig uit welk verhaal men leest want in iedere situatie had is het bekende “oh ja”-gevoel. Zo van… dat is heel herkenbaar of… dat heb ik zelf ook al eens meegemaakt of… ja dat klopt precies!

Heel vermakelijk dus en zeer de moeite waard om te lezen. Niet dat je er beter door gaat vliegvissen, maar wel dat men bij het lezen van dit boek verzekerd is van een paar aangename uurtjes en men zich kan vereenzelvigen met de situaties aan het viswater. Een werkelijk subliem verhaal is het spannende relaas over de iMago waaraan het boek de titel heeft ontleend. Ik denk niet dat de Duitse taal voor de vliegvissende Nederlanders een probleem vormt en dus beveel ik dit boekje van harte aan.

In 2007 uitgegeven door de Zwitserse uitgeverij Fischeuberalles.ch. ISBN 978-3-905678-24-6.

Kijk ook op eBay waar dit boekje voor een redelijke prijs van nog geen twintig euro wordt aangeboden.

Volgende pagina »